GRENS MET FRANS-GUYANA IS DE ZWAKSTE VAN EUROPA

Door Douwe den Held/Insight Crime

Dat de grens tussen Suriname en Frans-Guyana zo lek als een mandje is en er van alles ongestoord de Marowijne over gaat, weet iedereen. Maar het is zelfs zo erg dat het als de zwakte grens in heel Europa wordt beschouwd.

Stuart Codrington is iemand van de directe benadering. Binnen vijf minuten nadat het interview is begonnen, pakt de Surinaamse grenscontrolebeambte zijn pistool, stopt het in zijn zak en neemt ons mee uit zijn piepkleine kantoortje met airconditioning de middaghitte in.

Al snel rijden we in zijn witte pick-up over een slecht onderhouden weg. Het is een korte trip naar de rand van de rivier de Marowijne, die een natuurlijke grens vormt tussen Suriname en Frans-Guyana, een overzees departement van Frankrijk. Aan de Surinaamse kant ligt het plaatsje Albina. Aan de overkant van de rivier ligt Saint-Laurent-du-Maroni.

Codrington mindert vaart als we een pad inslaan dat langs het water loopt. “Ze smokkelen hier diesel”, zegt hij, terwijl hij naar een gebied wijst en uitlegt dat smokkelaars brandstof kopen in Suriname en die tegen een hogere prijs aan de overkant van de rivier in Frans-Guyana verkopen. Even verderop wijst Codrington op andere plekken waar smokkelaars de rivier oversteken met brandstof en andere goederen zoals kippen, alcohol en schroot. “We hebben niet genoeg mensen om ze allemaal te vangen”, zegt hij.

Het smokkelen over de Marowijne is niets nieuws, maar de cocaïnehandel naar Frans-Guyana is de laatste tijd enorm gegroeid. Overweldigd, onderbezet en met corruptie binnen hun gelederen, worstelen de Surinaamse autoriteiten om allerlei soorten illegale handel te bestrijden over wat mogelijk de zwakste grens van Europa is.

Plots maakt de gespierde douanebeambte een scherpe bocht en spoedt zich naar de rivier. “Ze zijn nu aan het smokkelen”, roept hij. Op de rivieroever lossen een half dozijn jonge mannen, die allemaal tussen de vijftien en twintig jaar oud uitzien, een korjaal vol met pallets met duizenden blikjes Coca-Cola. Een tweede boot, geladen met Coca-Cola en bier, komt aan. Codrington springt uit zijn auto en vertelt hen dat hij beslag legt op de hele handel. De jongemannen zien er verslagen uit: een in beslag genomen zending betekent dat ze niet worden betaald voor het dagelijkse werk.

Smokkelen naar Suriname is wijdverbreid. Over zeker 75 procent van alle invoer wordt geen of te weinig belasting betaald, aldus Ramon Fredrik, plaatsvervangend hoofd douane van Suriname. Dit is een aanzienlijk inkomensverlies voor een land dat in een diepe economische crisis verkeert. “Ik zit hier nu een jaar. Ik heb nog geen enkel bedrijf gezien dat legaal importeert uit Frans-Guyana. Maar je ziet wel veel producten uit Frans-Guyana in Paramaribo”, vertelt Codrington gelaten.

Smokkelaars die betrapt worden op het oversteken van de Marowijnerivier, worden doorgaans geconfronteerd met lichte straffen die de illegale handel in Suriname niet afschrikken. “Albina heeft veel drop-outs, jongeren die aan hun lot worden overgelaten”, vertelt een politieagent in Albina. Er zijn geen statistieken beschikbaar, maar het aantal leerlingen dat de school verlaat voordat ze afstudeerden, is tijdens de coronapandemie dramatisch gestegen.

Terwijl douanebeambten af en toe een boot die de Marowijne oversteekt te stoppen, gaan vele anderen ongeïnspecteerd voort. “Die boot smokkelt brandstof naar Frans-Guyana”, zegt Codrington, wijzend op een korjaal geladen met vaten die de rivier ongeveer honderd meter verderop oversteekt. Hij kan hier niets aan doen, aangezien hij zijn handen vol heeft met de inbeslagname van Coca-Cola.

Voor de autoriteiten is het dweilen met de kraan open. “De grootste uitdaging is de grenscontrole”, zegt kolonel Werner Kioe a Sen, het hoofd van de Surinaamse strijdkrachten. “Vanwege de economische crisis hebben onze veiligheidstroepen niet voldoende budgetten, wat hun efficiëntie aantast.” Minister van Justitie en Politie Kenneth Amoksi herhaalde deze opmerkingen van Kioe a Sen. “We hebben niet de middelen om onze grenzen te bewaken zoals andere landen.”

Maar ook de corruptie belemmert de handhaving van de autoriteiten in Albina. Codrington vertelt dat hij tijdens de inbeslagname van Coca-Cola een dreigend telefoontje kreeg van een hoge ambtenaar in het gebied. “Hij heeft zijn interesses. Hij weet alles van de smokkel hier, en er zijn bepaalde mensen aan wie hij verdient”, zei Codrington. De eerder aangehaalde politieagent in Albina zegt dat hij soortgelijke geruchten had gehoord, maar geen bewijs had gezien.

Twee andere Surinaamse politieagenten, afzonderlijk geïnterviewd, vertellen dat ze dreigende telefoontjes hadden gekregen van verschillende functionarissen na het arresteren of beboeten van smokkelaars. ‘Omkoping en corruptie zijn diepgeworteld binnen verschillende overheidsinstanties”, zo blijkt uit een rapport van de Surinaamse regering uit 2021’.

Er wordt (uiteraard) niet allen Coca-Cola gesmokkeld. Albina’s poreuze grens, beperkte controlecapaciteiten en diepgewortelde corruptie maken het plaatsje tot een aantrekkelijk startpunt voor cocaïnehandel naar Europa. In iets meer dan een decennium groeide de cocaïnehandel van Frans-Guyana naar het vasteland van Frankrijk tot een omvang van twintig tot dertig procent van de totale cocaïneconsumptie.

Codrington gaat ondertussen door met het ‘verwerken’ van de jeugd en de smokkelwaar Coca-Cola. De in beslag genomen goederen moeten op de wal worden gelost en vervolgens op een vrachtwagen. Hij belt voor logistieke hulp en al snel arriveren drie soldaten met aanvalswapens in een kleine boot om de korjaal naar het douanekantoor te begeleiden.

“De jonge mannen die de boot lossen, proberen gewoon de kost te verdienen”, zegt Codrington. Hij laat ze gaan. Hij is niet zo toegeeflijk tegenover de smokkelaar, die Assaid heet. Hij beweert dat Codrington hem voor de gek houdt. Hij zegt dat hij niet aan het smokkelen was en dat de Coca-Cola bestemd was voor een mijnbouwnederzetting stroomopwaarts. Toch riskeert Assaid een boete van maximaal dertig keer de importheffing, een gevangenisstraf als hij niet betaalt en de mogelijke inbeslagname van zijn korjaal. Uiteindelijk mag hij vertrekken na een boete te hebben betaald.

CRIME

Facebook Comments Box