EEN MOOIER SURINAME IS GEEN UTOPIE. HET IS EEN KEUZE

Auteur: Maya Parbhoe | Business United | Oktober 2026

Hoe we Paramaribo binnen vijf jaar kunnen transformeren tot een groene, moderne en aantrekkelijke Caribische hoofdstad

De afgelopen dagen heb ik een aantal voor-en-na-impressies gedeeld van plekken in Paramaribo. Onze Centrale Markt, het CHM-gebouw, verschillende winkelstraten en delen van de historische binnenstad, zoals ze er vandaag uitzien en zoals ze eruit zouden kunnen zien met relatief eenvoudige ingrepen.

Groene straten, bloeiende bougainvillea, gerestaureerde gevels, brede trottoirs, schaduwrijke bomen, gezellige terrassen, moderne verlichting en een schone, uitnodigende openbare ruimte.

De reacties waren overweldigend. Mensen begonnen ideeën aan te dragen, deelden hun eigen dromen voor de stad en vroegen waarom we dit eigenlijk nog niet hebben gerealiseerd. Sommigen boden zelfs aan om mee te helpen.

Wat mij vooral raakte, was hoeveel hoop een paar eenvoudige beelden teweegbrachten.

Kennelijk zijn we zo gewend geraakt aan hoe onze omgeving eruitziet, dat we bijna vergeten zijn hoe mooi Suriname zou kunnen zijn.

En dat vind ik misschien nog wel het meest tragische. Want we wonen in een van de groenste landen ter wereld. We hebben een tropisch klimaat, prachtige bloemen en planten, een buitengewone culturele diversiteit, een rijke geschiedenis en een hoofdstad met architectuur die je nergens anders op dezelfde manier terugvindt.

En toch zien we overal overwoekerde bermen, vervallen gebouwen, onafgemaakte bouwprojecten, slecht onderhouden trottoirs, verwarde elektriciteitskabels en openbare ruimtes die nauwelijks uitnodigen om er tijd door te brengen.

Dat hoeft niet zo te zijn.

We hoeven geen Singapore te worden. We moeten laten zien hoe mooi Suriname kan zijn.

Wat El Salvador ons kan leren

Wie de transformatie van El Salvador onder Nayib Bukele heeft gevolgd, weet hoe ingrijpend het uiterlijk en de uitstraling van een land in relatief korte tijd kunnen veranderen.

De afgelopen vijf jaar heeft vooral het historische centrum van San Salvador een zichtbare metamorfose doorgemaakt. Straten en pleinen werden opnieuw ingericht, historische gebouwen kregen aandacht, openbare ruimtes werden teruggewonnen en er ontstonden nieuwe mogelijkheden voor horeca, ondernemers en toerisme.

Het revitaliseringsprogramma begon overigens al in 2015, toen Bukele burgemeester van San Salvador was. De resultaten van de afgelopen jaren bouwen voort op die eerdere werkzaamheden.

Wat ooit werd geassocieerd met verval en onveiligheid, wordt nu steeds nadrukkelijker gepresenteerd als een bestemming voor cultuur, ondernemerschap en toerisme.

Natuurlijk is niet ieder onderdeel van het beleid in El Salvador onomstreden. De ingrepen rondom veiligheid, burgerrechten en de herinrichting van de openbare ruimte verdienen ook kritische beoordeling. Maar de stedenbouwkundige les is bijzonder relevant: een overheid kan met duidelijke prioriteiten, consistente uitvoering en samenwerking met ondernemers binnen enkele jaren het aanzien van een stad aanzienlijk veranderen.

Dat is precies de mentaliteitsverandering die we in Suriname nodig hebben.

Niet eindeloos praten over wat er allemaal niet mogelijk is, maar beginnen met wat wél kan.

Singapore en Maleisië: groen als onderdeel van ontwikkeling

Singapore heeft een van de meest doordachte benaderingen van stedelijke groenvoorziening ter wereld ontwikkeld. Groen wordt er niet behandeld als decoratie, maar als een essentieel onderdeel van de infrastructuur.

Bomen, parken, groene corridors, beplanting langs wegen en openbare tuinen maken integraal deel uit van de ruimtelijke planning. Het nationale programma City in Nature gaat nog verder door natuur en leefomgeving systematisch met elkaar te verbinden.

