REGERING HEEFT 600 LOPENDE RECHTSZAKEN TEGEN ZICH
Vicepresident Ronnie Brunswijk heeft op de regeringspersconferentie van donderdag onthuld dat de Staat Suriname sinds 2012 tot op heden te maken heeft met maar liefst 600 rechtszaken die bij het Hof van Justitie zijn aangespannen.
Deze rechtszaken vormen een uitdaging voor de regering, waarvan bijna 565 zaken gericht zijn tegen het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB).
De rechtszaken tegen het GBB worden behandeld in kortgedingprocedures, bodemprocedures en hoger beroepen. Naast deze rechtszaken worden er ook dwangsommen geëist door eisers, en in veel gevallen worden deze dwangsommen door de rechter toegewezen. Dit betekent dat de Staat met haar beperkte middelen dwangsommen moet betalen. Vaak ligt het aan de regering zelf dat ze bijvoorbeeld niet vertegenwoordigd is in een zaak, waardoor de Staat gemakkelijk veroordeeld wordt en de dwangsom blijft oplopen. Het kan zelfs voorkomen dat de regering niet eens op de hoogte is van het feit dat er een dwangsom loopt.
Hierdoor kan de situatie ontstaan waarin de Staat honderden miljoenen moet betalen aan iemand die geen enkele dienst heeft geleverd aan de Staat, maar simpelweg een juridische procedure is gestart.
Het kan bijvoorbeeld ook gaan om gevallen waarin een grondaanvraag is afgewezen of waarbij eigendomsoverdracht van grond niet heeft plaatsgevonden. Vervolgens wordt er een dwangsom opgelegd, terwijl de regeringsleiding hiervan niet op de hoogte is. De dwangsom blijft dagelijks oplopen totdat er uiteindelijk honderden miljoenen betaald moeten worden. Soms wordt de situatie onomkeerbaar en blijft er geen andere keuze dan te betalen. Dit kan leiden tot beslaglegging op overheidsgebouwen, zoals bij de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) en het ministerie van Financiën. Dit brengt de regering in een lastige positie waarin ze snel oplossingen moet vinden.
UNITEDNEWS
