BUITENLANDSE DIENST BUZA WORDT EINDELIJK BIJ WET GEREGELD

Voorzitter André Misiekaba van de parlementaire commissie

Bijna 43 jaar na de staatkundige onafhankelijkheid IN 1975, is het voor het eerst dat  Suriname een wet in het leven roept voor hoe en door wie het wordt vertegenwoordigd in het buitenland. De buitenlandse vertegenwoordiging zal nu volgens de wet ‘Buitenlandse dienst’ anders worden ingericht.

In De Nationale Assemblee is dinsdag in commissie verband een begin gemaakt met de behandeling van de conceptwet, ‘Buitenlandse dienst’. De buitenlandse dienst wordt nu nog geregeld door interne regels en circulaires van het ministerie en de raad van ministers. Het is dan ook niet vreemd dat in de afgelopen jaren verschillende diplomaten en andere personen deze regels bij de rechter hebben weten aan te vechten om, wat op Buza genoemd wordt, hun materieel inhoudelijk recht aan te vechten, omdat regelingen van materiele aard altijd in twijfel getrokken kunnen worden. Veel van deze rechtszaken hebben te maken met financiële en materiele vergoedingen waarop de diplomaten en hun gezinnen menen recht te hebben en volgens hen niet goed zijn geregeld of worden nageleefd. Hoewel deze werkwijze ook zijn positieve kanten heeft gehad, is het ongewenst, vindt het parlement nu. Voorzitter André Misiekaba van de parlementaire commissie die de wet samen met Buza heeft voorbereid, zegt dat een formele aanpassing dringend nodig is. Regels op momenten en circulaires zijn van de vorige eeuw. De nieuwe wet streeft een betere integratie na tussen het thuisfront en de posten in het buitenland. Daarnaast kan beter worden ingespeeld op hoe de uitdagingen van de moderne tijd aan te pakken, terwijl het Surinaams belang optimaal wordt gediend.

Inspelend op wat internationaal gangbaar is, zal de buitenlandse vertegenwoordiging worden opgehangen aan vastgestelde internationale diplomatie. Misiekaba zegt dat steeds een goede afweging moet worden gemaakt van de personele samenstelling en de kosten voor een buitenlandse missie. “Het gaat om politieke en technische deskundigheid. Als klein land moeten we er steeds naar toe werken om de beschikking te hebben over hoog opgeleide carrière diplomaten die regeringen en regiems overschrijden. Hun politieke engagement moet ondergeschikt zijn aan het uit te voeren programma. Dat programma moet dan weer afgestemd zijn op een lang termijn vastgesteld buitenlands beleid door brede politieke consensus”, zegt de commissievoorzitter. Volgens hem is de rol die een Surinaams diplomatiek instituut hierin speelt dan ook erg cruciaal.

Misiekaba wijst er ook op dat Suriname zich verbonden heeft aan twee belangrijke verdragen over diplomatiek verkeer maar dat er geen wet is die daar invulling aan geeft.

Daarnaast zijn er in de grondwet zelf behoorlijke en strikte wetsartikelen opgenomen die het buitenlands beleid ordenen. Een daarvan is dat het instituut van de president in beginsel gestalte geeft aan het buitenlands beleid. De wet die nu in behandeling is, is al de raad van ministers gepasseerd. Zo als het er nu uit ziet zijn zowel de coalitie als de oppositie het eens over de inhoud van deze nieuwe wet. Echter moet de wet nog in het openbaar worden behandeld waar alle fracties nog aan het woord moeten komen en de regering antwoorden zal moeten geven op gestelde vragen.

UNITEDNEWS

 

 

Facebook Comments Box