Ook Maleisië biedt interessante voorbeelden. Putrajaya werd ontwikkeld volgens het concept van een City in a Garden, waarbij een aanzienlijk deel van de stad is gereserveerd voor parken, waterpartijen en natuurgebieden. Moderne architectuur wordt er gecombineerd met landschapsontwerp en aantrekkelijke openbare ruimtes.

Het opvallende is dat Suriname de natuurlijke uitgangspositie al heeft.

Wij hoeven geen tropische omgeving te creëren. We wonen er middenin.

We hoeven die omgeving alleen beter te integreren in de manier waarop we bouwen en onze steden onderhouden.

Stel je voor dat onze hoofdwegen worden omgeven door prachtige bloeiende bomen. Dat langs onze winkelstraten grote bloembakken staan, met een combinatie van inheemse planten en kleurrijke sierplanten. Dat onze pleinen schaduwrijke ontmoetingsplaatsen worden, waar kinderen kunnen spelen en gezinnen graag samenkomen.

Dat historische houten panden worden gerestaureerd en ’s avonds subtiel worden verlicht. Dat er langs de Waterkant gezellige terrassen zijn, waar toeristen genieten van de Surinaamse keuken terwijl ze uitkijken over de rivier.

Dat onze winkelgebieden niet langer worden gekenmerkt door kapotte stoepen en overwoekerde terreinen, maar door aantrekkelijke gevels, bloemen, bomen en goed onderhouden openbare ruimtes.

Dat is geen onrealistische droom.

Het is stedenbouw, landschapsarchitectuur en vooral consequent onderhoud.

Een historische binnenstad waar mensen willen zijn.

Een van mijn belangrijkste voorstellen is om grote delen van de historische binnenstad van Paramaribo geleidelijk te ontwikkelen tot een autoluwe en waar mogelijk volledig voetgangersvriendelijke zone.

Onze binnenstad staat sinds 2002 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. We beschikken over een uitzonderlijke verzameling houten architectuur die de geschiedenis en culturele diversiteit van Suriname weerspiegelt.

Maar hoeveel doen we eigenlijk om die bijzondere status economisch, cultureel en maatschappelijk te benutten?

Ik zou graag zien dat we een duidelijk bestemmingsplan ontwikkelen waarin erfgoedbehoud, horeca, cultuur, kleinschalige ondernemingen, kantoren en wonen elkaar aanvullen.

Denk aan gezellige straatjes met restaurants, cafés, kunstgalerieën, kleine boetieks, ambachtelijke winkels en culturele activiteiten. Binnenplaatsen die worden omgevormd tot tropische tuinen. Historische panden die een nieuwe functie krijgen zonder hun karakter te verliezen.

Met goed gekozen beplanting, sfeervolle verlichting, veilige wandelroutes en ruimte voor fietsers.

Een stad waar je niet alleen naartoe gaat omdat je iets moet regelen, maar omdat je er graag wilt zijn.

Dat betekent niet dat we morgen alle wegen afsluiten.

We moeten beginnen met een zorgvuldig afgebakend pilotgebied, rekening houdend met bevoorrading, hulpdiensten, bewoners, ondernemers, toegankelijkheid en voldoende parkeervoorzieningen aan de randen.

Voor bestaande kleine handelaren moeten betaalbare en aantrekkelijke verkoopplekken behouden blijven. Een mooiere stad mag niet betekenen dat juist de mensen die haar karakter geven worden weggedrukt.

Daarna kunnen we de voetgangerszones gefaseerd uitbreiden.

Het mooie is dat we niet vanaf nul hoeven te beginnen. Met het Paramaribo Urban Rehabilitation Program bestaat al een kader voor erfgoedbehoud, economische revitalisering en vermindering van verkeerscongestie.

Laten we daarop voortbouwen.

De Centrale Markt als toeristische trekpleister

Neem onze Centrale Markt.

De markt zou zoveel meer kunnen zijn dan alleen een plek waar mensen hun dagelijkse boodschappen doen.

Ik zie een moderne, goed geventileerde markthal met nette, betaalbare standplaatsen voor bestaande verkopers, schone sanitaire voorzieningen, goede afvalverwerking, veilige looppaden en een directe verbinding met een groene wandelpromenade langs de rivier.

Een plek waar bezoekers verse lokale producten kopen, Surinaamse gerechten proeven en kennismaken met onze verschillende culturen.

