DORPEN BINNENLAND KAMPEN WEER MET HEFTIGE OVERSTROMINGEN
Foto:Clara Anbeek
Het gaat om dorpen te Boven-Suriname en in het Tapanahonygebied die dit weekeinde blank staan. Het is vooralsnog onduidelijk wat de oorzaak van de watersnood is omdat er geen zware regenval is opgemerkt door de binnenlandbewoners. Feit is wel dat het water op sommige plekken tot wel tot 2 meter hoog stond doordat de rivieren buiten hun oevers traden.
Minister Edgar Dikan van Regionale Ontwikkeling (RO) heeft de watersnood van dichtbij meegemaakt te Langatabbetje. “Vrijdag werd er nog gevoetbald en tegen de avond zag ik het water binnenstromen. Het is snel gebeurd. Het leek alsof ik droomde”, zegt de minister. “De volgende dag werd ik wakker en stond het water zeker 1,2 meters hoog. Je kon er met een 40 pk buitenboordmachine op varen”, legt de bewindsman uit.
Hij heeft terstond contact gelegd met het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing (NCCR) en zijn ambtgenoot van Binnenlandse Zaken (BiZa), Maike Noersalim. In welke vorm er hulp geboden zal worden is nog niet bepaald, maar de dorpelingen uit beide getroffen gebieden hebben zich alvast teruggetrokken naar hoger gelegen gebieden.
In 2006 en 2008 werd het binnenland ook getroffen door zware overstromingen. Het advies werd in 2006 gegeven dat de dorpen langs de Surinamerivier te Boven-Suriname en de Tapanahonyrivier in Marowijne verplaatst moeten worden naar hoogland. Dit is volgens minister Dikan makkelijker gezegd dan gedaan omdat er een emotionele en culturele band bestaat met de huidige locaties langs de rivier. Sommige dorpelingen hebben wel gehoor gegeven aan het advies van de autoriteiten, maar het merendeel houdt zich nog op langs de rivieren. “Het zal vroeg of laat toch moeten gebeuren dat de mensen naar hogerop moet verhuizen”, zegt Dikan. “Anders zullen we dit probleem blijven hebben. Vooral met het heel gebeuren rondom klimaatsverandering.”
UNITEDNEWS
