COLUMN: KIKKER IN DE PAN

De wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten zijn geen instituten door God ingesteld en uitgemaakt door Engelen en andere bovenmenselijke wezens. Zij zijn door onszelf in leven geroepen met als doel onze samenleving te behoeden voor chaos en anarchie. Ten alle tijde. De mensen die deze taak hebben gekregen maken onderdeel uit van deze zelfde samenleving en horen daarom ook hun taak vanuit dit gegeven uit te voeren. Gezien de wijze waarop wetgevers omgaan met rechtszaken en rechtsprekers omgaan met wetten, stemt niet gerust.

Wetten maken zonder in te grijpen in een mogelijk rechtsproces is onmogelijk. Is het doel van wetten maken en veranderen niet juist om onder andere het rechtsprekend proces bij te sturen? Proberen wij als mensen niet anders met de natuur haar onveranderlijke wetten? Recht is geen rechtvaardigheid maar een middel dat daar toe zou kunnen leiden. Rechters zijn geen moraalridders die rechtvaardigheid doen gelden, maar wikken en wegen op grond van de wet. Hoe vaak wordt niet iemand vrij gesproken waarvan enkel en alleen het wettig bewijs niet kan worden geleverd? Wetgevers op hun beurt mogen nooit en te nimmer aan gelegenheidswetgeving doen. Soms gebeurt dit wel. In Noord Korea. Vroeger Zuid Afrika. Haïti onder Papa en Baby Doc. In het zuiden van het Surinaams Paradijs op aarde, het land van Koning Willem en Koningin Maxima, daar waar menige inwoner bij poenale sanctie meteen denkt aan een nieuwe belastingmaatregel, hebben ze eenmaal per jaar heel veel plezier. Tijdens het carnaval wordt in menige stad de macht tijdelijk gelegd in de handen van Prins Carnaval, die wordt bijgestaan door een heus kabinet. Prins Carnaval wordt je niet zo maar. Daarvoor moet je prominent lid zijn van een carnavalsvereniging. De Prins wordt, in tegenstelling tot de Burgemeester, gekozen. Typisch voor het carnaval zijn de vrolijke kostuums, de carnavalsoptochten en natuurlijk de liedjes. Zo een carnavalslied spookt al een poosje door mijn hoofd. De tekst van het liedje luidt: “Zo’ne goeie hebben wij nog niet gehad”. Maal 30. Of 40. Geschiedenis is niet altijd even leuk, vooral de onze niet. Daarom lijden wij aan collectief geheugen verlies en is het nog niet tot den grootte massa doorgedrongen dat wij nog nooit zo een goeie hebben gehad. Goeie verzameling aan rampzaligheden wel te verstaan. Elke natuurwetenschapper is bekend met de theorie of de praktijk van het kikkerexperiment: zet een kikker in een pan met koud water en zet de pan op het vuur. Het beestje zwemt dan heerlijk rond, genietend van het steeds warmer wordende water. Op bepaald moment houdt het amfibie op met zwemmen, om niet lang daarna heerlijk gekookt opgediend te kunnen worden. Wordt dezelfde kikker in een pan met heel heet water gezet, laat het één van zijn vele kunsten zien en springt meteen uit de pan. Natuurlijk moet het experiment in omgekeerde volgorde worden uitgevoerd, maar wij zijn in Suriname en dan maakt volgorde niet zoveel uit. De redenering hier is ook: “Een huis is een dak boven het hoofd, dus als je een huis bouwt moet je als eerste het dak bouwen en dan de rest”. Maar goed. Ons kikkertje. Dat zijn wij dus. De mensen die dit land bevolken. Langzaam maar zeker is de kwaliteit van ons bestuur op vrijwel alle gebieden zo erg geërodeerd, dat het kikkertje al stil ligt en het finale moment af wacht. De grote vraag is of het vuur onder de pan uitdoen nog zin heeft. De ontwikkelingen op de belangrijkste gebieden van ons bestaan: onze toekomst en ons heden oftewel het onderwijs en de natuurlijke hulpbronnen, stemmen niet optimistisch. Het is al lang, heel lang geleden dat er nog zinnige dingen op Natuurlijke Hulpbronnen gebied gebeurt zijn. Vooral het afgelopen jaar mag als een nieuw dieptepunt gezien worden. DOE daarom maar  gauw weg, denk ik als al die onzinnigheid van die mini ster-die-ontslag-neemt-maar-niet-weg-wil en zijn gevolg op een rijtje zet. De tijden van Albert Cameron en Frank Essed zijn al heel lang vervlogen en zelfs van de schimmen van hun denken lijkt er niet veel over meer te zijn. Genetisch zijn die Cameron en deze Cameron met elkaar verbonden, dus heeft het onderwijs mijn bijzondere aandacht. En omdat bij chaos en wanorde je altijd terug moet naar de basis, heb ik de nu zo populaire wet van de grond geraapt en opgezocht over wat de hoofdwetten van het onderwijs zijn. Deze hoofdwetten staan opgetekend in Hoofdstuk VII, Dertiende afdeling, Artikel 39:

  • De Staat erkent en waarborgt het recht van alle burgers op onderwijs en biedt hun gelijke kansen op scholing
  • Bij de uitoefening van zijn onderwijsbeleid is het de plicht van de Staat om:
    1. verplicht en vrij lager onderwijs te verzekeren;
    2. duurzaam onderwijs te verzekeren en analfabetisme op te heffen;
    3. alle burgers, in overeenstemming met hun capaciteiten toegang tot de hoogste niveaus van onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en kunstzinnige schepping mogelijk te maken;
    4. in fasen, vrij onderwijs op alle niveaus te verstekken;
    5. het onderwijs af te stemmen op de productieve en sociale behoeften van de samenleving.

Ja, dat heeft u goed gelezen. Vrij onderwijs. Dus als de regering maatregelen aankondigt die in fasen het onderwijs op alle niveaus minder vrij verstrekbaar maakt, dan is er pas sprake van een echte constitionele crisis. Dat er particuliere instellingen zijn die tegen betaling onderwijs aanbieden, mag en daar is niets mis mee. Die instellingen zouden een zekere meerwaarde aanbieden door uniciteit, bijzondere onderwijsfaciliteiten en uitzonderlijke kwaliteit van docenten. Van dat laatste is vanwege de erosie in onderwijsland alleen nog in uitzonderlijke gevallen sprake, maar het gaat om de gedachte. De Staat daarentegen dient alles wat in haar vermogen ligt te doen om haar taak, zoals het volk haar heeft opgedragen middels het aannemen van de Grondwet, naar behoren te doen. Sinds jaar en dag wordt op alle niveaus onderwijshobbyisme bedreven en daarvoor betalen wij nu en onze kinderen en kleinkinderen straks, de prijs.

 

Columnist: Rogier I. Cameron

Facebook Comments Box