JAAR NA BEZETTING VAN HET CAPITOOL ZIJN TEGENSTELLINGEN IN USA GROTER DAN OOIT: IN HET VOORDEEL VAN TRUMP?
Bron: Bloomberg News
Een jaar geleden werd de Amerikaanse politiek opgeschud door de bestorming van het Capitool na een protestmars door aanhangers van verliezend presidentskandidaat Donald Trump. Na een stroeve start komt het strafrechtelijk onderzoek naar Trump en zijn medewerkers de laatste weken eindelijk op stoom, maar het valt te bezien of daarmee een streep kan worden gezet op deze zwarte bladzijde in de Amerikaanse geschiedenis.
Trump-aanhangers hielden op 6 januari 2021 een protestmars, nadat hun kandidaat had geclaimd dat er verkiezingsfraude is gepleegd. Na een oproep van hem liepen de duizenden demonstranten naar het Capitool, waar op dat moment de verkiezingsuitslag werd bevestigd. Al snel lukte het de demonstranten binnen te dringen in het gebouw. De politie werd totaal overrompeld.
Tijdens de bestorming kwamen vier mensen om het leven, onder wie een politieagent die bezweek aan een hartaanval en een demonstrant die door de politie werd doodgeschoten. 138 agenten raakten gewond. In de nasleep van het incident maken vier agenten een einde aan hun eigen leven.
In de dagen na de bestorming werd in het Congres gepleit voor harde veroordeling van de verantwoordelijken. Ook door Republikeinen, maar die draaiden al snel terug naar onvoorwaardelijke steun voor Trump. De oud-president bemoeilijkt het onderzoek naar de gebeurtenissen met lange juridische procedures.
De vraag blijft vooral wat de rol van Trump en zijn directe politieke kringen was bij de rellen. In het afgelopen jaar zijn zeker vijftig personen rondom de oud-president gedagvaard door de commissie van het Huis van Afgevaardigden, die onderzoek doet naar de rellen op 6 januari. Terwijl de rechtszaken tegen de demonstranten die het Capitool bestormden vrij snel van start gingen, loopt het onderzoek naar de betrokkenheid van Trump een stuk stroever.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door een parlementaire commissie. Vrij kort na 6 januari werd de commissie al geboycot door Kevin McCarthy, de leider van de Republikeinen in het Huis van Afgevaardigden, die kort na de bestorming nog zei dat Trump “verantwoordelijkheid droeg”. Het onderzoek naar de bestorming is volgens hem nu een politieke oefening van de Democraten.
De commissieleden stuitten direct bij het begin van hun onderzoek op tegenwerking vanuit het Trump-kamp. De oud-president hield de vrijgave van belangrijke documenten van het Amerikaanse Nationaal Archief lange tijd tegen onder het mom van het executive privilege. Dat is een omstreden recht in de Amerikaanse politiek, waarop een president en kabinetsleden zich kunnen beroepen als hen in een juridisch proces naar beraadslagingen van het kabinet wordt gevraagd. Zij mogen vertrouwelijke informatie achterhouden als vrijgave het functioneren van de regering zou schaden.
Sinds enkele weken lijkt het onderzoek echt op stoom te raken. De afgelopen periode heeft de parlementaire commissie honderden ondervragingen uitgevoerd en duizenden documenten ingezien. De belangrijkste informatie tot nu toe komt van Trumps voormalige stafchef Mark Meadows. Uit sms-berichten en e-mails van Meadows die de onderzoekscommissie heeft ingezien, blijkt dat meerdere mensen rondom Trump op de hoogte waren van plannen om de verkiezingen ongeldig te verklaren, en dat sommigen daar ook actief aan deelnamen. Anderen keurden de gebeurtenissen in het Capitool op een zeker moment gedurende de dag af, maar krabbelden later terug, blijkt uit de berichten.
Het pikantste onderdeel van de documenten die Meadows vrijgaf, is een Powerpoint-presentatie waarin beschreven wordt hoe de verkiezingsuitkomst ongedaan gemaakt kan worden: in feite een stappenplan voor een coup. Zo werd voorgesteld om de bevestiging van de verkiezingsuitslag op 6 januari uit te stellen en bepaalde stembiljetten ongeldig te verklaren of te hertellen. Meadows ontkent naar de inhoud van deze presentatie gehandeld te hebben, maar op 5 januari stuurde hij naar aanleiding van de plannen het sms’je ‘I love it’ (‘ik vind het geweldig’) aan een Republikeins congreslid.
Het lijkt er voorlopig niet op dat Trump op korte termijn strafrechtelijke gevolgen zal ondervinden van zijn handelingen. Het feit dat de Republikeinse Partij pal achter hem is blijven staan, maakt dat de gebeurtenissen op 6 januari hem meer goed dan kwaad doen. Tegelijkertijd tikt de klok voor de Democraten:p 8 november vinden de tussentijdse verkiezingen plaats.
Aangezien de partij van een zittende president het doorgaans slechter doet dan de oppositie tijdens die zogeheten midterms, ligt het in de lijn der verwachtingen dat de Democraten hun dunne meerderheid in zowel het Huis als de Senaat zullen verliezen.
