BRANDSTOFPRIJS HEEFT MEER FACTOREN DAN ALLEEN WERELDMARKTPRIJS
Het bepalen van de prijs van brandstof bij de verschillende pompen is een economische werking waarbij verschillende factoren op verschillende momenten een belangrijke rol spelen. In de gemeenschap wordt boos en geïrriteerd gereageerd op de laatste verhoging van diesel en gasoline.
De stelling dat de prijs voornamelijk wordt bepaald door een daling of stijging van de internationale marktprijs voor ruwe olie is volgens Sonja Sewgobind, hoofd Algemeen Economische Beleid van het ministerie van Handel, Industrie & Toerisme, slechts een van de factoren. Er zijn veel meer factoren die de prijs bepalen, zoals uit welke regio gekocht wordt, de raffinaderij waar de ruwe olie is verwerkt en opgekocht, maar ook afspraken tussen oliemaatschappijen en raffinaderijen. Voor de Surinaamse actualiteit en de maatschappelijke discussie is het inkoopmoment waarop de oliemaatschappijen brandstof inkopen een cruciale factor.
“Niet de wereldmarktprijs van de dag bepaalt de prijs bij de pomp”, zegt Sewgobind. Dinsdag zijn de prijzen voor diesel en gasoline ‘drastisch omhoog gegaan, terwijl op die dag er juist een daling is geweest van de internationale marktprijs. “Maar de oliemaatschappijen hebben hun brandstof niet op dinsdag ingekocht. Dat hebben zij ongeveer twee weken terug gedaan, op een moment dat de internationale prijs voor ruwe olie hoger lag dan die van afgelopen dinsdag. Overigens wordt aan de pomp geen ruwe olie verkocht maar een daaruit vervaardigd product. De olieproducenten produceren een ruw product. Dat gaat dan weer naar verschillende raffinaderijen. ( dit proces voltrekt zich ook in Suriname bij Staatsolie…….red). In de raffinaderijen worden eindproducten als kerosine, diesel, gasoline en andere producten gemaakt. Die producten hebben, weer met andere factoren te maken. Zij hebben elk een andere prijs, gebaseerd op de internationale prijs voor het ruw product.
In de Surinaamse situatie doen de oliemaatschappijen SOL en Gow2, verschillend van elkaar een aanvraag bij het ministerie van H.I&T om nieuwe pompprijzen vast te stellen. De oliemaatschappijen zijn overigens de houders van de pompen waar de consument het product koopt. Enid Bergval van Gow2 , zegt dat de aanvraag door deze maatschappij wordt gedaan volgens een door het ministerie opgesteld formaat. Bij de prijsaanvraag worden meegenomen de inkoopprijs en de winstmarge die is vastgesteld door het ministerie. “Onze inkoopprijs van olie hangt af van het tijdstip van de inkoop alsook de grootte van de batch ( partij) en de afspraken met de leverancier. Sewgobind bevestigd dit proces. Zij voegt er aan toe dat de oliemaatschappijen bij de aanvraag ook hun inkoopfacturen moeten overleggen. Dus waar, hoeveel en wanneer er is ingekocht. Zij benadrukt dat het ministerie slechts een controle doet op de aanvraag en geen prijs bepaald.
Government take en winstmarge
Bij de aanvraag van de oliemaatschappijen om nieuwe pompprijzen vast te stellen, wordt door het ministerie wel, de bij wet vastgestelde government take bijgevoegd. Het totaal wordt dan in een beschikking van de raad van ministers vastgesteld waarna HI&T de uiteindelijke pompprijs vrijgeeft. “Onze inkoopprijs van olie hangt af van het tijdstip van de inkoop, alsook de grootte van de partij en de afspraken met de leverancier”, zegt Bergval van Gow2. Volgens haar fluctueert de wereldmarktprijs steeds weer. Zij bevestigt dat de effecten van die fluctuatie niet direct te merken zijn aan de prijs bij de pomp. Over de winstmarge die de oliemaatschappijen toevoegen bij het aanvragen van een nieuwe prijs bij de pomp, willen maatschappijen geen cijfers noemen. Dit uit het oogpunt van concurrentie. De winstmarge is bij elke maatschappij verschillend. Bergval wijst er op dat de oliemaatschappijen uit deze marge hun operationele kosten moeten dekken. Het gaat om opslag, onderhoud, transport en levering aan de pompen, als ook administratieve handelingen. De winstmarge kent geen fluctuaties. Die is vooraf vastgesteld door het ministerie. Sewgobind zegt dat de winstmarge bij beschikking is vastgesteld op USD 0.12,5 voor diesel en gasoline zonder additieven en USD 0.13 voor gasoline met additieven “ Het is echter wel een gezamenlijke winstmarge voor oliemaatschappijen en pomphouders. Die twee spreken met elkaar een verdeelsleutel af. De winstmarges tussen bijvoorbeeld SOL en Sol-pomphouders, hoeft niet dezelfde te zijn met die van Gow2 en Gow2-pomphouders”, zegt Sewgobind.
UNITEDNEWS|WILFRED LEEUWIN