SANTHOKI MOET TOT INKEER KOMEN
Auteur: ARMAND SNIJDERS
Dat vrijdag opeens de vlam in de pan sloeg en een vreedzaam bedoeld protest door toedoen van raddraaiers en plunderaars een gewelddadige gebeurtenis werd, zal maar voor weinig mensen in Suriname een verrassing zijn geweest.
Je kan alleen maar hopen dat de regering van president Chandrikapersad Santokhi nu eindelijk wakker is geworden en tot inkeer zal komen. Maar daar lijkt het niet op. Vooropgesteld moet worden dat de directe verantwoordelijkheid voor het geweld, de plunderingen en vernielingen niet bij de regeerders ligt. Want daar kunnen alleen de losgeslagen mannen, vrouwen, jongens en meisjes voor aansprakelijk worden gesteld. Ook voor de enorme materiële schade en de vele gewonden zullen zij de rekening gepresenteerd moeten krijgen.Hopelijk wordt tegen hen inderdaad zo kordaat opgetreden, als Santokhi tijdens zijn toespraak op televisie beweerde.
Met de vele filmpjes die via sociale media zijn verspreid, waarbij veel plunderaars uitgebreid in beeld waren, moet het voor de autoriteiten toch vrij eenvoudig zijn om deze figuren ter verantwoording te roepen en op te sluiten, zodat een rechter hen de straf kan geven die ze verdienen.Santokhi zou er echter ook goed aan doen om een onderzoek in te stellen naar het feit dat de gewapende machten en veiligheidsdiensten helemaal niet voorbereid waren op de uitbarsting. Terwijl in de dagen voorafgaand aan de protesten er op straat, door vooral jongeren, al op werd gezinspeeld. Maar Santokhi en zijn veiligheidsmensen gingen er waarschijnlijk gemakshalve vanuit, dat het niet zo’n vaart zou lopen en dat er hooguit een paar honderd schreeuwende maar vredelievende mensen zouden komen opdraven, zoals de vorige keren ook het geval was.
Dat is een vreselijke inschattingsfout geweest met vergaande gevolgen.
En daar zullen toch de koppen van de verantwoordelijken voor moeten sneuvelen. Door alle blaam te leggen bij de spoorloze organisator Stephano ‘Pakittow’ Biervliet, wordt getracht om de aandacht van de echte oorzaak van alle problemen af te leiden. Hem valt misschien alleen te verwijten dat hij zich op het verkeerde been heeft laten zetten door bepaalde groepen, die andere intenties hadden dan hijzelf en het overgrote deel van de demonstranten had. In ieder geval heeft het overleg met de politie, dat voorafgaande aan de protesten werd gehouden, niet kunnen voorkomen dat het compleet uit de hand liep. Bij zo’n geweldsexplosie, waarbij honderden (vooral) jongeren doelbewust aan het vernielen en plunderen zijn geslagen, is geen enkel kruit tegen gewassen.
Indirect mogen de rellen Santokhi en zijn regering wel degelijk worden aangerekend. Hij heeft in de afgelopen twee jaar alle kritiek op zijn falende beleid genegeerd en arrogant weggewuifd. Zelfs de spaarzame beloftes die hij deed na de protesten van medio vorig jaar, is hij nauwelijks nagekomen. Integendeel, de situatie is sindsdien verergerd. De inflatie bedroeg vorig jaar meer dan zestig procent en de tarieven voor stroom, brandstof en internet zijn drastisch verhoogd, terwijl de gasprijzen binnenkort ook de lucht in zullen vliegen.
De invoering van de BTW per 1 januari -notabene onder leiding van een onbevoegde en inmiddels ontslagen belastingdirecteur- verliep op zijn zachtst gezegd chaotisch. Dat opgeteld met de patronagepolitiek, waar Santokhi geen afstand van neemt, is de volkswoede aangewakkerd en heeft uiteindelijk tot deze explosie van geweld geleid. Sommige deskundigen voorspelden maanden geleden al dat het verzet tegen de regering in de eerste maanden van dit jaar explosieve vormen zou gaan aannemen. Er wordt inmiddels al een vergelijking gemaakt met Sri Lanka en Libanon, die net als Suriname worden gerekend tot de D7-landen, met de meest problematische schuldenlast in de wereld.
Daar is het momenteel ook onrustig, met de bestormingen en het in brand steken van banken in de Libanese hoofdstad, Beiroet, als voorlopig dieptepunt. In Sri Lanka, dat net zoals Suriname wanhopig probeert om weer IMF-geld te krijgen, gaan de protesten al maanden door. Het was weer eens opvallend dat de regering vrijdag erg laat met een officiële verklaring kwam. Pas tegen half vijf vond president Santokhi de tijd om het volk, tijdens een ingelaste persconferentie, toe te spreken. Zijn woorden straalden vooral vertwijfeling uit en hij kwam niet verder dan bedrijven te vragen voorlopig de deuren dicht te houden en te zeggen dat hij het vooral vreselijk vond dat het Huis van de Democratie, ofwel De Nationale Assemblee, doelwit was van de agressieve betogers.
Aan het leed en de schade die veel ondernemers hebben opgelopen, besteedde hij veel minder aandacht. Terwijl de plunderingen vooral voor het personeel een traumatische ervaring moet zijn geweest. Santokhi’s toezegging dat zal worden bekeken hoe de regering kan helpen bij de wederopbouw van die winkelzaken, wordt door velen met hoongelach begroet. “We kennen de beloftes van deze regering”, zegt een ondernemer in het centrum, die een deel van zijn waren zag verdwijnen door toedoen van een stelletje criminele raddraaiers. Er zit voor Santokhi eigenlijk niets anders op dan na deze Zwarte Vrijdag uit te gaan huilen en opnieuw te beginnen.
Hij ontkomt er nu niet meer aan om te luisteren naar het volk, waar het water inmiddels tot voorbij de lippen staat. Hij moet begrijpen dat hij door doorlopend zijn kop in het zand te steken, juist meer olie op het al twee jaar sluimerende vuur heeft gegooid. Voorlopig moet echter gevreesd worden dat Santokhi en de zijnen hun lesje nog niet hebben geleerd.
Zijn eigen partij de VHP doet ook alsof zij zich van geen kwaad bewust is en schuift de schuld van de rellen volledig in de schoenen van anderen, die vanuit een ‘bepaalde hoek’ zouden zijn aangestuurd. Dat is een hele laffe bewering, waar ze ook helemaal geen bewijs voor leveren. En dat ze met die ‘bepaalde hoek’ de NDP wordt bedoeld, weet echter iedereen. Daarmee is ook meteen de toon gezet voor het vervolgtraject: in plaats van dat partijen gezamenlijk een vuist maken en optrekken om het tij in het land te keren, gooit de grootste coalitiepartij weer olie op het vuur. En daar is helemaal niemand bij gebaat.
ANALYSE