Het is zeer de vraag of de uitkomst van het parlementaire onderzoek naar 6 januari de dreigende zetelverliezen voor de Democraten kan afwenden.
Bovendien heeft een deel van de Amerikanen (ook mensen die voor de Democraten hebben gekozen) aangegeven weinig vertrouwen te hebben in een goede afloop van het onderzoek. Ze zijn ook de retoriek van de huidige president Joe Biden zat, die vorige week zelfs zo ver ging dat hij de rellen de “ergste aanval op onze democratie sinds de burgeroorlog” noemde. Later noemde hij wetten die door verschillende door de Republikeinen gecontroleerde staten waren aangenomen om verkiezingsfraude af te schrikken “de belangrijkste test van onze democratie sinds de burgeroorlog”. Hij ging verder met het leggen van een verband tussen de rellen en de nieuwe staatswetgeving, suggererend dat ze geworteld waren in “dezelfde ideologie”.
Ook politieke commentatoren lieten zich gaan. Witte Huis-correspondent S.V. Date van de Huffington Post zei dat het gebeurde “1.000 keer erger dan 9/11” was, omdat het werd geleid door de toenmalige president Donald Trump. Familieleden van 9/11-slachtoffers waren verontwaardigd over dergelijke retoriek.
Ondanks het feit dat niemand werd gedood door de relschoppers van het Capitool, werden ze, in tegenstelling tot veel mediaberichten, afgeschilderd als racistische en bloeddorstige opstandelingen. De Amerikaanse Democratische vertegenwoordiger Hank Johnson betoogde dat wetgevers zouden zijn vermoord als een politieagent van het Capitool niet had geschoten op een van de relschoppers (en de enige persoon op die dag doodde). “Ik twijfel er niet aan dat sommigen van ons die op mij lijken, aan de relingen zouden hebben gehangen, slingerend als fruit, vreemd fruit”, zei Johnson, die zwart is.
Journalisten reageerden op dezelfde manier. Zes maanden na de rellen meldde Vice News zelfs dat sommige correspondenten die het incident ‘overleefden’ nog steeds bang waren om terug te gaan naar het Capitool om hun werk te doen. Erik Wasson van Bloomberg News vertelde Vice dat hij lijdt aan een posttraumatische stressstoornis en dat hij overlevingstechnieken heeft onderzocht, zoals het gebruik van een metalen pen als wapen. Een andere verslaggever koos ervoor om met vervroegd pensioen te gaan dan dat hij terug moest naar het Capitool.
De berichtgeving van de media heeft weinig bijgedragen om de publieke opinie te veranderen. Een recente peiling van de University of Massachusetts Amherst toonde aan dat 71% van de Republikeinen nog steeds gelooft dat Biden de presidentsverkiezingen van 2020 van Trump heeft gestolen. Slechts 58% van de Amerikanen zei dat Biden de rechtmatige president is, terwijl 22% van de Republikeinen zei dat het verkiezingsresultaat “absoluut niet legitiem” was – resultaten die bijna identiek waren aan de antwoorden toen dezelfde enquête afgelopen april werd gehouden.
De peiling toonde een voorspelbare polarisatie over de bestorming van het Capitool, waarbij 62% van de Republikeinen de deelnemers als “demonstranten” beschouwde in plaats van relschoppers, en 68% van de Democratische respondenten beschouwde hen als “opstandelingen” en “blanke nationalisten”. Maar liefst 86% van de Democraten steunt de voortdurende inspanningen om de daders van de rellen te onderzoeken en te vervolgen, vergeleken met slechts 29% van de Republikeinen.
UMass Amherst-hoogleraren betreurden de onderzoeksresultaten en zeiden dat de peiling aantoonde dat “Republikeinen en Democraten in diametraal tegenovergestelde realiteiten leven.” Ze wisten ook wie ze de schuld moesten geven, daarbij verwijzend naar “aanhoudende en ongegronde beweringen van de voormalige president en zijn aanhangers.” Misschien net als hun enquêterespondenten, zagen de opiniepeilers de realiteit door de lens van hun politieke ideologie. UMass Amherst geldt als een van de meest liberale hogescholen in Massachusetts.
Een andere peiling suggereerde dat Amerikanen ongeveer gelijk verdeeld zijn over de ernst van de rellen in het Capitool. Uit een onderzoek van november door Iowa’s Des Moines Register bleek dat de helft van de respondenten gelooft dat de inbreuk een opstand en een bedreiging voor de democratie was. Weer een andere peiling wees uit dat meer Amerikanen zich meer zorgen maken over in de VS gevestigde extremistische groeperingen dan over buitenlandse terroristische organisaties.
Uit de enquête van augustus, die werd uitgevoerd door de Associated Press en het NORC Center for Public Affairs Research, bleek dat 65% van de Amerikanen zich grote zorgen maakt over binnenlands terrorisme, vergeleken met 50% die last heeft van extremistische groeperingen van buiten de VS.
REGIO|USA
