CHAOTISCHE SITUATIE IN KAZACHSTAN LEIDT TOT HOGERE OLIEPRIJZEN

De onrustige situatie in Kazachstan heeft voor een stijging van de olieprijzen gezorgd. Vorige week steeg de prijs van een vat Brentolie met 5 procent naar 83 dollar (zo’n 73 euro). Dat is het hoogste prijsniveau sinds de daling die eind november werd ingezet vanwege de vrees voor de omikronvariant van het coronavirus.

Kazachstan staat te boek als een van de grootste olieproducenten in Centraal-Azië. Het land was in 2020 nog goed voor het oppompen van gemiddeld 1,8 miljoen vaten olie per dag. Investeerders vrezen dat de chaos in het land voor problemen zorgt in de bevoorrading. Volgens verschillende marktkenners is de productie van olie in het land door de onrusten “aangetast”, al gaat de productie in de grootste velden van het land vooralsnog door.

De uraniummarkt lijkt beter bestand tegen de problemen, hoewel Kazachstan de op een na grootste producent van uranium ter wereld is. De uraniummijnen van het land bevinden zich in afgelegen gebied in het zuiden. De protesten hebben de winning ervan nauwelijks geraakt.

Als directe aanleiding van de chaos in het Centraal-Aziatische land wordt de stijging van de prijs voor vloeibaar petroleumgas (lpg) genoemd. Kazachen gebruiken deze brandstof veel, bijvoorbeeld voor hun auto’s. Die stijging van gasprijzen was de druppel die de emmer deed overlopen. Er is al langer veel onvrede in het land over de ongelijke verdeling van welvaart.

Niet voor niets begonnen de protesten in het westen van Kazachstan, waar het grootste gedeelte van de olie wordt gewonnen. De winning van olie, maar ook van andere belangrijke delfstoffen zoals dus uranium, maakt Kazachstan tot een van de rijkste landen in Centraal-Azië. Maar de inwoners van de regio’s waar olie wordt gewonnen, merken daar zelf weinig van. Die onvrede explodeerde toen vorige week gas ook nog eens bijna twee keer zo duur werd. Duizenden mensen gingen de straat op. Betogers bestormden overheidsgebouwen in Almaty, de grootste stad van het land. De protesten verspreidden zich al snel naar de rest van het land. Vooral in de grootste stad Almaty liep het flink uit de hand.

Waar demonstraties normaal gesproken met groot gemak worden neergeslagen, hadden de autoriteiten woensdag moeite met de omvang van de protesten. Hierdoor konden de demonstranten enkele overheidsgebouwen bestormen en vliegvelden innemen. Het gemeentehuis van Almaty en de presidentswoning werden in brand gestoken. Dit was voor president Kassym-Jomart Tokayev de reden om de noodtoestand in Almaty en de olierijke regio’s uit te roepen.

De autoriteiten grepen vervolgens hard in. De politie schoot op demonstranten en gebruikte traangas om hen uit elkaar te drijven. In totaal kwamen enkele tientallen mensen om het leven, onder wie zeker twaalf agenten. Ook werden er duizenden mensen gearresteerd. Na de escalatie op woensdag besloot de Kazachse regering onder leiding van Tokayev om ontslag te nemen. Ook werd oud-president Nursultan Nazarbayev ontslagen als voorzitter van de veiligheidsraad en werden de gasprijzen weer verlaagd. Dat haalde tot nu toe weinig uit. De Kazachse crisis klinkt ver weg, maar raakt ook de rest van de wereld.

Of dit uiteindelijk ook gevolgen zal hebben voor de brandstofprijzen in Suriname, valt nu nog niet te voorspellen.

Al jaren voert Kazachstan de lijst met grootste uraniumproducenten aan en het is dus ook een belangrijke speler in de olie-industrie. Beleggers en handelaren reageerden daarom nerveus op de ontwikkelingen in het land: de prijzen van olie schoten vorige week donderdag al omhoog.

WERELDNIEUWS

Facebook Comments Box