SANTOKHI PRAAT VEEL MAAR COMMUNICEERT NIET
Auteur: Armand Snijders
President Chandrikapersad Santokhi stopt momenteel al zijn tijd in voorgesprekken voor de nationale dialoog die hij wil gaan hebben met de samenleving. Hij heeft dus toegegeven aan de constante druk om meer te communiceren. Maar heel weinig mensen hebben er geloof in dat dit ook daadwerkelijk wat gaat opleveren en vrezen dat dit het zoveelste zoethoudertje van het staatshoofd is waarmee hij het volk weer een rad voor ogen wil draaien. Want praten kan Santokhi als de beste. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij op een juiste manier communiceert.
Dat de communicatie één van de zwakke punten van deze regering is, behoeft geen betoog. Ongetwijfeld is daar veel in geïnvesteerd, maar dat is verkeerd uitgepakt. Vooral ook omdat het uitgangspunt verkeerd was. Daar is al veel over gezegd en geschreven.
In plaats van open en eerlijke informatie te verstrekken zoals een transparante regering dat betaamt, werden de verschillende voorlichtingsdiensten omgebouwd tot propaganda-apparaten, die alleen maar napraten wat de leiders naar buiten willen brengen. Daardoor blijft veel (gevoelige) informatie binnenskamers liggen en als die dan wel naar buiten komt is er al snel een ‘schandaal’ geboren.
Zoals recentelijk nog rond de inmiddels bedankte directeur van de Belastingen, Ismaël Kalaykhan, waarvan uitlekte dat hij helemaal geen directeur was maar slechts als consultant in die functie opereerde. Dat was een constructie die volgens de regels illegaal was. Als de regering daar 2,5 jaar geleden, toen hij zijn werk begon, gewoon open en eerlijk over was geweest, had niemand daar nu wat van kunnen zeggen. Toen de ware feiten aan het licht kwamen, was zijn positie onhoudbaar. Uiteindelijk kon minister Stanley Raghoebarsing van Financiën en Planning niets anders dan hem de laan uit te sturen.
Als men de communicatie op orde had en meer openheid van zaken geeft, zou men zich een hoop ellende besparen. Want er zijn journalisten genoeg die alles op alles zetten om de onderste steen boven te krijgen. En anders is het de oppositie wel, die de regeerders maar al te graag een hak wil zetten en een reden hebben om ze -terecht of onterecht- als onbetrouwbaar neer te zetten. HPSG, New Surfin, de omstreden lening in Italië en de fraude bij Financiën en Planning zijn enkele van de zaken die zo aan het licht zijn gekomen en de regering in haar hemd zetten.
Het valt te begrijpen dat een regering zichzelf naar buiten toe mooier en beter wil voordoen dat ze werkelijk is. Maar Santokhi en zijn dream team maken het wat dat betreft wel heel bont. Via onder meer de Communicatie Dienst Suriname (CDS) worden de media bestookt met gekleurde goed-nieuwsberichten. Mede daardoor wordt de samenleving niet echt geïnformeerd, omdat ze beseft dat de mededelingen vaak heel erg positief zijn aangedikt. En men weet ook dat er heel veel informatie achter wordt gehouden.
Het gebeurt ook heel weinig dat er in De Nationale Assemblee (DNA) over de inhoudelijke feiten echt wordt gedebatteerd. Debatteren is ook een kunst die helaas maar weinig mensen in Suriname beheersen, ook president Santokhi niet. Dat weet hij zelf ook, wat in 2015 de reden was dat hij weigerde mee te doen aan een verkiezingsdebat dat live op televisie werd uitgezonden. Ook andere confrontaties ging hij uit de weg. Hij heeft liever zelf het woord én de controle over een gesprek, zodat hij niet geconfronteerd kan worden met lastige vragen waarop hij geen antwoord weet of wil geven.
Dat hij in zijn overmoed tijdens zijn bezoek aan Nederland in september 2021 wel bereid was in het populaire televisieprogramma ‘College Tour’ te verschijnen, is iets waar hij waarschijnlijk nog altijd spijt van heeft. Want hij werd voor het oog van de camera’s ‘gegrild’ door -vooral Surinaamse- studenten. Met name op de vraag waarom hij toch allerlei familieleden en vrienden op belangrijke posten had aangesteld, terwijl hij jaren geleden had gezegd dat dit gedrag bij zou dragen aan de ondergang van Suriname, probeerde de president tevergeefs klungelig en hakkelend heen te draaien.
Hij gaf geen bevredigende antwoorden in de ogen van de vragenstellers, die zich niet lieten afschepen en het hem steeds lastiger maakten. Santokhi voelde zich zichtbaar niet zijn gemak en kon maar niet begrijpen dat presentator Twan Huys niet ingreep om hem te ‘redden’. Sterker nog, die wilde ook een duidelijke reactie.
Het was heel wat anders dan hij in Suriname gewend is, waar hij meestal een lange monoloog mag houden, waarna toehoorders één of twee vragen mogen stellen. En als hij die niet of niet duidelijk genoeg beantwoordt, dan laten de brave journalisten het vaak maar zo. Het is immers de president; die verwacht dat je hem met respect behandelt. En anders kan het medium waarvoor je werkt weleens geen uitnodiging meer krijgen voor de volgende persconferentie.
Santokhi praat dus wel graag en veel. Hij vindt dat ook prettig, zeker als er camera’s op hem gericht zijn. En die camera’s zijn altijd aanwezig als hij ergens gaat, in ieder geval van de CDS en andere voorlichtingsdiensten. Maar dat hij veel praat, wil niet zeggen dat hij ook communiceert. Dat is een hele andere discipline die je kan aanleren. Maar dat vond hij in de tien jaar dat hij in de oppositie zat -en zich voorbereidde op het presidentschap- niet nodig. En nu dreigt dat zijn regering op te breken.
Communicatie is het proces waarbij iemand informatie overdraagt aan een ander en ook informatie ontvangt van anderen. Ofwel, wil er echt sprake zijn van goede communicatie, dan moet er tweerichtingsverkeer zijn.
En dat ontbreekt eraan bij deze regering: men praat wel, maar men luistert heel slecht en doet niets met aangereikte wensen en aanbevelingen.
Tijdens alle dialogen die Santokhi sinds zijn aantreden heeft gehouden, was dat het geval. De ‘gebeurtenissen’ van 17 februari waren hier een direct gevolg van. Of de nieuwe dialoog nu wel echt iets gaat opleveren, mag dus worden betwijfeld.
OPINIE
