ANTI-CORRUPTIE WET HALFSLACHTIG POLITIEK PRODUCT

Door Wilfred Leeuwin

Het moet een historisch moment zijn, en bij wijze van uitzondering feliciteerde het parlement in augustus 2017 zichzelf met een daverend applaus. Na jaren van ontbrekende politieke wil, waren regering Bouterse-Twee en de toenmalige volksvertegenwoordiging het unaniem met elkaar eens.

De met 40 stemmen aangenomen anti-corruptiewet moest een einde maken aan de als een virus grijpende corruptie binnen het overheidsapparaat. Het zou met wortel en tak worden uitgeroeid. Bijna vijf jaren later blijkt deze wet nog maar een halfslachtige papieren tijger te zijn, en zoals toen NDP-parlementarier Rachied Doekhie het uitdrukte: een politiek product zonder enige intentie de corruptie binnen de overheid aan te pakken.

De in de wet opgenomen definitie van corruptie is veelomvattend en komt het er op neer dat daaronder wordt verstaan: ‘wanneer publieke functionarissen misbruik maken van hun positie of functie, en wanneer zij die  positie en functie aanwenden om iets te doen of iets na laten te doen om rechtstreeks onrechtmatig voordeel te verkrijgen voor zichzelf of voor anderen’. De effectieve werking van de wet wordt ingezet met een in artikel twee genoemde ‘commissie’. “Er is een anti-corruptie commissie die belast is met de preventie en vroege signalering van misstanden, alsmede het beschermen van melders van misstanden en zaken, en het doorgeleiden van meldingen naar de Procureur Generaal (PG)”, luidt het artikel.  

Hoewel de wet is aangenomen en afgekondigd is deze cruciale commissie nog steeds niet benoemd. President Chandrikapersad Santokhi heeft twee maanden na zijn aantreden een presidentiele werkgroep geïnstalleerd om binnen zes maanden een inventarisatie te maken van alle uitvoeringsbesluiten en mechanismen die nodig zijn voor het benoemen en effectueren van deze commissie.

Voorzitter Carmen Rasam van de presidentiele werkgroep zei bij de installatie: “De wet heeft een bijzondere impact, niet alleen op de integriteit van de overheid, maar ook op de publieke en de private sector, met alle gevolgen van dien”. Veertien maanden verder is, -althans naar buiten toe-, niets bekend van wat het resultaat is van deze werkgroep en wat het heeft voorbereid.

“Ik noem dit politieke onwil om fundamentele en basis zaken die nodig zijn om de wet goed te laten functioneren, in orde te maken”, zegt Carl Breeveld gewezen parlementariër voor de politieke organisatie Democratie en Ontwikkeling in eenheid DOE.

Volgens hem blijft het corruptievraagstuk een pijnpunt in de samenleving, omdat juist de zaken waartegen opgetreden moet worden zich ook nu nog blijven voordoen. Breeveld wijst er op dat onder andere politieke personen, ministers, assembleeleden en anderen in hoge posities nog voordat zij het ambt gaan bekleden, opgave doen van hun vermogen en die laten vastleggen bij de notaris. “Het Openbaar Ministerie springt hoog op om corruptie te bestrijden maar sinds de aanname van de wet op weg naar de verkiezingen, heeft maar een politicus, – voorzitter Steven Alfaisi van DOE. red – opgave gedaan van zijn vermogen. Wat is het vermogen van de president, dat van vice-president Brunswijk, de ministers, de parlementariërs en andere publieke figuren”, vraagt Breeveld. Volgens hem wordt dat niet bekend gemaakt, maar is dat wel notarieel vastgelegd.

De wet, -zoals de definitie aangeeft-, doet niet slechts denken aan onrechtmatig verkregen voordeel in financiële of materiele zin, maar is veelomvattender. In de publicatie ‘Stof tot nadenken, anticorruptie discussie van de politieke organisatie DA-91′ wordt gesteld en verwezen naar rapportage van de Verenigde Naties, die aangeeft dat corruptie zich op verschillende manieren manifesteert. Het uit zich in omkoping, verduistering, diefstal nepotisme en vriendjespolitiek. Het vernietigt het leven van de burgers en ondermijnt het goed functioneren van overheidsinstituten.

