ER IS NU NOG KENNIS EN KUNDE OM HET TIJ TE KEREN
De persoon wiens naam onder deze column prijkt, heeft pas geleden een kleine bijdrage mogen leveren aan een uniek evenement in Suriname. Voor het eerst in onze geschiedenis is er een symposium gehouden over onze kennis over het plekje aarde waar wij leven.
Aan dit symposium met de ambitieuze titel “Geology as a tool for development” waren de grootste experts van ons stukje aarde bij elkaar. Je zou bijna durven te zeggen dat iedereen die echt meetelt in deze tak van sport en niet dringend verhinderd was, aanwezig was. Uitgenodigd of niet.
Het verzamelen van aardkundige kennis door de overheid is om en bij met het uitbreken van de ergste gebeurtenis in onze recente historie, de nutteloze broederstrijd, gestopt. De Geologische Mijnbouwkundige Dienst nog de Dienst Bodemkartering konden toen nog naar behoren hun werk doen. De zaak liep natuurlijk leeg en met de aanwas van nieuw talent ging/gaat het niet zo goed. Maar mensen zijn mensen en die laten zich niet weerhouden om kennis op te doen. Tenslotte beweren velen dat onze bodem vol zit met goud, diamanten, ijzer, aluminium, fosfor, koper, nikkel, mangaan, noem maar op. Om deze kostbaarheden te zoeken en uit de grond te halen bestaan er zelfs echte bedrijven. Mijnbouwbedrijven noemen we die. En die mijnbouwbedrijven onderzoeken de bodem. Je hebt ook andere mensen die gewoon nieuwsgierig zijn en willen weten waarom ons stukje aarde is zoals ze is. Dit soort mensen noemen ze wetenschappers. Geowetenschappers wel te verstaan. Het blijkt dat wij die ook hebben. En dat zou iemand toch wel eens een keer helder en duidelijk moeten maken aan zij-die-boven-zijn-komen-drijven m.b.a. ons politiek-bestuurlijk elan. Want er worden al regeringen en assemblees achter elkaar beslissingen genomen over het wel en wee van ons stukje aarde, zonder zij-die-bewezen-hebben-het-te-weten, te raadplegen.
Het gevolg? Gepruts van zo heb je me niet. Laten we voor de beeldvorming een paar voorbeelden lichten. Wij hebben een kust. Een wilde kust zelfs. En die is wild omdat het water voor de kust en het water dat uit de rivieren stroomt wel wat willen. Zij willen voornamelijk wat met land: zowel geven als nemen. In het pak-me-dan-als-je-kan spelletje dat het water met de kust speelt, blijkt er een heel klein beetje landaanwinst te ontstaan. En die is blijvend als het speelkameraadje Mangrove erbij komt. Wat gebeurt er als wij mensen mee willen spelen, met onze eigen regels? Exact, dan ontstaat er ellende en spoelt de kust weg. En moeten we noodzakelijkerwijs een dijk bouwen zoals in het vroegere land van melk en honing. En staat die dijk er nu zo maar bij? Nou nee. Die moet onderhouden worden. En dat kost geld. Veel geld. Vraag maar naast. Dus wat zeggen zij-die-het weten al jaahaaren? Laat de kuststrook met rust. Ga niet verkavelen omdat je zo nodig “op noord” wil wonen. Een leuke bijkomstigheid van als je die kust met rust laat, is de flora en fauna.
Zoals die schildpadden op Braamspunt. Waar dat Mispunt een stukje van laat afhalen: “Omdat het dringend nodig is. Waarvoor weet ik niet, maar het is dringend”.
Nog een voorbeeld. Het meest voorkomende metaal op aarde is aluminium. Nu is dit wel zo, maar in de aarde is dit verstopt in verschillende mineralen. Hoewel uit al deze mineralen wel aluminium te halen is, doen wij mensen dat het liefste uit Bauxiet. Daar hadden wij nu net heel erg veel van. Zo veel, dat wij een heuse aluminiumindustrie hebben gehad. Hebben gehad omdat natuurlijk weer wat wijsneuzen het beter wisten dan de goed ingewijden. En als je de schreeuwers hun zin geeft….dan is ellende voor een ieder het gevolg. Resultaat: End Of The Road. Ach ja. Zo kunnen wij doorgaan met onnodige misstanden en misstappen op te noemen. Maar met klagen alleen is nog nooit een probleem opgelost. Voor de time being is ons eten en drinken nog altijd het toepassen van geowetenschappen. Geologie als gereedschap voor de ontwikkeling is enkel en alleen mogelijk als wij teruggaan naar de tijden waarin dit ook zo was en je zonder grondige inwijding in de materie niet eens in de buurt mocht komen van vakministeries, hun werkarmen of overheidsbedrijven. De tijd van “grote schoonmaak” is al lang verstreken, maar als wij nu beginnen verdwijnen de vlekken misschien nog. Er is nu nog kennis en kunde beschikbaar om het tij te keren. De tijd wacht op niemand!
Columnist|Rogier I. Cameron