OPPENHEIMER-DEAL NOG LANG NIET ZEKER
AUTEUR: ARMAND SNIJDERS
Na bijna drie jaar onderhandelen heeft de regering eindelijk afspraken weten maken met de obligatiehouders van Oppenheimer over herschikking van de schuld van 675 miljoen dollar. Maar de bejubelde deal is nog lang niet zeker; een voorwaarde is dat het Internationaal Monetair Fonds uiterlijk 15 juni groen licht geeft en een Service Level Agreement wordt bereikt.
Natuurlijk slaan president Chandrikapersad Santokhi en de regering zichzelf op de borst nu ze er in principe uit zijn met Oppenheimer. Ze hebben de afgelopen jaren zo vaak halve waarheden verteld over de onderhandelingen die steeds weer ‘in goede sfeer verliepen’ en waarvan ‘de afronding nabij’ was, dat ze er zelf ook geen geloof meer in hadden. Maar het op de borst slaan gebeurde veel minder uitbundig dan je zou verwachten van een regering die doorgaans succesjes van de daken schreeuwt. Want de successen zijn zo sporadisch, dat die zeer nadrukkelijk met het ontevreden volk worden gedeeld, in de hoop dat dit even de aandacht van de ellende van alledag afleidt.
Dat het akkoord met de obligatiehouders zo ingetogen is gedeeld met het volk, komt omdat de regering bang is datzelfde volk wéér wordt teleurgesteld. Want de regering staat nu echt met de rug tegen de IMF-muur. Men worstelt al een jaar met de financiële instelling uit Washington om het eerder overeengekomen steunpakket dat was stopgezet, weer vlot te trekken. Dat pakket bestaat uit een lening van 695 miljoen dollar, die verspreid over veertien kwartaaltranches zou worden uitbetaald. Maar het IMF stopte na de tweede tranche de overmakingen omdat Suriname de gemaakte afspraken niet na kwam.
Binnenkort komt weer een zware delegatie vanuit de Amerikaanse hoofdstad om te beoordelen welke vorderingen de regering maakt bij het herstel van de economie. Tijdens vier eerdere missies waren de IMF-mensen niet tevreden over wat ze aantroffen en veegde de executive board in Washington de voorgestelde hervatting van het steunpakket resoluut van tafel.
Zelfs niet nadat Santokhi in september vorig jaar geprobeerd had persoonlijk een ‘begripvolle’ IMF-directeur Kristalina Georgieva ervan te overtuigen om toch vooral mee te gaan met versoepelingen van de eerder afgesproken voorwaarden. Dat kon de executive board ook niet op andere gedachten brengen.

Dat de regering denkt dat de komende missie een andere, positieve uitkomst zal hebben, is op voorhand erg optimistisch. Maar mocht het IMF onverhoopt wel akkoord gaan en de overeenkomst met de obligatiehouders dus wel definitief worden, dan is er nog geen reden om op het kabinet van de president de flessen champagne open te trekken. Want die overeenkomst pakt voor Suriname uiteindelijk zeer onvoordelig uit.
Weliswaar wordt een haircut (korting) van 25 procent gegeven op de twee oorspronkelijke Oppenheimer bonds, wat echter mager is in vergelijking met de 70 procent die Santokhi in 2020 had beoogd. Daarnaast is de hele hoge rente iets verlaagd, wat Suriname ook even wat meer lucht geeft. Maar op termijn betalen we die voordeeltjes wel dubbel en dwars terug.
Doordat de obligatieleningen veel later worden afbetaald dan de bedoeling was, kost dat veel meer rente (ook al is die lager). Maar bovendien heeft de regering ingestemd om tot 2050 een deel van de mogelijke olieopbrengsten -tot een maximum van zo’n 250 miljoen dollar- aan de obligatiehouders over te maken ter compensatie voor de ‘verliezen’ die ze lijden door de nieuwe deal. Terwijl overigens nog niet helemaal zeker is dat het finale investeringsbesluit van TotalEnergies en partner Apache Corporation positief zal uitpakken.
Vrijwel iedereen -de regering voorop- is ervan overtuigd dat de oliemaatschappijen brood in de Surinaamse olie zien, maar vooralsnog heeft het er veel weg van dat Suriname de huid al verkoopt voordat de beer geschoten is.
Het is onbekend welke garanties de obligatiehouders hebben afgedwongen als de olie-inkomsten onverhoopt uitblijven.
Maar dat de obligatiehouders uiteindelijk de spekkoper zijn en ze veel meer terug zullen krijgen dan ze nu aan schulden hebben uitstaan, staat wel vast. Zij zullen in ieder geval wel de champagneflessen hebben opengetrokken. Surinamers betalen daarvoor in de toekomst het gelag. Want het is op korte termijn zeker prettig dat de Oppenheimer-deal mogelijk echt in het verschiet ligt. Maar het is aan de regering om de samenleving tot in details uit te leggen wat dat allemaal inhoudt. En vooral hoe lang Suriname daar nog voor moet bloeden.
INGEZONDEN
