COLUMN: SRANANG SANI.. WI SNESI
Er kan in het leven van de grootste optimist een moment aanbreken dat hij/zij/het beseft dat het glas niet halfvol is, maar steeds leger wordt. Aan de vooravond van de 42ste jaardag van de natie is er groot lek geslagen in de bodem van het halfvolle toekomst glas.
“Waar heeft die figuur het weer over?”, denkt U vast. Deze figuur heeft het over een bepaalde graadmeter van ons bestaan als land. En wel de graadmeter voor dienstbaarheid aan de samenleving. Deze graadmeter is zoek, kwijt, a lasi. Of is aan het wachten op betere economische tijden, net als die grote breinen die heel hard hun best doen om ons land in een bepaalde richting te sturen. Deze volgens de wet van Archimedes gevormde bovenste laag van onze samenleving, heeft namelijk weer een bijzondere prestatie neergezet. Zij heeft namelijk gemeend dat een buitenlands bedrijf, dat met in het buitenland geleend geld betaald wordt voor het asfalteren van bestaande wegen, gedecoreerd dient te worden. W…T…H..!!! In kleingeld: land vraagt ander land om geld te lenen om wegen te maken. Ander land zegt: “is goed, maar dan moet je je dat geld geven aan mijn bedrijf: mijn bedrijf gaat dan in die wegen voor je komen maken. Met mensen die ik voor je ga sturen. En dan moet je het ticket en verblijf betalen met dat geld dat ik je leen.”
Denk a tori, den mang kon mek’ moni dik dik en daarvoor geven wij hun grote eer! Een grotere belediging aan het volk van Suriname is zeker te bedenken, maar vereist wel de nodige verbeelding.
Wat helemaal een raadsel is, is dat deze grappenmakerij uit dezelfde verzameling ideeën komt als het niet toelaten van de nieuwe vertegenwoordiger van de voormalige eigenaar. Want die voormalige eigenaar heeft natuurlijk ook zichzelf verrijkt ten-koste-van, maar heeft tenminste nog wegen, scholen, ziekenhuizen, bedrijvigheid, wetgeving, kortom een heel land, achtergelaten. Dan verlenen wij de ambassadeur geen angerment (of hoe je dat ook schrijft)? Terwijl in vergelijking een orde in de Gele Ster toch wel het minste zou moeten zijn?
Dat wij er een steeds grotere … van maken, dat kan je alleen the man/women/it in the mirror aanrekenen. Iemand ooit moord en brand horen roepen toen een buitenlands bedrijf met buitenlandse werknemers en buitenlands geld kwam doen wat Surinaamse bedrijven ook konden doen met Surinaamse werknemers? Met een beetje buitenlands geld natuurlijk. Tenslotte moeten die Surinaamse bedrijven buitenlandse machines kopen. En ook buitenlandse Surinamers importeren voor het denkwerk. Nee. We waren blij dat Omoe de wegen eindelijk van een dikke laag asfalt voorzag. En vooral dat Omoe met zijn eigen geld kwam wat wij voor een zacht prijsje mogen lenen. “Kijk, zo moet je wegen maken” werd er zelfs geroepen door menige autodidacte wegenbouwer. Ach ja, wat een gezeur eigenlijk. Grootorde in de Gele Ster voor een bedrijf dat geld verdient aan projecten is immers helemaal “in lijn” met de rest van de versnelde ontwikkeling gedachte. Kijk maar naar de versnelde ontwikkeling van enkelen dankzij al die schoollokalen, schoolboeken, schoolmaaltijden en natuurlijk de huizen.
Dienstbaarheid aan de samenleving is één van haar pilaren. Dienstbaar zijn de mensen die bloed doneren, vrijwilligerswerk doen, een bijzondere prestatie neerzetten in hun vakgebied, offers brengen ter verheffing van de natie. Het binnenhalen van een buitenlands bedrijf voor het maken van onze wegen is een grote schandvlek in ons bestaan en levert ons op de midden en lange termijn alleen nog meer financiële ellende op. Het gebrek aan dit eenvoudige inzicht is zeer zeker een bijzondere onderscheiding waard!
Columnist|Rogier I. Cameron