ANTICORRUPTIEWET KRIJGT STEEDS MEER GESTALTE
De Anticorruptiewet zal in de eerste week van de volgende maand een feit kunnen zijn.
Donderdag is de wet in De Nationale Assemblee (DNA) wederom in behandeling genomen waarbij minister Jennifer van Dijk Silos van Justitie en Politie (Juspol) inging op voorstellen en vragen die door parlementariërs zijn geopperd over het ontwerp dat momenteel onder de hamer ligt. Een deel van de voorstellen is overgenomen door de regering en zijn er ook nieuwe bijgekomen waarin de regering zich in kan terugvinden. Die zullen de komende weken verwerkt worden in het wetsontwerp. Daarna komen regering en parlement rond eind maart of begin april weer in vergadering bijeen om daarover te discussiëren.
De belangrijkste vraagstukken waarop de justitieminister donderdag de nadruk legde hadden vooral te maken met de integriteit van de in te stellen Corruptie Preventie Commissie (CPC), de effectiviteit van de Anticorruptiewet en de mogelijkheden voor personen om meldingen van corruptie te doen bij de CPC zonder te vrezen voor rancune en represaille.
De integriteit van de CPC is bij de twee laatste vergaderingen steeds weer aan de orde geweest. Het parlement vraagt zich af in hoeverre de CPC in staat is te handelen zonder dat het onder druk wordt gezet door onder andere politieke en regeringsinstituten. Volgens minister van Dijk-Silos zal gekozen worden om de CPC tot een onafhankelijk instituut te maken a la het Onafhankelijk Kiesbureau (OKB). Comptabel zal het CPC vallen onder Juspol, maar beleidsmatig en operationeel bepaalt de CPC haar eigen werkwijze zonder beïnvloeding vanuit regeringsinstanties.
Om de effectiviteit van de Anticorruptiewet te waarborgen worden er nog drie ondersteunende wetten geslagen; de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOP), de Wet Ombudsinstituut en de Wet Onderzoeksrecht van De Nationale Assemblee. Het laatste wordt door het parlement zelf gemaakt en is volgens DNA-voorzitter Jennifer Geerlings-Simons qua voorbereiding in vergevorderd stadium.
Om rancune en represaille tegen melders van een corruptie te voorkomen biedt de Anticorruptiewet de mogelijkheid om anoniem aangifte te doen.
Om echter te voorkomen dat personen en instanties onnodig in een kwaaddaglicht worden gesteld door een valse melding zal de anonieme melder wel bekend moeten zijn bij de CPC. De identiteit van de melder zal echter onder geen enkele voorwaarde worden prijsgegeven. Ook zijn in de wet maatregelen opgenomen tegen personen die bewust en doelgericht een valse melding doen.
UNITEDNEWS
