COLUMN | HET ONDERWIJS HEEFT NIET ALLEEN EEN LERARENTEKORT, MAAR EEN AANTREKKELIJKHEIDSPROBLEEM

Foto: Henk-John Guicherit, minister van Onderwijs Dirk Currie en Lucille Dijksteel, directeur van het Adfontes College en het NOS Particulier Onderwijs.

Business Radio: Na de Uitzending….. Wat mij in de uitzending van deze week het meest opviel, was dat het gesprek over werken in het onderwijs eigenlijk over iets veel groters ging dan het tekort aan leerkrachten alleen.

Op papier ging het over vacatures, salarissen, werkdruk, grote klassen en mensen die het onderwijs verlaten. In werkelijkheid ging het over een fundamentelere vraag: waarom zou een jonge Surinamer vandaag nog bewust kiezen voor een carrière in het onderwijs — en vooral: waarom zou hij of zij blijven?

Aan tafel zaten minister van Onderwijs Dirk Currie en Lucille Dijksteel, directeur van het Adfontes College en het NOS – Particulier onderwijs. Daarmee zaten twee perspectieven tegenover elkaar die elkaar nodig hebben, maar niet automatisch hetzelfde kijken naar het probleem.

De overheid kijkt onvermijdelijk naar het systeem: beschikbare middelen, formatie, opleidingen, regelgeving en hervormingen. De school kijkt iedere ochtend naar de werkelijkheid: staat er vandaag voldoende gekwalificeerd personeel voor de klas? En precies in dat verschil zat voor mij de waarde van het gesprek.

Want over het lerarentekort praten we inmiddels al jaren. We weten dat leerkrachten vertrekken naar Nederland, Curaçao en Sint Maarten, waar salarissen en arbeidsvoorwaarden aantrekkelijker zijn. We weten dat de werkdruk hoog is. We weten dat klassen groot kunnen zijn en dat scholen moeite hebben vacatures te vullen.

Maar zolang we het probleem blijven definiëren als “we hebben meer leerkrachten nodig”, missen we volgens mij de kern. De echte vraag is: wat bieden wij iemand die voor het onderwijs kiest?

Natuurlijk speelt salaris daarin een belangrijke rol. Je kunt niet eindeloos spreken over de maatschappelijke betekenis van het beroep en vervolgens verwachten dat waardering een ontoereikend inkomen compenseert.

Maar het gaat niet alleen om geld. Het gaat ook om werkdruk. Om perspectief. Om begeleiding. Om de kwaliteit van schoolleiding. Om de middelen waarmee iemand moet werken. Om groepsgrootte. Om mogelijkheden om zich professioneel te ontwikkelen. En uiteindelijk ook om status.

We kunnen niet enerzijds zeggen dat onderwijs de basis vormt van onze ontwikkeling en anderzijds het beroep dat die ontwikkeling mogelijk moet maken structureel onaantrekkelijk laten worden.

Daar zit een vreemde tegenstelling. We spreken in Suriname graag over human capital. Over economische diversificatie. Over olie en gas. Over digitalisering. Over ondernemerschap en productiviteit.

Maar al die ambities beginnen uiteindelijk ergens in een klaslokaal. Zonder goede leerkrachten geen goed onderwijs. Zonder goed onderwijs geen sterke beroepsbevolking. En zonder sterke beroepsbevolking blijven veel van onze economische ambities vooral plannen op papier.

Daarom vond ik ook de vergelijking met andere sectoren interessant. Wanneer er tekorten ontstaan aan bepaalde professionals, proberen organisaties normaal gesproken na te denken over retentie: wat moet ik doen om mensen binnen te halen én te houden? In het onderwijs lijkt die tweede vraag soms minder urgent te worden gesteld.

We leiden mensen op. Vervolgens vertrekken sommigen naar het buitenland of naar een andere sector. Daarna constateren we opnieuw dat er een tekort is. Dan heb je niet alleen een opleidingsprobleem. Dan heb je een retentieprobleem. En daar kan de verantwoordelijkheid ook niet uitsluitend bij de overheid worden gelegd.

Schoolbesturen en directies hebben eveneens invloed op de omgeving waarin mensen werken. Een goede schoolleider kan geen nationale salarisstructuur veranderen, maar wel cultuur, begeleiding, waardering, organisatie en de dagelijkse kwaliteit van het werk.

Tegelijkertijd kan een schooldirecteur onmogelijk structurele problemen oplossen die voortkomen uit financiering, regelgeving en arbeidsvoorwaarden.

Het is dus niet overheid óf school. Het is overheid én school. En juist daarin vond ik de verschillende perspectieven aan tafel uiteindelijk productief. De overheid moet de vraag beantwoorden: hoe maken we het beroep structureel aantrekkelijker? De onderwijspraktijk stelt de vraag die daar direct achteraan hoort: wat heeft een leerkracht vandaag nodig om zijn of haar werk goed te kunnen doen?

Voor mij zit daar uiteindelijk de kern van deze uitzending.

Het lerarentekort is niet alleen een tekort aan mensen. Het is ook een signaal van hoe aantrekkelijk — of onaantrekkelijk — wij het beroep hebben gemaakt. En misschien moeten we daarom stoppen met telkens opnieuw te vragen waar we meer leerkrachten vandaan halen.

De betere vraag is waarom de leerkrachten die we hebben zouden willen blijven. De les van deze week is voor mij daarom helder: een land dat goed onderwijs wil, moet niet alleen investeren in scholen en curricula, maar vooral in de mensen die iedere dag voor de klas staan. Want uiteindelijk kun je geen onderwijsstelsel sterker maken dan de mensen die het moeten dragen.

ADVERTORIAL|BUSINESS RADIO

 

 

 

 

 

 

 

Facebook Comments Box