LATIJNS-AMERIKA KAN DE WEG WIJZEN NAAR EEN NIEUW MODEL VAN VOLKSGEZONDHEIDSZORG

De pandemie heeft aangetoond dat het huidige mondiale volksgezondheidsstelsel, het Zuiden in de steek laat. We hebben een nieuw systeem nodig

De ervaring met de COVID-19-pandemie heeft aangetoond dat de landen in het Zuiden niet op het internationale systeem of de rijke landen in het Noorden kunnen rekenen om hen door een gezondheidscrisis heen te helpen.

Toen Bolivia een overeenkomst sloot met de Canadese fabrikant, Biolyse Pharma, om COVID-19-vaccins te leveren aan zijn bevolking, nam de Canadese regering niet de nodige maatregelen om de uitvoer groen licht te geven.
Toen Oeganda doses van het AstraZeneca-vaccin wilde kopen, moest het per dosis het drievoudige betalen van wat rijkere Europese landen betaalden. Toen India en Zuid-Afrika een alliantie van de meeste landen op aarde bij de Wereldhandelsorganisatie aanvoerden om de regels ervan te veranderen en de productie van COVID-19-vaccins toe te staan waar ze ook mochten worden geproduceerd, blokkeerde een kleine groep rijke landen, onder leiding van de Verenigde Staten, de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk, deze.

Toen het COVAX-initiatief werd opgezet door rijke landen en internationale organisaties, beloofde het COVID-19-vaccins aan te kopen en gelijkelijk over de hele wereld te verdelen, maar dat gebeurde niet. Sommige rijke landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, ontvingen aanzienlijke vaccinvoorraden van COVAX, terwijl armere landen moesten wachten of afhankelijk waren van vaccindonaties, die maar al te vaak bestonden uit doses waarvan de vervaldatum naderde.

Vandaag mag de coronavirus pandemie zo goed als verdwenen zijn, maar de echte vijand van de gezondheid heeft het overleefd: een octrooisysteem dat medicijnrecepten geheim houdt, een handelssysteem dat bedrijven in staat stelt medicijnen buiten bereik te prijzen en een wereldwijd bestuurssysteem dat arme landen de macht ontneemt om dit alles te veranderen. Als we een beter internationaal gezondheidssysteem willen, zullen we het zelf moeten opbouwen. Met de overwinning van Luiz Inácio Lula da Silva in Brazilië en de opkomst van nieuwe progressieve regeringen in de hele regio is Latijns-Amerika goed gepositioneerd om met dit dringende werk te beginnen.

In mijn vorige functies als minister van Volksgezondheid van Ecuador en directeur van het Gezondheidsinstituut van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR) Carina Vance Mafla, heb ik mogelijkheden zien ontstaan. Dit gebeurt wanneer landen samenwerken volgens de beginselen van gelijkheid en sociale rechtvaardigheid, gebonden door een gemeenschappelijke visie en met de macht om die visie tot leven te brengen.

Om de macht van het huidige systeem te breken en een nieuw systeem te smeden, moeten we het op vier niveaus uitdagen: transparantie, kennis, industrie en bestuur.

Ten eerste hebben we collectieve prijsstelling en inkoop nodig. De belangrijkste reden waarom bedrijven wegkomen met willekeurige prijzen van geneesmiddelen is de geheimzinnigheid van handelsovereenkomsten. We kunnen de rollen omdraaien door een Medicijnprijzenbank op te richten en te beginnen met het collectief inkopen van medicijnen. We lanceerden zo’n bank in 2016 toen ik directeur gezondheid was voor UNASUR. Het was een eenvoudige databank van geneesmiddelenprijzen, bestaande uit een initiële lijst van 34 geneesmiddelen. De 12 deelnemende landen deelden de prijzen die zij van farmaceutische bedrijven kregen aangeboden, om op hun beurt de prijzen te zien die aan anderen werden aangeboden.

Gewapend met vergelijkende statistieken slaagden de regeringen erin de prijzen aan de onderhandelingstafel te verlagen, waardoor de toegang tot geneesmiddelen voor iedereen in de regio werd verbeterd en de geheimzinnigheid die in de contracten van de grote farmaceutische bedrijven is ingebouwd, werd bestreden. Destijds schatte UNASUR dat als alle 12 landen de nodige hoeveelheden van de 34 geneesmiddelen in de lijst tegen de laagste prijs in de regio zouden kopen, de totale besparing ongeveer 1 miljard dollar per jaar zou bedragen. Wij zouden deze prijzenbank opnieuw kunnen lanceren en verder uitbouwen. Als we eenmaal over de prijsinformatie beschikken, kunnen we onderhandelen over collectieve inkoop, waardoor de prijzen nog verder omlaag gaan met onze bulkbestellingen. Door collectieve inkoop kunnen we de opgeblazen winstmarges van de grote farmaceutische bedrijven afknijpen en die in plaats daarvan omzetten in gezondere levens voor onze bevolking.

Ten tweede hebben we gedeelde capaciteiten nodig. Het reguleren van nieuwe medicijnen en vaccins is niet eenvoudig. Het duurt jaren om een regelgevingsinfrastructuur op te zetten, van het opleiden van bekwame technici tot het bouwen van laboratoria en het opzetten van informatie-uitwisseling met regelgevende instanties overal ter wereld. Wanneer een land meer capaciteit heeft om vaccins en behandelingen te reguleren, kan het deze capaciteit uitlenen aan landen die dat niet hebben. Dus een eenvoudig systeem van solidariteit dat de toegang versnelt.

