COLUMN: ZONDER AANZIENLIJKE INVESTERINGEN IN DE MENSELIJKE KENNIS MOGEN WE DE TENT SLUITEN
Er zijn verschillende soorten rijkdom en armoede in het leven. Rijk ben je als je veel van iets hebt, en arm wanneer je weinig hebt. Dat iets is verschillend, maar meestal bedoelen we wel iets waar wij veel waarde aan hechten omdat het onze levensvreugde vergroot. Een groot deel van die ietsen zijn tastbaar en meetbaar. Men zegt meten is weten, dus zouden we in principe wat die tastbare en meetbare ietsen betreft, kunnen meten hoeveel iemand van dat iets heeft en dan kunnen zeggen of die rijk of arm is aan dat iets. Rijk ervaren wij prettig, arm niet. Soms levert dit verwarrende zaken op: politici uiten zich rijkelijk. Dat zijn vrijwel altijd holle frasen, waarmee dat uiten weer armetierig is. Ergens in de geschiedenis heeft de gedachte postgevat dat dit landje het 17e rijkste is van alle landen die er zijn. Maar ik heb nog niemand kunnen vinden die kon vertellen waaraan het zo rijk is. Grondstoffen kunnen het niet zijn, wij hebben immers alleen een keertje vluchtig gekeken wat er allemaal aan bodemschatten zou kunnen zijn. En ach ja, waar zijn details nou goed voor? Echt onderzoeken vinden wij daarom niet echt nodig en dan is veel leuker om mensen die niet gehinderd worden door enige kennis of kunde op mijnbouwkundig gebied, hierover de nationale leiding te geven. Het resultaat is natuurlijk dat wij ons rijkelijk in de pinarie en ellende hebben gestort. Maar owee, als je hier wat over zegt. Dan wordt je heel erg rijk aan armetierige persoonlijke aanvallen en ervaar je wat eigenlijk moraalridder Numero Uno bedoelde met “Man mit’ Man”. Nee, anti-corruptiewet. Dat is pas echt belangrijk. We zijn immers nog niet rijk genoeg aan niet te handhaven wetten. Om nog niet te spreken over het rijkelijk overbodig zijn van zo een wetsproduct.
Waar is ons landje dan zo rijk aan? Water zeker. Dat ervaren alle mensen die momenteel toch liever een korjaal-met-buitenboord hadden dan een auto. Er is zo verschrikkelijk veel water, dat zelfs de President dit niet mag verkopen. Hij heeft zijn werknemer, de minister, namelijk geen toestemming gevraagd. Wij tellen: 51 assembleeleden, 118 districtsraadsleden, 764 ressortraadsleden, 17 ministers, 1 president, 1 vice president, de verscheidene districtscommissarissen en de hunnen en (jawel!) een heus jeugdparlement. Daar komen de Raden van Commissarissen van staatsbedrijven, hun directies en de gehele staf van elk ministerie bij. En natuurlijk niet te vergeten: de niet gekozen leden van de assemblee, de ressortsraden, de districtsraden en de vele leden van politieke partij besturen en structuren. U zult mij vergeven als ik een bepaald deel van de samenleving met dit soort van leiderschap (of lijdzaamschap) ambities heb overgeslagen. Goed in schatten was ik nooit, maar ik heb het idee dat er een rijk getal uit deze optelsom komt rollen. En hoe noemen wij dit aanzienlijk deel van onze bevolking? Politici. Het is nu wel rijkelijk helder waarom wij ons met zijn allen zo armlastig voelen. Want buiten deze politici om, is er niemand te vinden die enige levensvreugde ondervindt van hun bestaan. En voor alle ellende in dit leven geldt: hoe armer, hoe rijker! Het meest vervelende is dat dit product niet te exporteren is. Al geven we het gratis en voor niks weg, er is geen land ter wereld dat verstandelijk zo armlastig is. En zolang wij deze rijkdom niet in armoede hebben omgezet, zullen we nooit echte geestelijke en materiële rijkdom bezitten, noch ervaren. Maar als wij ons eens hebben verrijkt door arm te worden aan politiekelingen? Zij wij dan echt zoveel rijker? We houden in ieder geval veel meer geld over. Dat geld kunnen we stoppen in het opleiden van goede leerkrachten. Zo goed dat ze eigenlijk van de universiteit zouden moeten komen. En ik vermoed dat er genoeg geld overblijft om die leerkrachten heel goed te betalen. Maar zolang wij onderwijzers opleiden die niet kunnen rekenen of een taalgebrek hebben, leerkrachten laten opleiden door mensen die zelf nog in de leer zijn om leerkracht te worden, de maatschappij blijven opzadelen met halve academici en ongekwalificeerden voor de klas toelaten, een nieuwe leerkracht denken te vormen uit zij die met een troostprijs van de lagere school zijn verdwenen, zal de academische gevormde leerkracht een droom blijven van enkelen die het wel begrijpen. In deze zelf veroorzaakte financiële tekortentijd, is het vanzelfsprekend dat er overal geknipt en geplakt wordt. Wie echter knipt in onderwijs, knipt in zijn slagader en bloed snel dood. Willen wij ooit uit de neerwaartse ontwikkelingsspiraal komen waarin wij zitten, mag en moet er in de niet productieve sectoren zwaar geknipt worden om extra te plakken in onderwijs en onderzoek. Dan en alleen dan wordt eindelijk eens die o zo noodzakelijke productie mogelijk. Zonder aanzienlijke investeringen in de menselijke kennis zijn wij heel erg snel het laatste restje aan echt kader kwijt en mogen we de tent sluiten. De enige echte rijkdom van een land is de ontwikkeling van haar bevolking. Al het andere is slechts illusie en van voorbijgaande aard.
Columnist: Rogier I. Cameron