DNA CONSTATEERT MOEDWILLIGE VERWAARLOZING RAFFINADERIJ PARANAM
De Nationale Assemblee (DNA) heeft sterke vermoedens dat de Alcoa er bewust voor heeft gezorgd dat de raffinaderij te Paranam in deplorabele staat terecht is gekomen met als gevolg dat die onbruikbaar is geworden. Door zowel oppositie als coalitie is er flink wat kritiek geleverd op de multinational.
Volgens Amzad Abdoel (NDP) zou de regering zelfs moeten denken aan het ondernemen van juridische stappen tegen Alcoa. Naar zijn inziens wist de maatschappij jaren geleden dat zij de verwerking van bauxiet in Suriname zou stopzetten en daarom niets meer heeft gedaan om de raffinaderij in goede conditie te houden met alle gevolgen van dien voor de veiligheid en het milieu. “Wij moeten dit niet onbestraft laten gaan”, zegt de NDP-parlementariër.
Ook de ABOP-fractie vermoedt dat de Alcoa de raffinaderij bewust onbruikbaar wilde overdragen aan Suriname. “Het lijkt alsof men de zaak bewust kapot heeft laten gaan”, concludeert ABOP-parlementariër Marinus Bee.
Ook voor wat betreft milieuvervuiling krijgt de Alcoa van Bee een veeg uit de pan. Hij mag rekenen op ondersteuning van Carl Breeveld van de DOE-fractie die praat over het dumpen van 15 miljoen ton gevaarlijk afval ten oosten van de Parakreek.
Breeveld kan zich daarom niet voorstellen dat de regering tracht om een exitregeling met de multinational te sluiten waarin die er makkelijk van afkomt. “We zijn diep gezonken”, aldus Breeveld.
Volgens vicepresident Ashwin Adhin heeft Alcoa zeker USD 325 miljoen gereserveerd om alle milieuschade te herstellen. Indien de kosten hoger zijn dan geprojecteerd zal de maatschappij ook daarvoor opdraaien. Dit zijn afspraken die er zijn gemaakt tussen de staat en de maatschappij. Het moedwillig kapot laten gaan van de raffinaderij wordt niet ontkend door de vicepresident. Hij kiest zijn woorden toch voorzichtig en stelt dat Alcoa gebruik heeft gemaakt van de beperkingen in de Surinaamse wetgeving.
UNITEDNEWS