“Het is de kanker van integer bestuur”, zegt DA-91 voorzitter Angelic Del Castilho. Het ondermijnen van overheidsfunctioneren manifesteert zich momenteel binnen de rechterlijke macht. Hoewel volgens Breeveld de anti-corruptiewet onvolledig is, belemmert dat het Openbaar Ministerie niet om gevallen van corruptie aan te pakken. Echter laat het ontbreken van de in de wet genoemde commissie ruimte voor willekeur en verschillende interpretaties, wanneer het O.M op basis van die wet haar werk wil doen.

In de geruchtmakende rechtszaken van de Centrale Bank van Suriname worden verdachten berecht op basis van deze wet. Door het ontbreken van de anti-corruptie commissie die eerst de misstanden moet vaststellen en rapporteren aan de Procureur generaal, vindt de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Maar ook dat er willekeur is en wordt manifest. In deze rechtszaken worden gepleegde handelingen van overheidsfunctionarissen en andere personen uit een bepaalde politieke periode, berecht.

Volgens de verdediging en menig critici gaat het om dezelfde en nog ergere handelingen en misstanden die nu door de huidige regering Santokhi worden gepleegd. Genoemd worden de kwestie New Surfin, de aankoop van grond in Nickerie, het toekennen van publieke werken zonder aanbesteding, en vooral wordt genoemd het nepotisme binnen de regering dat al vanaf dag één van haar aantreden hoogtij viert, maar ook dat het vermogen van de huidige regeerders niet is vastgelegd.

Hierbij mag expliciet worden toegevoegd, gevallen als de benoeming van Maaltie Sardjoe als directeur van een parastataal bedrijf, terwijl tegen haar een strafrechtelijk onderzoek loopt, en de doodgezwegen meer dan ruim SRD 750.000,- die minister Amar Ramadin van Volksgezondheid op vakantie is geconsumeerd zonder dat daar een verklaring voor wordt gegeven. Breeveld legt uit dat de preventieve werking van de wet essentieel is. “Het is de commissie en niet niemand anders, -zeker niet de politiek-, die het Openbaar Ministerie adviseert en de misstanden aangeeft die vervolgd moeten worden. Het voorkomt dat, -zoals we zo vaak hebben meegemaakt-, personen valselijk worden beschuldigd van corruptie”, zegt Breeveld.

Zoals uit het bovenstaande blijkt is de anti-corruptiecommissie onmisbaar en onlosmakelijk aan de wet verbonden, en zeker een ‘must’. Verwijzend naar het boekwerk van haar partij, zegt Del Castilho: “Corruptie is aan de basis van slecht bestuur en is het meest cruciale obstakel om armoede te overwinnen. Volgens berekeningen verdwijnt minimaal 5 procent van het Bruto Binnenlands Product in corruptie. Met een geschat BBP, van 3 miljard US-dollar, betekent het dat minimaal 150 miljoen US-dollar verdwijnt in de zakken van corrupte personen en instanties. Dat wij het moeten accepteren is een groot permanent gebrek van onze samenleving, dat wij maar moeten dragen en ons in moeten berusten. We lopen het risico dat corruptie als normaal gezien wordt. Dit maakt dat de kritiek op corrupt handelen systematisch afneemt. Het wordt gezien als een noodzakelijk kwaad om goede doelen na te streven. Dit straffeloos gedrag heeft verregaande gevolgen”, zegt de politica.

Het is opmerkelijk dat, terwijl de rest van de wereld druk doende is om internationale anti-corruptie plannen inhoud te geven en uit te voeren in overeenstemming met de anti-corruptie Conventie van de Verenigde Naties UNCAC, is Suriname het enig land op deze aardbol die nog niet is toegetreden tot deze conventie.

Op de corruptie index van 176 landen staat Suriname op plek 88 met een score van 37. “We zien dus dat corruptie een samenleving systematisch beroofd van haar groei mogelijkheden, zowel sociaal als economisch”, zegt Del Castilho.

UNITEDNEWS

 

 

 

 

Facebook Comments Box