DE NEDERLANDSCHE BANK HEEFT DE SLAVERNIJ IN STAND GEHOUDEN

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft bijgedragen aan het in stand houden van slavernij. Dat blijkt uit een historisch onderzoek naar de rol van de centrale bank. De eerste DNB-bestuurders waren meer dan hun tijdgenoten persoonlijk, bestuurlijk en politiek betrokken bij koloniale slavernij.

Group of 30 :: Current Member Biography Het leed dat slaafge­maak­ten in die periode ondergin­gen, is onbe­schrijf­lijk: Centralebank president Klaas Knot

Centralebankpresident Klaas Knot reageerde geschrokken op de bevindingen van het diepgravende onderzoek. ,,DNB-bestuurders hadden meer oog voor hun eigen belang, dan voor het lot van de slaafgemaakten. Die feiten uit het onderzoek en de diep racistische ideeën die eraan ten grondslag lagen, raken ons diep. De Nederlandsche Bank anno 2022 staat niet los van haar verleden. Het leed dat slaafgemaakten in die periode ondergingen, is onbeschrijflijk”, reageerde hij. 

Directe excuses kwamen niet. Knot wil eerst in gesprek gaan met medewerkers van zijn bank en met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Uit die gesprekken moet later dit jaar blijken welke vervolgstappen nog worden genomen door DNB. 

Op verzoek van de centrale bank deed een onafhankelijk onderzoeksteam onder leiding van historicus Karwan Fatah-Black van de Universiteit Leiden naar de betrokkenheid van de bank in de beginjaren en zijn toenmalige presidenten en directieleden bij slavernij.

Startkapitaal

De onderzoekers presenteerden vandaag hun bevindingen. Zij ontdekten dat er op verschillende fronten een link is. ,,DNB heeft er geld verdiend aan verdiend maar voerde geen beleid”, benadrukte onderzoeker en slavernijexpert Fatah-Black in een toelichting. Een duidelijk verband vonden de onderzoekers met het startkapitaal, waarmee de bank in 1814 werd opgericht. Dat geld was deels afkomstig van ondernemers met directe belangen in de plantageslavernij.

Ook blijkt uit het onderzoek dat DNB na oprichting indirect verbonden was bij de Nederlandse koloniale slavernij en slavernij in gebieden die niet onder Nederlands gezag stonden, zoals Brits-Guiana. Dat gebeurde via de dienstverlening aan handelshuizen en overheden.

DNB maakte geen onderscheid tussen klanten die wel of niet betrokken waren bij slavernij. Een wettelijk verbod op slavernij bestond in die tijd ook nog niet. Verder ondersteunde de bank het ministerie van Koloniën in het dagelijkse betalingsverkeer, wat van belang was voor de Nederlandse koloniale- en handelsactiviteiten. Dit resulteerde erin dat DNB een belangrijke rol in het uitbetalen van de tegemoetkoming voor de slaveneigenaren na de afschaffing van slavernij in 1863.

Plantages 

Onderzoeker en slavernijexpert Fatah-Blac: Dit was niet uit hoofde van hun functie van DNB maar privé

Ook blijkt dat er nog een directe link was met slavernij bij mensen en firma’s die persoonlijke en/of een zakelijke relaties hadden met DNB. Behalve aandelenbezit waren sommige DNB-bestuurders direct betrokken bij het management van plantages.

Zo wijzen de onderzoekers erop dat bestuurder Joan Huydecoper in vergaderingen uitmaakte welke slaafgemaakte ‘de schat van vrijdom’ mocht ontvangen en dat Jan Hodshon een akte tekende waarop de waarde van individuele slaafgemaakten genoemd stond.

Verder blijkt een aantal vooraanstaande DNB’ers betrokken bij de totstandkoming van de wetgeving waarmee de slavernij werd afgeschaft. Die wetgeving was voordelig voor de slaveneigenaren, mede door die bijdrage van vooraanstaande DNB’ers. ,,Dit was niet uit hoofde van hun functie van DNB maar privé”, benadrukte onderzoeker en slavernijexpert Fatah-Black in een toelichting.

Van de zes DNB-bestuurders in 1863 (vier directeuren, een secretaris en de president) ontvingen er drie (Johannes Hermanus Insinger, Ferdinand Rendorp, en Johannes Molkenboer) een tegemoetkoming bij het afschaffen van de Nederlandse slavernij.

Hollandse Hoogte /  ANP

Centralebankpresident Klaas Knot: We kunnen het aangedane leed niet ongedaan maken

De onderzoekers tekenen erbij aan dat DNB nog geen grote centrale bank was, slavernij was nog niet bij wet verboden en de verhouding tussen het parlement en het staatshoofd was niet zoals die nu is. ,,Ook opvattingen over oneigenlijke vormen van belangenverstrengeling verschillen van wat wij nu gewend zijn”, schrijven ze in het rapport ‘Dienstbaar aan de keten? DNB en de laatste decennia van de slavernij 1814-1863′.

De centrale bank zegt hierop een aantal stappen te zullen ondernemen. De eerste stap is het openbaren van het rapport en erkennen van wat er is gebeurd. ,,We kunnen het aangedane leed niet ongedaan maken. Maar we kunnen als DNB wel proberen bij te dragen aan de verwerking van het leed door deze geschiedenis zichtbaar te maken en de feiten en het leed te erkennen”, aldus Knot. 

Verder wil DNB binnenkort in gesprek met medewerkers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Directe excuses kwamen er niet. ,,We kiezen voor een zorgvuldige aanpak en daar is enige tijd voor nodig”, zei hij in een toelichting.

De Bank of England liet eerder ook onderzoek doen naar het eigen slavernijverleden. De in 1694 opgerichte centrale bank was niet direct betrokken bij de handel in slaven, maar voormalige bestuurders van de bank waren dat wel. De Bank of England bood haar excuses aan en stelde zich bewust te zijn van de ‘onvergeeflijke connecties’ van voormalige gouverneurs en directeuren met de slavernij. Ook heeft het schilderijen en bustes verwijderd van voormalige gouverneurs en directeuren die banden hebben gehad met de slavenhandel in de achttiende en negentiende eeuw. 

BRON|A.D.

 

Facebook Comments Box