DE ADMINISTRATEUR VAN DE REGERING LOOPT WEL HEEL VER NAAST ZIJN SCHOENEN
Als er één constitutie duidelijk is in bevoegdheden en taken van de president en vicepresident, dan is het wel de Surinaamse grondwet. Nergens wordt over de vicepresident gesproken als de politieke macht of als leider van de regering. Volgens de grondwet staat de president aan het hoofd van de regering en niet de vicepresident.
Volgens artikel 99 behoren beiden tot de uitvoerende macht. Maar dan geeft artikel 110 in niet mis te verstane bewoordingen aan dat de president leiding geeft aan het regeerprogramma. De vicepresident wordt daar niet genoemd. Waar de vicepresident wel wordt genoemd en wat zijn taken zijn, wordt specifiek aangegeven in de artikelen 119 en 122. De vicepresident geeft leiding aan de raad van ministers; het hoogste uitvoerende en administratieve orgaan van de regering, dat uitvoering geeft aan het regeerbeleid.
Uit bovengenoemde artikelen en andere in de grondwet is duidelijk dat de functie van de vicepresident bij uitstek een administratieve is, in dienst van het regeerbeleid, ondergeschikt aan de politieke leiding die bij de president ligt. In artikel 52 wordt wat genoemd mag worden, een hoogstaande vorm van democratie vastgelegd van hoe de samenleving zich verhoudt tot de politieke macht in het land en wat haar democratische rechten zijn.
Twee regeringen, twee regeringsleiders
Onder de huidige politieke omstandigheden is het goed dat de samenleving notie neemt van deze in de grondwet uitgestippelde bevoegdheden en taken van bestuursorganen en rechtspersonen, zoals politici en anderen die uitvoering moeten geven aan de bestuurlijke orde in het land. Er valt echter op te merken dat decennia lang niet de grondwet, maar de politieke partijen, partijorganen en personen puur uit eigen politieke belangen en machtswellust, bepalen hoe uitvoering gegeven moet worden aan deze grondwettelijke bevoegdheden.
We kunnen het erover eens zijn dat van de zo beloofde eenheid van bestuur en beleid, die door de huidige regering aan het begin van haar periode is aangekondigd, eigenlijk nooit iets is terechtgekomen. Sterker nog; het heeft er alles van dat we te maken hebben met minstens twee regeringen en dus ook twee regeringsleiders, in de personen van vicepresident Ronnie Brunswijk en president Chan Santokhi. Grondwettelijk gezien mag geconcludeerd worden dat vicepresident Brunswijk, die in feite de hoofdadministrateur is van de regering, wel heel ver naast zijn schoenen loopt.
Ligt het probleem aan ons politiek stelsel of ligt het aan de personen zelf die ons dit maatschappelijk onrecht aandoen?
Met de laatste ontwikkelingen heeft Brunswijk zichzelf een uitermate opvallende positie aangemeten. Daarnaast heeft hij met zijn persoonlijke uitspraken en bedreigingen de democratie alle geweld aangedaan. Dit alles rechtvaardigt des te meer een herziening van het kiesstelsel. In het model dat we als samenleving voorstaan, kan het niet zo zijn dat we twee regeringsleiders kiezen en benoemen. Overigens wordt in het huidige stelsel zowel de president als de vicepresident niet gekozen door het volk maar door de partij of partijen die (gezamenlijk) de meeste parlementaire zetels hebben behaald bij de verkiezingen. Dit politiek stelsel is een maatschappelijk onrecht. De president zal rechtstreeks gekozen moeten worden en hij wijst, zoals het in de Verenigde Staten heet, zijn ‘running mate’ aan, aan wie in de grondwet specifieke administratieve taken zijn toebedeeld. We kiezen daarmee de onbetwiste en verantwoordelijke regeringsleider en niet dat politieke partijen ons opzadelen met twee politieke leiders naar hun keuze. De politieke verantwoording kan en mag niet liggen bij de structuren van een politieke partij. Die behoort toe aan de regeringsleider die rechtstreeks wordt gekozen door het volk in vrije en geheime verkiezingen. Het rechtstreeks kiezen legt bij de samenleving de mogelijkheid en de verantwoording hun regeringsleider zelf te bepalen. En het liefst iemand die beantwoordt aan het profiel dat vooraf moet gelden voor politici die een publieke functie ambiëren.
