BREEVELD PLAATS VRAAGTEKENS BIJ RELIGEUZE KOPPELING IN HANDVEST OIC

Paramaribo – De fractie van Democratie en Ontwikkeling in Eenheid (DOE) kan zich niet terugvinden in de vele verwijzingen, naar het Islamitisch geloof in het handvest van deze organisatie.  Het wekt de indruk dat dankzij de toewijding van Suriname aan de Islam het land in aanmerking komt voor financiële ondersteuning. Dit kan voor precedenten schapen in de toekomst”, zegt DOE-fractieleider Carl Breeveld.  De Islamitische Ontwikkelingsbank heeft Suriname een projectmatige lening van USD 1.75 miljard toegezegd. Voorwaarde voor het krijgen van leningen  van deze instellingen is wel het lidmaatschap van de OIC en ratificeren van  haar handvest.

Suriname is wel lid van de OIC. Het in 2011 herziene handvest van de OIC is wel getekend door de regering, maar niet geratificeerd, wat wil zeggen dat het nog niet is gesanctioneerd door de Nationale Assemblee. Minister Neermala Badrising van Buitenlandse Zaken die in het parlement, de positie van Suriname, de voordelen bij het lidmaatschap en het ratificeren van het handvest verdedigde zegt dat de religieuze verwijzingen in het handvest geen consequenties heeft voor Suriname.

Dit heeft Breeveld echter niet kunnen overtuigen. De DOE-fractievoorzitter wijst er op dat Suriname

een multireligieus land is en dat in het handvest te scherpe voorwaarden worden gesteld.

Breeveld wijst er op dat in het handvest in duidelijke bewoordingen, wereldvrede, economische vooruitgang, en andere ontwikkelingsvraagstukken worden opgehangen aan het beschermen en naleven van Islamitische waarden en  normen.  Lidstaten zouden zich ook moeten inzetten voor het bevorderen van een Islamitische handelsmarkt en de ondersteuning van de Palestijnse staat.  Breeveld wil van de regering weten als Suriname in het laatste een duidelijk standpunt heeft ingenomen, omdat Suriname duidelijke relaties onderhoud met Israel.  Dat in het handvest wordt aangegeven dat de Islamitische wetgeving de basis en het uitgangspunt is voor de OIC, baart Breeveld zorgen.

Breeveld wijst er op dat in de grondwet duidelijk staat vermeld dat een ieder het recht heeft op vrijheid van Godsdienst. “Staan we als staat wel in voor hetgeen in het handvest staat , hebben we de gemeenschap voldoende hierop voorbereid.  Als het volgens de regering geen invloed heeft op ons multireligieus land waarom staat het dan in het handvest als voorwaarde, dan kan het evengoed worden weggelaten”, zegt Breeveld.

UNITEDNEWS/WILFRED LEEUWIN

Facebook Comments Box