COLUMN | DE HOUTSECTOR LAAT ZIEN WAT SURINAME TE WEINIG DOET: WAARDE TOEVOEGEN!

Foto compilatie:Host: Henk-John Guicherit, Cornelly Oliveira. Mede-eigenaar Taco Oso, Anne-Greet Dilweg. Directeur Randoe Meubelen

Business Radio: Na de Uitzending…..Wat mij in de uitzending van deze week het meest opviel, was dat het gesprek over de houtsector eigenlijk over iets veel groters ging dan hout alleen. Op papier ging het over meubels, prefab woningen, kwaliteit, vakmanschap en ondernemerschap. In werkelijkheid ging het over een vraag die al jaren boven de Surinaamse economie hangt: waarom voegen wij zo weinig waarde toe aan wat we zelf hebben?

Aan tafel zaten twee ondernemers die laten zien dat het ook anders kan. Niet hout zien als iets dat je zo snel mogelijk kapt en verkoopt, maar als grondstof voor een beter eindproduct. Niet blijven hangen op rondhout of bulk, maar doordenken naar design, afwerking, verwerking, woningbouw en merkwaarde. Dat is economisch simpel gezegd altijd de betere route. Hoe verder je in de keten omhoog gaat, hoe meer waarde je zelf houdt.

Bij Randoe Meubelen zie je dat terug in kwaliteit en duurzaamheid. Drie generaties lang, met de keuze om niet af te doen aan de standaard om sneller of goedkoper te verkopen. Dat is niet alleen een ondernemerskeuze, maar ook een positionering: je koopt geen meubel voor even, maar voor lang. Bij Tako Oso zie je iets anders, maar even relevant: hout als basis voor een lokaal, relatief snel en betaalbaar woningproduct, met prefab- en turnkey-elementen, van walaba hout, aangepast aan Surinaamse omstandigheden. Ook dat is waarde creatie.

Wat beide verhalen bindt, is dat zij hout niet als eindpunt zien, maar als beginpunt.

En precies daar gaat het in Suriname te vaak mis.

We praten al decennialang over natuurlijke rijkdom alsof bezit op zichzelf al een verdienmodel is. Dat is het natuurlijk niet. Rijkdom zit niet in wat je hebt, maar in wat je ermee doet. Rondhout uitvoeren is makkelijk. Een goed meubel ontwerpen, produceren en verkopen is moeilijker. Een duurzame woning ontwikkelen uit lokaal hout is ingewikkelder dan een container prefab uit het buitenland laten komen. Maar precies in die extra stap zit de echte economie.

In het gesprek werd vrij open gezegd dat er in Suriname nog steeds een misvatting leeft rond hout. Alsof een houten woning iets is voor arme mensen. Dat is natuurlijk een merkwaardige gedachte in een land met een houten binnenstad waar mensen van over de hele wereld voor komen kijken. Het zegt iets over hoe scheef onze economische beeldvorming soms is. Wat lokaal is, wordt te snel gezien als minderwaardig. Wat geïmporteerd is, krijgt automatisch meer status. En precies die reflex maakt lokale productie zwakker dan nodig.

Daar zit ook een bredere les in voor beleid. Als ondernemers zeggen dat lokaal produceren in de praktijk zwaarder belast of minder gestimuleerd wordt dan import, dan moet je dat serieus nemen. Want dan organiseer je als land je economie bijna tegen jezelf in. Dan roep je wel dat je productie en verwerking wilt stimuleren, maar in de praktijk maak je handel eenvoudiger dan maken. Op de lange termijn is dit verarming.

Wat mij verder opviel, was dat beide ondernemers uiteindelijk weer uitkwamen bij hetzelfde knelpunt dat we in Suriname in veel sectoren horen: arbeid en vakmanschap. Er is te weinig structurele beroepsopleiding. Mensen moeten in het bedrijf zelf worden opgeleid. Dat is bewonderenswaardig aan de kant van de ondernemer, maar ook een signaal van systeemzwakte. Een land dat serieus wil industrialiseren of lokale productie wil opschalen, kan niet blijven vertrouwen op alleen leerbanen in individuele bedrijven.

En toch zat er ook iets hoopvols in het gesprek. Beide gasten lieten zien dat samenwerking wel degelijk mogelijk is. Niet alles zelf willen doen, maar werken met partners, met uitbesteding, met kleinere makers, met vakmensen die op onderdelen meeleveren. Dat is precies hoe een sector body krijgt. Niet alleen door één groot bedrijf, maar door een ecosysteem van kleinere spelers die samen kwaliteit kunnen dragen.

Dat is voor mij uiteindelijk de kern van deze uitzending. De dames aan tafel lieten zien wat Suriname veel vaker zou moeten doen: minder denken in grondstof, meer denken in eindproduct. Minder trots op wat uit de grond of uit het bos komt, meer focus op wat wij er hier zelf van kunnen maken. Minder import als reflex, meer productie als strategie.

De les van deze week is voor mij daarom helder: een land wordt niet rijk van wat het heeft.

Een land wordt rijk van wat het weet toe te voegen.

En precies daar ligt voor Suriname nog altijd de echte uitdaging.

Business Radio neemt een break.

Tot ziens in oktober, Henk-John.

ADVERTORIAL

 

 

Facebook Comments Box