BLIK OP TOERISME

Drs. Martin R. Panday

Een gesprek over branding

Ik had onlangs een gesprek met dr. Rosemarijn Hoefte van de Rijksuniversiteit Leiden. Rosemarijn is historicus en Surinamist en zij was in ons land om een onderzoek te doen naar nation building en nation branding. Het gesprek ging met name over nation branding omdat dr. Hoefte natuurlijk het logisch verband ziet tussen toerisme en branding. Ze wilde van mij weten wat mijn visie was op de branding van ons land. Tja, ik had een mond vol maar het gesprek werd uiteindelijk eentje van zeer vruchtbare aard.

Ik legde Rosemarijn uit dat je eerst zou moeten bepalen waarmee je Suriname zou willen branden. Een toeristische bestemming branden doe je niet zomaar. Je kijkt niet alleen naar jouw onderscheidende maar vooral naar jouw attractieve kenmerken en tegelijkertijd naar de doelgroepen (marktsegmenten) die je beoogt. Wat voor bijzonders heb je te bieden dat voor hen heel interessant is? Daar komt het simpelweg op neer. Als ik mijn studenten toerisme wel eens vraag (en dat doe ik heel vaak) wat Suriname nou zo bijzonder maakt voor toeristen dan krijg ik bijna altijd de volgende antwoorden: mooi weer, lekker eten, de vele culturen, rust (relaxed, vrede etc.) en de ongerepte natuur.

Samen met Rosemarijn liepen wij deze opsomming af. Mooi weer. Hoeveel vakantielanden hebben rotweer? Dus zijn wij daarin onderscheidend? Nee. De meeste tropische vakantiebestemmingen hebben namelijk ook wel lekker weer.

Lekker eten. Dat wij lekker Surinaams eten beschouwen als een absolute voorwaarde voor onze bestaanszekerheid, wil nog niet zeggen dat de toerist watertandend zit te smachten naar onze keuken. Draai het eens om. Als u in den vreemde bent en vijf dagen lang “buitenlands” gegeten hebt, verlangt u dan niet naar een echte bami of tjauw min? Toeristen vinden ons culinair aanbod best wel interessant maar komen echt niet naar Suriname om er lekker te eten.

De vele culturen waar we zo trots op zijn. Wist u hoeveel verschillende nationaliteiten alleen al de stad Amsterdam telt? 178. New York? 193. In London worden er meer dan 300 verschillende talen gesproken. En zo kan ik nog wel doorgaan. Wat ik wel moet toegeven is dat de diverse culturen, die onze Surinaamse samenleving herbergt, wel veel zichtbaarder en meer voelbaar zijn (vooral met Phagwa) dan in de grote steden die ik net noemde. Maar of mensen daar nou echt warm van lopen, valt te betwijfelen.

Dan de rust of de vreedzame samenleving die niet geteisterd wordt door oorlog, geweld of natuurrampen. Ik moet eerlijk toegeven dat Suriname wel lekker is om er te wonen vooral ook vanwege het gevoel van veiligheid (en daarmee bedoel vrijwaring tegen natuurgeweld), de onderlinge culturele acceptatie (ik gebruik met opzet niet het woordje ‘culturele harmonie’) en de vrijheid die je in verschillende opzichten hier hebt.

Maar zou je jouw vreedzame samenleving inzetten als nationale brand? Ik zou dat niet doen. Er zijn genoeg andere vakantiebestemmingen waar toeristen niet worden doodgeschoten omdat zij hun camera weigeren af te geven, gewelddadig worden beroofd of beestachtig worden verkracht. Er zijn ook genoeg andere bestemmingen waar clandestiene touroperators niet met krakkemikkige voertuigen over de kop slaan en passagiers daarbij omkomen. Laten wij niet vergeten wat toeristen in ons land de afgelopen jaren allemaal overkomen is.

De ongerepte natuur, om het rijtje af te maken. Wie naar de documentaire “De Gouden Bergen van Suriname” op Vice heeft gekeken weet dat de ongereptheid van onze natuur behoorlijk onder druk staat. Maar dat terzijde. Door Conservation International zijn wij uitgeroepen tot de “Greenest Nation on Earth”. Zowel Rosemarijn als ik waren het erover eens dat dat nou de brand bij uitstek zou kunnen zijn voor Suriname. Alleen kleeft er een hele grote puist aan een dergelijke slogan. “Green” wordt wereldwijd niet alleen geassocieerd met “groen” in de zin van natuur of ongerepte bossen maar vooral met milieuvriendelijkheid. En daar wringt nu net de schoen. Want hoe milieuvriendelijk zijn wij? In de landen waar onze toeristen vandaan komen is men al veel (en echt heel veel) verder met milieuvriendelijke praktijken. Dan komen ze naar de “Greenest Nation on Earth” en wat treffen ze? Precies! Een met uitlaatgassen en kwik vergiftigde binnenstad, wegwerp- en afvaldumpend gedrag van lokale bewoners, goudwinning in een natuurreservaat, op dieselvarende buitenboordmotoren, massaconcentratie van bezoekers op gevoelige plekken, een met uitdroging bedreigde Bigi Pan en ga zo maar door. Daar ging dus de brandingdroom van Rosemarijn en mij.

Maar ook al zouden wij op een goede branding van Suriname komen; er is iets anders dat de branding van ons land tot nu toe in de weg staat. En dat is consistentie en diepgang. De ene keer pogen wij onszelf te branden met “the Beating Heart of the Amazon” dan weer met “the Green Caribbean” en weer een andere keer waren we: “Suriname, home of various cultures”. Make up your mind! Bovendien zeggen al deze slogans weinig zinnigs over Suriname en klinken ze als goedkope commercials waar nauwelijks over is nagedacht.

Ik denk dat ik Rosemarijn eerder hoofdpijn dan relevante informatie bezorgd heb…


Drs. Martin Panday, columnist de Ware tijd, “Blik op Toerisme”, zaterdag 5 december 2015

Facebook Comments Box