Denk aan een moderne versie van de hawkercentra in Singapore, maar volledig aangepast aan onze eigen identiteit.

Kleine ondernemers die roti, saoto, pom, bara, moksi alesi, Javaanse en Chinese gerechten verkopen, samen met verse sappen, fruit en lokale producten. Gezamenlijke zitgelegenheden rondom een tropische binnentuin, waar bezoekers in de schaduw kunnen eten en elkaar ontmoeten.

Geen exclusief winkelcentrum voor grote commerciële partijen, maar juist een toegankelijke omgeving die onze kleine ondernemers nieuwe kansen geeft.

Dat kunnen we bovendien op meerdere locaties in Paramaribo realiseren.

Een netwerk van kleinschalige, goed onderhouden, groene hawkercentra zou niet alleen toerisme stimuleren, maar ook de kwaliteit en hygiëne van straatverkoop verbeteren, nieuwe banen creëren en kleine ondernemers helpen groeien.

Groen is geen luxe, maar infrastructuur

Een groenere stad is niet alleen mooier. Ze kan ook aantoonbaar gezonder en leefbaarder zijn.

Onderzoek naar groenvoorzieningen in Paramaribo heeft aangetoond dat locaties met meer bomen en complexe beplanting aanzienlijk koeler kunnen zijn dan sterk verharde gebieden. In de onderzochte situaties werden temperatuurverschillen van enkele graden vastgesteld.

In ons warme, vochtige klimaat is dat geen onbelangrijk detail.

Schaduwrijke trottoirs maken wandelen aangenamer. Bomen en beplanting helpen tegen hittestress. Groene openbare ruimtes nodigen uit tot bewegen, ontspannen en sociale interactie.

Maar het gaat verder dan gezondheid.

Een aantrekkelijke omgeving heeft ook economische waarde.

Mensen brengen graag tijd door op plekken waar ze zich prettig voelen. Dat betekent meer kansen voor restaurants, cafés, winkels, markten en lokale dienstverleners.

Voor toerisme is die uitstraling bijzonder belangrijk.

Een bezoeker die zich veilig en welkom voelt in een aantrekkelijke stad, heeft meer redenen om langer te blijven, geld uit te geven en later terug te komen.

En iedere extra besteding kan terechtkomen bij een lokale ondernemer, taxichauffeur, gids, restauranthouder of kleine winkelier.

We praten al jaren over het ontwikkelen van toerisme als economische sector. Maar toerisme ontstaat niet vanzelf door een marketingcampagne of een mooi logo.

Als we willen dat mensen ons land bezoeken, moeten we plekken creëren waar ze graag naartoe willen.

Hoe voeren we dit uit?

Het interessante is dat Suriname al een groot deel van de benodigde overheidsstructuur heeft.

Bij het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening bestaat het directoraat Openbaar Groen en Afvalbeheer, met afdelingen voor groenvoorzieningen, parken en pleinen, plantenkwekerij en compostering, en terrein-, straat- en bermonderhoud.

Er is dus geen enkele reden om hiervoor weer een volledig nieuwe bureaucratische organisatie op te richten.

Ik zou beginnen met een programma voor stedelijke vergroening en verfraaiing, met duidelijke doelstellingen, een meerjarig onderhoudsplan en een professionele uitvoeringsstructuur.

Openbaar Groen zou de regie kunnen voeren over de aanleg en het onderhoud van groenvoorzieningen. Openbare Werken kan verantwoordelijk zijn voor trottoirs, drainage, straatmeubilair en de overige infrastructuur.

Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij zou een belangrijke rol kunnen spelen in plantenteelt, vermeerdering van geschikte soorten, bodemkennis en de ontwikkeling van lokale kwekerijen.

We kunnen lokale landbouwers, tuinbouwers en kwekers inschakelen om de benodigde planten, bomen en bloemen te produceren.

En voor het onderhoud kunnen we professionele hoveniersbedrijven contracteren, met vaste kwaliteitseisen en duidelijke prestatieafspraken.

Daarmee creëren we onmiddellijk nieuwe kansen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Bedrijven die gespecialiseerd zijn in landschapsarchitectuur, irrigatie, boomverzorging, groenonderhoud, verlichting, straatmeubilair en bouwkundige renovatie krijgen een nieuwe markt.