Ongrondwettelijke kolder
De Surinaamse Vereniging van Journalisten (SVJ) merkt in haar laatste verklaring terecht op: Brunswijk vereenzelvigt zich om puur politieke redenen met het vicepresidentschap, zonder rekenschap te geven en besef te hebben van de grondwettelijke inhoud van het ambt. Zijn uitspraken, handelingen en bedreigingen zijn van een beschamende aard en brengen het politiek gezag, waarvoor slechts de president verantwoordelijk is, ernstig in gevaar. Maar we zijn als samenleving zelf debet eraan dat we te maken hebben met twee regeringsleiders, die elkaar continu in de wielen rijden. Aangestuurd door politieke belangen en machtswellust is ooit geïntroduceerd dat een regering wordt aangeduid met de naam van zowel de president als de vicepresident. Regering-Venetiaan/Ajodhia, regering-Bouterse/Ameerali, regering-Bouterse/Adhin en nu regering-Santokhi/Brunswijk.
Wij, en met name de media, hebben deze ongrondwettelijke kolder klakkeloos overgenomen, met alle gevolgen van dien. De bestuurskundige August Boldewijin heeft recent op Radio ABC gezegd dat president Santokhi bang is in te grijpen en zijn vicepresident tot de orde te roepen. Dit is een ernstig politiek spanningsveld waarin we als land zijn beland. Maar het dringt wel goed door hoe moeilijk het is dat er meer dan één verantwoordelijke politieke leider aan het hoofd van de regering staat, en welke ondemocratische en maatschappelijke gevolgen het heeft voor de samenleving. Immers, terwijl in de regeringsverklaring staat dat het kiesstelsel zal worden gewijzigd, heeft de hoofdadministrateur van de regering het aangedurfd over te gaan tot bedreiging van een grondwettelijk instituut als het Constitutioneel Hof en een jurist, die bij uitstek bevoegd is het Hof om toetsing te vragen van het kiesstelsel. Zo ook heeft de regering in een officiële meeting afspraken gemaakt met een maatschappelijke groepering als de SVJ, om bij de ontwikkeling van het land de persvrijheid goed te regelen. Toch frustreert en schoffeert de vicepresident met alle persoonlijke politiek machtsvertoon dit beleid. Hoe kan dit allemaal?

Chaos in beleid
In feite is er sprake van een enorme bestuurlijke chaos in het politiek beleid; want anderzijds zien we ook niet dat de vicepresident uitvoering geeft aan zijn grondwettelijke administratieve taken. Of moet hier geconstateerd worden dat behalve dat hij de capaciteiten daarvoor ontbeert, hem die gelegenheid ook niet wordt gelaten? We hebben eerder te maken met het behartigen van partijpolitieke belangen in het beleid. Daarbij positioneren de twee regeringsleiders zich zoveel als mogelijk als voorzitters van hun politieke organisatie en voeren zij vanaf dag één campagne voor politiek behoud en voordeel van en voor de eigen gelederen. Het is in zekere mate nu wel begrijpelijk hoe moeilijk het is voor een regering om beleid te maken en het schip naar rustig en goed vaarwater te leiden.
Je hebt immers twee kapiteins aan boord die totaal niet op elkaar zijn afgestemd en hun eigen politieke macht boven de wil van de kiezers laten prevaleren.
Er is nog drie jaar te gaan voor het kabinet-Santokhi, waarbij de ene regeringsleider zich in alle bochten moet wringen om de politieke aspiraties van de tweede regeringsleider en niet die van de samenleving te behartigen. Dit is alles behalve een mooi vooruitzicht.
UNITEDNEWS | WILFRED LEEUWIN
Lees ook: Santokhie-bang-om-Brunswijk-tot-orde-te-roepen
