FORSE VERHOGING BRANDSTOFPRIJS STUIT OP WEERSTAND
De regering zal over de brug moeten komen met informatie over de forse en aangekondigde verhoging van de olieprijs met 54 cent.
Een deel van de ondernemers in de oliesector fronst de wenkbrauwen over de verhoging. Volgens hen zou, aan de hand van de wereldmarkprijs, een verhoging aan de pomp wel legitiem zijn, maar niet meer dan 20 centen. De Surinaamse Servicestation Exploitantenbond (SSEB) is nog niet uitgekomen in reactie op de forse verhoging.
Ook de vakbeweging is zich aan het roeren. De Progressieve Vakcentrale 47 (C-47) heeft tijdens een gehouden Assemblee van de Arbeid besloten om komende week een brief naar de regering te sturen waarin geprotesteerd wordt tegen de doorgevoerde verhoging. Ook moet volgens C-47 de regering werken aan een model om periodieke prijzen vast te stellen.
Robby Berenstein, voorzitter van C-47, zegt dat het geval van verschuivingen van de olieprijs in opwaartse richting de regering het verschil dan zal moeten inleveren bij de government take.
Vooral in de productiesector werken forse brandstofprijsverhogingen volgens Berenstein niet bevorderlijk. Dit heeft direct gevolgen voor de winkelprijzen en uiteindelijk zal de samenleving daarvoor moeten opdraaien. “Dit komt na de verhoging van de prijzen voor melk en brood en andere producten. Deze goederen gaan wederom in prijs omhoog en ons verder duwen in die armoede. Wij gaan beleid eisen van die regering”, zegt Berenstein over het brandstofvraagstuk. “Komende week gaan wij de regering aanschrijven hierover. Wij kunnen niet toestaan dat we op elk ongelukkig moment geconfronteerd raken met prijsverhogingen.”
Er is begrip voor de ontwikkelingen op de internationale markt. De regering zal volgens C-47 toch moeten werken aan een gemiddelde prijs die geldt voor een bepaalde periode.
UNITEDNEWS