Jongeren kunnen worden opgeleid tot hoveniers, boomverzorgers en installateurs van irrigatiesystemen. Technische opleidingen kunnen daarbij aansluiten.

Ook bewonersorganisaties, scholen en dorpen kunnen deelnemen aan het kweken van planten en het verzorgen van openbaar groen.

Zo wordt het niet uitsluitend een overheidsproject, maar een beweging waaraan de samenleving zelf bijdraagt.

Waarom niet ook gedetineerden betrekken?

We zouden ook een vrijwillig re-integratieprogramma kunnen opzetten waarin daarvoor geschikte gedetineerden worden opgeleid in tuinbouw, groenvoorziening en landschapsbeheer.

Onder professionele begeleiding kunnen zij planten kweken, bijdragen aan de aanleg van groenvoorzieningen en praktische vaardigheden ontwikkelen die na hun vrijlating waarde hebben op de arbeidsmarkt.

Dat moet uiteraard gebeuren onder behoorlijke arbeidsvoorwaarden, met aandacht voor veiligheid, opleiding en het voorkomen van dwangarbeid.

Het doel is niet om goedkope arbeid te organiseren, maar om mensen perspectief te bieden.

Stel je voor dat iemand die een straf uitzit, de mogelijkheid krijgt om een vak te leren, een diploma te behalen en daadwerkelijk iets positiefs achter te laten voor de samenleving.

Dat is wat mij betreft een veel zinvollere benadering van rehabilitatie.

Planten is eenvoudig. Onderhouden is de echte uitdaging.

Iedereen kan een paar bloemen planten. De moeilijkheid is ervoor zorgen dat ze er over vijf jaar nog steeds prachtig bij staan.

Daarom moet onderhoud vanaf de eerste dag onderdeel zijn van het ontwerp en de financiering.

We hebben professionele irrigatiesystemen nodig, waar mogelijk met druppelirrigatie, regenwateropvang, vochtigheidssensoren en efficiënte waterverdeling.

In Suriname hebben we immers niet zozeer een gebrek aan regenwater, maar een uitdaging met de verdeling ervan over natte en droge periodes.

Onze beplanting moet bovendien worden afgestemd op de lokale bodem, het klimaat, de beschikbare ruimte en de onderhoudsbehoefte.

Bougainvillea kan prachtige kleuraccenten geven, maar is niet inheems. Daarom zou ik kleurrijke sierplanten combineren met geschikte inheemse bomen, struiken en andere soorten die onze biodiversiteit ondersteunen.

We moeten ook rekening houden met wortelgroei, bestaande leidingen, zichtlijnen in het verkeer en de afwatering.

Bij ieder nieuw plantvak hoort een onderhoudsplan. Bij iedere nieuwe boom hoort de verantwoordelijkheid voor verzorging. En bij ieder overheidscontract horen meetbare resultaten.

Het heeft geen zin miljoenen uit te geven aan aanleg als de beplanting na zes maanden verdroogt of overwoekerd raakt.

Ook de particuliere sector heeft een verantwoordelijkheid

Een belangrijk onderdeel van een mooiere stad is dat eigenaren en ontwikkelaars hun vastgoed en terreinen daadwerkelijk onderhouden.

We zouden duidelijke en redelijk handhaafbare regels moeten stellen aan overwoekerde percelen, verwaarloosde gevels, onafgemaakte bouwprojecten en onveilige trottoirs.

Wie een gebouw ontwikkelt, zou ook verantwoordelijk moeten zijn voor een nette, veilige en onderhouden omgeving tijdens de bouw.

Wie jarenlang een leegstaand pand of braakliggend terrein bezit, kan niet onbeperkt toestaan dat het omliggende straatbeeld daardoor achteruitgaat.

Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn. Niet iedereen beschikt over dezelfde financiële middelen. Voor eigenaren van historische panden kunnen restauratiesubsidies, gunstige financiering en technische begeleiding noodzakelijk zijn.

Het uitgangspunt moet zijn dat we verantwoordelijkheid stimuleren en ondersteunen, niet dat we mensen met boetes opzadelen zonder haalbare oplossingen.

Bij nieuwe grote infrastructuurprojecten moeten we bovendien onderzoeken waar elektriciteits- en telecommunicatiekabels ondergronds kunnen worden aangelegd.

