COCOSCULTUUR SURINAME KRIJGT NIEUWE IMPULS

Met ondersteuning van het Caribbean Agricultural Research and Development Institute (CARDI) wordt de cocoscultuur in Suriname nieuw leven ingeblazen.

CARDI, één van de werkarmen van de Caricom is momenteel bezig deze sub-agrarische sector in de lidlanden weer op  poten te zetten of te bevorderen. Het ‘Coconut Industry Development for the Caribbean’ project, dat medegefinancierd wordt door de Europese Unie (EU) en ondersteund wordt door de ACP-landengroep, wordt in elf Caribische landen uitgevoerd. Deze week vertoefde een delegatie van CARDI geleid door projectcoordinator Maurice Wilson in Suriname, waarbij een veldbezoek aan Coronie is gebracht. 

Cocos is een veelzijdig gewas waarvan talrijke producten gemaakt kunnen worden. Met de verschillende componenten, zoals marketing development en product development kan dit project een aanzienlijke bijdrage leveren aan de economische ontwikkelingen van Suriname. Districtscommissaris (DC) Remy Tarnadi van Coronie, is zeer ingenomen met het project.

Door het Regionaal Cocosproject kan de cocoscultuur die door de jaren heen sterk achteruit is gegaan, weer tot bloei komen.

Uit de gesprekken met de organisatie is gebleken dat er goede perspectieven zijn. Het ligt echter aan Suriname om te kijken hoe de draad weer op te pakken. Vooral jongeren zullen gestimuleerd worden om activiteiten in de cocosindustrie te ontplooien. “Wij zullen een start maken door op alle schoolerven cocosbomen te planten, zodat de kinderen op school ook in die belangstellingsfeer worden gebracht”, zegt Tarnadi.

Hij legt verder uit dat bestaande cocosaanplanten gerehabiliteerd zullen worden, terwijl ook nieuwe plantages zullen worden aangelegd. “Het is weliswaar een regionaal project, maar ik ben ervan overtuigd dat Coronie een wezenlijke bijdrage zou kunnen leveren in dit geheel. Het ligt totaal aan de Coroniaanse gemeenschap, willen wij weer ontwikkeling in dit district”, aldus de districtscommissaris. Hij wijst er voorts op dat de boedelproblematiek een grote rol speelt bij de verdere ontwikkeling van de sector. Veel jongeren in Coronie willen met cocosteelt beginnen, maar omdat ze geen perceel hebben lukt dat niet zo goed.

Tijdens een persconferentie vrijdag zijn over het project mededelingen gedaan door projectleider Wilson en zijn Surinaamse counterart Mohamed Kodhabaks van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Beide spraken lovend over de economische potentie van de cocossector voor het Caribisch gebied. Om het hoogste rendement uit deze sector te halen zal echter aan bepaalde internationale standaarden voldaan moeten worden. Een daarvan is adequate toezicht op de hygiënische productie van cocoswater. Momenteel doet elke producent dat op zijn eigen manier, maar daar dient verandering in te komen. Wilson was in november ook al voor oriëntatie in Suriname. Toen werden ook al bezoeken gebracht aan de Pilot Kokoskwekerijen en Integrated Pest Management (IPM) Plots. Tijdens het bezoek aan de verschillende kokoskwekerijen in de districten Brokopondo, Para, Wanica en Coronie, heeft Wilson aangegeven dat er gelet moet worden op de weerbaarheid van de planten tegen plagen en ziekten.

De EU financiert het totaal project voor 3.5 miljoen euro met middelen uit het 10e Europese Ontwikkelingsfonds voor een duur van 4 jaar. Het project werd gegund aan het Zwitserse International Trade Centre (ITC) dat vervolgens CARDI aantrok voor de uitvoering. Behalve Suriname nemen ook Belize, Dominica, de Dominicaanse Republiek, Guyana, Jamaica, St. Lucia, St. Vincent en de Grenadines en Trinidad and Tobago. De bedoeling is dat Suriname in 2018 in staat moet zijn zelf plantmateriaal van de verschillende cocosnootvariëteiten te maken. Voorts zal worden nagegaan welke eindproducten in het land geproduceerd kunnen worden waarbij de internationale veiligheidsstandaarden in acht zullen worden genomen.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box