CONSTITUTIONEEL HOF HOEFT ZICH NIET TE VERANTWOORDEN OVER BESLUIT KIESSTELSEL

Foto: Gloria Stirling, voorzitter van het Constitutioneel Hof

Het Constitutioneel Hof heeft tijdens de tweede openbare zitting het besluit kenbaar gemaakt betreft de Toetsing ex. artikel 144 Grondwet jo. artikel 12 lid 1 Wet Constitutioneel Hof van de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling op strijdigheid met de Grondwet, alsmede het Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten (IVBPR), het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM).

Over de inhoud van dit besluit kon niet worden ingegaan tijdens deze openbare zitting door het Constitutioneel Hof.

“We hebben afgesproken dat we niet over de inhoud van het besluit zouden praten, omdat het niet gebruikelijk is dat je daarna gaat verantwoorden van waarom je iets hebt besloten, op grond waarvan je dat hebt gedaan en waarom die beslissing en wat de rechtsgevolgen zijn”, zegt Gloria Stirling, voorzitter van het Constitutioneel Hof.

Stirling verwijst naar de rechtsgevolgen die allemaal staan in het besluit bij de Rechtsmacht van het Constitutioneel Hof, paragraaf 1; Het Constitutioneel Hof is een onafhankelijk staatsrechtelijk toetsingsorgaan dat zich als zodanig noch met wetgeving noch met rechtspraak inlaat. “De taken en bevoegdheden van het Constitutioneel Hof zijn vastgelegd in de Wet Constitutioneel Hof van 4 oktober 2019, SB 2019 no.118”, zegt Stirling.

Serena Muntslag-Essed, heeft in de hoedanigheid als advocaat bij het Hof van Justitie op 7 maart 2022 een verzoekschrift ingediend bij het Constitutioneel Hof om de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling te toetsen aan artikel 8 jo. 55 jo. 61 Grondwet en of artikel 25 jo. 26 van het Internationaal Verdrag inzake Burger en Politieke Rechten en of artikel 1 jo. 23 jo. 24 van het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens en of artikel 7 jo. 21 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Het Hof komt tot het besluit dat gelet op de toetsing de artikelen 9 jo. 24 Kiesregeling; in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatie verbod van artikel 8 Grondwet, artikel 55 jo. 8 Grondwet, artikelen 25 sub b IVBPR en 26 IVBPR en artikelen 1 jo. 23 jo. 24 van het AVRM. Niet in strijd zijn met artikel 61 Grondwet en de artikelen 25 sub a en c IVBPR, en niet getoetst kunnen worden aan de artikelen 7 jo. 21 UVRM, vanwege de niet juridische verbindendheid van het UVRM.

UNITEDNEWS

 

 

Facebook Comments Box