Dat kost aanzienlijk meer dan alleen bloemen planten en moet technisch zorgvuldig gebeuren, rekening houdend met waterbeheer en onderhoud. Maar we kunnen er nu al mee beginnen bij reconstructies van belangrijke straten en nieuwe ontwikkelingen.

Zo bouwen we geleidelijk aan een modernere stad, zonder dat alles in één keer hoeft te worden vervangen.

Wat gaat dit eigenlijk kosten?

Een van de meest gehoorde reacties op mijn ontwerpen was dat Suriname hier geen geld voor zou hebben.

Maar ik denk dat we eerst een belangrijk onderscheid moeten maken.

Het restaureren van complete historische gebouwen, het reconstrueren van wegen en het ondergronds brengen van elektriciteitskabels zijn kapitaalintensieve projecten.

Het maaien van bermen, onderhouden van bestaande plantsoenen, aanleggen van bloembakken, planten van bomen en professioneel verzorgen van openbare ruimtes zijn daarentegen relatief overzichtelijke investeringen.

We hoeven niet alles tegelijkertijd te doen.

Begin met vijf zichtbare locaties. Maak een begroting per locatie. Meet de kosten van aanleg en onderhoud. Kijk welke resultaten binnen drie, zes en twaalf maanden worden bereikt.

Een deel van deze activiteiten past al binnen de bestaande verantwoordelijkheden van Openbare Werken en Openbaar Groen.

In de staatsbegroting bestaan daarvoor al uitgavenposten. Dat betekent niet automatisch dat er onbeperkte middelen beschikbaar zijn, maar wel dat we kunnen beginnen met het beoordelen van bestaande budgetten, het stellen van prioriteiten en het efficiënter inzetten van capaciteit.

Daarnaast kunnen bedrijven specifieke locaties adopteren, kunnen ondernemers bijdragen aan het onderhoud van hun directe omgeving en kunnen grotere renovaties met private investeringen worden gefinancierd.

Ik zou zelfs een transparant publiek dashboard willen zien waarop iedere Surinamer kan volgen welke locaties worden aangepakt, hoeveel dat kost, wie verantwoordelijk is en wanneer onderhoud moet plaatsvinden.

Zo maken we vooruitgang zichtbaar én controleerbaar.

Een vijfjarenplan voor een ander Paramaribo

Als ik dit programma zou opzetten, zou ik het in vijf fasen uitvoeren.

Het eerste jaar zou volledig in het teken staan van zichtbare verbeteringen: bermen maaien, afval verwijderen, bestaande plantsoenen herstellen, bloembakken aanleggen, geschikte bomen planten en de eerste winkelstraten en pleinen professioneel laten onderhouden.

Tegelijkertijd ontwikkelen we een stedenbouwkundig groenplan, met richtlijnen voor plantensoorten, inrichting, irrigatie en onderhoud.

In het tweede jaar breiden we het programma uit naar belangrijke toegangswegen, woonwijken, winkelgebieden en markten. We richten de eerste groene hawkercentra in en beginnen met een proefproject voor een autoluwe historische binnenstad.

In het derde jaar ligt de nadruk op grotere investeringen: restauratie van historische panden, verbetering van voetgangersroutes, modernisering van de Centrale Markt en verdere ontwikkeling van de Waterkant als aantrekkelijke ontmoetingsplaats.

In het vierde jaar verbinden we de verschillende verbeterde gebieden met elkaar. Groene wandelroutes, pleinen, culturele bestemmingen, restaurants en winkelgebieden vormen dan steeds meer één samenhangende stedelijke ervaring.

In het vijfde jaar moet Paramaribo herkenbaar veranderd zijn. Niet omdat we een compleet nieuwe stad hebben gebouwd, maar omdat we de bestaande stad eindelijk de aandacht hebben gegeven die ze verdient.

Vijf jaar is ambitieus, maar haalbaar als we projecten realistisch faseren, financiering veiligstellen en vooral consequent blijven uitvoeren.

De verantwoordelijkheid moet niet verdwijnen zodra een minister wisselt of een regering aftreedt.

Een goed onderhouden hoofdstad hoort geen tijdelijk politiek project te zijn. Het hoort de normale standaard te worden.

Trots is misschien wel het belangrijkste resultaat

Wat mij misschien nog wel het meest interesseert aan deze hele gedachte, is wat een aantrekkelijke omgeving doet met het zelfbeeld van een samenleving.