Dit gebeurt al in de regio. Tijdens de pandemie ondersteunde de Mexicaanse regelgevende instantie voor geneesmiddelen (COFEPRIS) het Paraguayaanse gezondheidsagentschap bij de beoordeling van Covaxin uit India met het oog op goedkeuring voor noodgevallen, ook al had Mexico geen plannen om het te gebruiken. Wij kunnen hierop voortbouwen en een mechanisme voor de hele regio opzetten.

Ten derde moeten we een nationale productie opzetten en uitbreiden. Binnen enkele maanden nadat wetenschappers vaccins voor COVID-19 hadden ontwikkeld, kochten de rijke landen bijna alle beschikbare en toekomstige doses op, waardoor er weinig overbleef voor de rest van ons.
Cuba was geïsoleerd van dit mislukte systeem. Het profiteerde van tientallen jaren van investeringen in openbare gezondheidszorg en binnenlandse farmaceutische productie, waardoor het twee vaccins van eigen bodem kon ontwikkelen. Met deze vaccins met een werkzaamheid van meer dan 90%, kon Cuba snel beginnen met het inenten van zijn bevolking. Het zond zijn vaccins naar andere landen onder embargo, zoals Iran, Venezuela en Nicaragua en sloot overeenkomsten voor samenwerking bij de productie van vaccins met landen als Vietnam en Argentinië.

De binnenlandse farmaceutische productie in Latijns-Amerika breidt zich uit. Argentinië heeft een aanzienlijke productiecapaciteit met 190 fabrieken en 40 openbare laboratoria. Mexico is van plan zijn eigen COVID-19-vaccin, Patria, te produceren in zijn nationale farmaceutische bedrijf Birmex. Brazilië heeft een aanzienlijke productiecapaciteit en ook Colombia wil uitbreiden.

Door de productie te nationaliseren en onze eigen industrieën te ontwikkelen, kunnen landen in het Zuiden de productie en distributie coördineren en ervoor zorgen dat gezondheidscrises worden aangepakt met het oog op de belangen van onze bevolking en niet die van bedrijven in het Noorden.

Ten slotte hebben we ook gecoördineerde actie nodig op het internationale toneel. Van het aandringen op internationale handelshervorming tot het gezamenlijk indienen van resoluties en klachten kunnen we effectiever zijn door onze acties te coördineren.

Toen ik bij UNASUR het gezondheidsinstituut leidde, hebben we ruimte geschapen voor nieuwe vormen van collectieve actie binnen de regio, door tijdens de Wereldgezondheidsvergadering van de WHO opnieuw te onderhandelen over de voorwaarden van het bestaande gezondheidsbeleid. Tussen 2010 en 2016 werden 35 gezamenlijke interventies uitgevoerd op de WHA namens de UNASUR-landen, over kwesties als toegang tot geneesmiddelen, gezondheid als fundamenteel mensenrecht, hervorming van de WHO, doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, enz.
Ook toen het tabaksbedrijf, Philip Morris, Uruguay wilde aanklagen wegens het invoeren van antirookwetgeving, slaagde de Mercado Común del Sur (MERCOSUR) erin, als blok op te treden voor het Internationaal Centrum voor de beslechting van investeringsgeschillen (ICSID) om hun regionale steun te betuigen. ICSID stelde Uruguay uiteindelijk in het gelijk.

Als een blok optreden zou andere pogingen kunnen ondersteunen om dwanglicenties te verkrijgen voor de produktie van COVID-19 vaccins en geneesmiddelen in Chili, Colombia, Bolivia en de Dominicaanse Republiek. Dergelijke licenties, die binnen de WTO-regels zijn toegestaan, stellen regeringen in staat een alternatieve productie of invoer van een generieke versie van een geoctrooieerd medisch product te starten zonder voorafgaande toestemming van de vergunninghouder. Dit is wat Bolivia van de Canadese regering nodig heeft om 15 miljoen doses van het door Biolyse geproduceerde vaccin te kunnen invoeren.

Een progressief gezondheidsblok met collectieve aankopen, regelgevende capaciteiten, geneesmiddelenproductie en distributiecapaciteiten, zou druk kunnen uitoefenen om gezamenlijk het recht op de productie van levensreddende geneesmiddelen te verkrijgen.

Deze ideeën om een nieuw mondiaal gezondheidssysteem van onderaf op te bouwen zouden snel kunnen worden ingevoerd en het leven van onze mensen kunnen verbeteren. Dit is het moment om progressieve regeringen, in Latijns-Amerika en daarbuiten, samen te brengen. Het zal helpen om een einde te maken aan de monopolies van de grote farmaceutische bedrijven, de farmaceutische productie te democratiseren, de prijzen van geneesmiddelen te verlagen, robuuste gezondheidsstelsels op te bouwen die de openbare gezondheidszorg uitbreiden, de regelgevende capaciteit versterken en het recht op gezondheid voor iedereen te handhaven. We weten wat er moet gebeuren, nu moeten we de collectieve kracht bundelen om het te realiseren.

CORONA UPDATE

Facebook Comments Box