DE FUEL CONCESSION FEE OP JAP AIRPORT: EEN ONDERZOEK NAAR DE CONFLICTUELE ACHTERGROND VAN EEN LUCHTVAARTDISPUUT

De recente uitwijking van een KLM-vlucht naar Frans-Guyana om brandstof te tanken, heeft de sluimerende discussie over de zogenaamde Fuel Concession Fee op de Johan Adolf Pengel Internationale Luchthaven (Zanderij) naar het publieke domein gebracht.

Hoewel passagiers per e-mail werden geïnformeerd over een vermeend brandstoftekort, spreekt waarnemend Staatsolie-directeur Eddy Fränkel dit met klem tegen. De kern van het probleem blijkt niet een fysiek gebrek aan brandstof, maar een aanhoudend betalingsgeschil tussen KLM en GOw2, de brandstofleverancier en dochteronderneming van Staatsolie. GOw2 int bij de verkoop van brandstof aan luchtvaartmaatschappijen een concessievergoeding namens N.V. Luchthavenbeheer en draagt deze af. KLM weigert echter al geruime tijd om deze fee te voldoen, waardoor GOw2 naar eigen zeggen reeds meer dan een jaar de betreffende bedragen voor de luchtvaartmaatschappij heeft voorgeschoten. Inmiddels is de achterstand dusdanig opgelopen dat GOw2 de brandstoflevering heeft gestaakt totdat er aan de betalingsverplichtingen wordt voldaan.

De zaak is inmiddels aanhangig gemaakt bij de rechter via een kort geding. Vanuit de sector klinkt stevige kritiek op de heffing zelf, waarbij wordt gesteld dat de Fuel Concession Fee internationaal als controversieel wordt beschouwd.

Organisaties zoals de IATA stellen dat dergelijke heffingen niet kostengerelateerd zijn en geen extra diensten leveren. Ook wordt verwezen naar internationale praktijken, waarbij de EU de heffing via Richtlijn 96/67/EG zou inperken en India deze in 2020 heeft verboden. Critici, waaronder ingenieur D.K. Mungra, betogen dat deze fee fungeert als een extra belasting op luchtreizen, wat de operationele kosten voor luchtvaartmaatschappijen verhoogt en uiteindelijk kan doorwerken in de ticketprijzen. Gezien de reeds hoge kosten op de mid-Atlantische route wordt gepleit voor een heroverweging van dit beleid door de Surinaamse overheid, waarbij wordt gesuggereerd dat luchthavenbeheer prioriteit zou moeten geven aan interne kostenbeheersing in plaats van aan het innen van betwiste concessievergoedingen.

KLM stelt zich in dit dossier op het standpunt dat zij niet akkoord gaat met de betaling van de fee en bevraagt de rechtvaardiging van de tarieven en de besteding van de door Luchthavenbeheer geïnde gelden. Met de rechtszaak die op 29 mei 2026 dient, zal de juridische toetsing van dit conflict op korte termijn meer duidelijkheid moeten verschaffen over de positie van de betrokken partijen.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box