Ik geloof dat de manier waarop we onze omgeving behandelen invloed heeft op de manier waarop we naar onszelf kijken.

Wanneer mensen iedere dag worden geconfronteerd met verval, achterstallig onderhoud en het gevoel dat niemand verantwoordelijkheid neemt, ontstaat gemakkelijk de overtuiging dat verbetering toch niet mogelijk is.

Maar wanneer mensen zien dat hun straat wordt opgeknapt, dat bloemen bloeien waar eerst onkruid groeide en dat een vervallen plein verandert in een mooie ontmoetingsplaats, gebeurt er iets.

Ze beginnen zich af te vragen wat er nog meer mogelijk is.

Misschien besluiten ze hun eigen gevel op te knappen. Misschien plant een gezin bloemen voor het huis. Misschien investeert een ondernemer in een mooier terras. Misschien beginnen jongeren zich voor te stellen dat hun toekomst niet noodzakelijk ergens anders hoeft te liggen.

Een verzorgde omgeving kan trots creëren. En die trots kan op haar beurt leiden tot meer betrokkenheid, ondernemerschap en verantwoordelijkheid.

Het is geen wondermiddel voor onze maatschappelijke problemen, maar het kan wel een belangrijk begin zijn.

En precies dat zag ik gebeuren toen ik de eerste beelden deelde.

Mensen die elkaar niet kennen, begonnen ineens over dezelfde toekomst te praten.

Niet over waarom iets onmogelijk was. Maar over hoe we het konden realiseren.

Dat is hoop.

En hoop kan een buitengewoon krachtige drijfveer voor verandering zijn.

Het Suriname waarin ik mijn dochter wil zien opgroeien

Sinds ik moeder ben geworden, kijk ik anders naar de toekomst.

Ik denk vaker na over het land waarin mijn dochter zal opgroeien. Over de plekken waar ze zal spelen, de straten waar ze zal wandelen en de herinneringen die ze hier zal maken.

Ik wil dat ze trots kan zijn op Suriname.

Niet alleen vanwege onze natuur, onze geschiedenis, onze cultuur en onze mensen, maar ook omdat we erin geslaagd zijn iets moois te bouwen met alles wat we hebben gekregen.

Ik wil dat ze door Paramaribo kan wandelen en een stad ziet die haar geschiedenis koestert en tegelijkertijd met vertrouwen naar de toekomst kijkt.

Een stad met prachtige tropische tuinen, goed onderhouden gebouwen, gezellige pleinen, levendige markten en ondernemers die de mogelijkheid hebben om te groeien.

Een stad waar kinderen veilig kunnen spelen, waar ouderen comfortabel kunnen wandelen en waar toeristen niet alleen op doorreis komen, maar graag langer blijven.

Een stad die niet probeert een kopie van Singapore, Miami of San Salvador te worden, maar die juist laat zien hoe bijzonder onze eigen identiteit is.

We hebben geen gebrek aan schoonheid in Suriname.

We hebben geen gebrek aan talent, creativiteit of mensen die bereid zijn om mee te bouwen.

En we hoeven niet te wachten op de eerste miljarden uit offshore olie om te beginnen.

We moeten beter organiseren wat we al hebben. Professioneel onderhouden wat we aanleggen. Ondernemers de ruimte geven om mee te investeren. En vooral ophouden met accepteren dat onze openbare ruimte er nu eenmaal zo uitziet.

Als we bereid zijn om groot te dromen over de economische toekomst van Suriname, waarom zouden we dan genoegen nemen met zo weinig als het gaat om onze dagelijkse leefomgeving?

Een land veranderen begint niet altijd met een nieuwe wet, een miljardeninvestering of een groot politiek besluit.

Soms begint het met het planten van een boom. Het herstellen van een trottoir. Het opknappen van een gevel. Het creëren van een plek waar mensen graag samenkomen.

En vervolgens iedere dag de verantwoordelijkheid nemen om die verbetering in stand te houden.

Ik wil niet dat de volgende generatie alleen hoort hoeveel potentie Suriname heeft. Ik wil dat ze opgroeit in een land waar die potentie eindelijk zichtbaar is geworden.

Want een mooier Suriname is geen utopie.

Het is een keuze.

En wat mij betreft beginnen we morgen.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box