GOUDWINNING IN SURINAME LAAT MILJOENEN LIGGEN DOOR GEBREKKIGE VERWERKING
Een mechanische installatie voor goudwinning blijkt in de praktijk niet beter te presteren dan een traditionele goudgoot.
Een veldonderzoek bij de Antino-mijn in Zuidoost-Suriname toont aan dat beide verwerkingsmethoden aanzienlijke hoeveelheden goud verliezen door verkeerde bediening, gebrekkige procescontrole en een slechte afstemming van apparatuur op het type erts.
De bevindingen zetten vraagtekens bij de veronderstelling dat gemechaniseerde goudverwerking automatisch tot een hogere opbrengst leidt. Volgens de onderzoekers is vooral de manier waarop het gouderts wordt behandeld bepalend voor het resultaat, en niet de technologische complexiteit van de installatie.
Het onderzoek vergeleek gedurende zes dagen twee verwerkingssystemen bij de Antino-operatie in de Marowijne Greenstone Belt. Daarbij werd hetzelfde, onverwerkte saprolieterts gebruikt: een zachte, kleirijke bodemlaag waarin goud voorkomt. Het ene systeem, lokaal bekend als IST, maakt gebruik van een traditionele goudgoot. Het andere systeem, aangeduid als HS, combineert een hamermolen met een centrifugale concentrator.
Uit de analyses blijkt dat ongeveer 77 tot 80 procent van het goud in het aangevoerde materiaal zich bevindt in relatief grove deeltjes van meer dan 100 micrometer. Dat wijst erop dat het goud in dit type erts mogelijk grotendeels met eenvoudige zwaartekrachtscheiding kan worden teruggewonnen, zonder dat intensief malen noodzakelijk is.
De hamermolen moest het materiaal verkleinen om het goud beter vrij te maken. De onderzoekers constateren echter dat de mechanische installatie het goud niet consequent beter wist terug te winnen dan de traditionele goudgoot. Een aanzienlijk deel van het verloren goud in het HS-systeem zat in deeltjes tussen 250 en 1.000 micrometer.
Volgens de onderzoekers kan dit erop wijzen dat de hamermolen het gesteente wel verkleinde, maar het goud niet voldoende losmaakte uit de omringende kwartsmatrix. Ook bestaat het vermoeden dat de hamermolen sommige gouddeeltjes eerder plat sloeg dan daadwerkelijk verbrijzelde. Omdat goud vervormbaar is, kunnen hamers de deeltjes veranderen in dunne, schijfvormige stukjes. Die kunnen zich moeilijker laten scheiden in een centrifuge en daardoor met het afvalmateriaal worden afgevoerd. Dit mechanisme is nog niet rechtstreeks bevestigd en vereist aanvullend microscopisch onderzoek.
De audit bracht aanzienlijke operationele tekortkomingen bij beide systemen aan het licht.
De hamermolen van het HS-systeem heeft een nominale capaciteit van drie ton per uur, maar werd structureel boven die grens belast. De gemeten aanvoersnelheden lagen tussen 3,4 en 4,8 ton per uur. Op een van de meetdagen werd gemiddeld 4,11 ton per uur verwerkt, ongeveer 37 procent boven de ontwerpcapaciteit.
Door de overbelasting werd het materiaal met behulp van water door de installatie geperst, in plaats van dat de molen het efficiënt verkleinde. Om verstoppingen te voorkomen, gebruikten operators bovendien grote hoeveelheden water. Daardoor bevatte de toevoer naar de centrifuge slechts 11 tot 17 procent vaste stof, terwijl voor een efficiënte scheiding doorgaans een veel hoger aandeel nodig is. De sterke verdunning en hoge stroomsnelheden zorgden ervoor dat gouddeeltjes gemakkelijker met het afvalwater werden meegesleurd.
Bij de traditionele goudgoot deed zich het tegenovergestelde probleem voor. Daar werd het materiaal soms met een te hoog aandeel vaste stof aangevoerd, waardoor de slurry te dik werd en gouddeeltjes onvoldoende tijd kregen om naar de bodem te zakken. De toevoer varieerde bovendien sterk, van 11,6 tot 55,8 ton per uur, doordat de graafmachine het materiaal zonder nauwkeurige dosering aanleverde.
Op een van de meetdagen werd berekend dat 66,8 procent van het goud via de afvalstroom verloren ging. Dat was ongeveer tweemaal het aandeel dat werd teruggewonnen.
De verliezen zijn volgens de studie economisch aanzienlijk. Het afvalmateriaal van de traditionele goudgoot bevatte gemiddeld 2,60 gram goud per ton, terwijl bij het gemechaniseerde systeem gemiddeld 2,20 gram per ton werd gemeten.
Dergelijke concentraties laten zien dat het afvalmateriaal nog een substantiële hoeveelheid goud kan bevatten. De onderzoekers wijzen er daarbij op dat de cijfers betrekking hebben op deze specifieke locatie en niet zonder meer kunnen worden toegepast op alle goudmijnen in Suriname.
Op basis van een financieel model, met de goudprijs van september 2019 van ongeveer US$ 1.510 per troy ounce, raamden de onderzoekers de jaarlijkse potentiële waarde van het goud in de afvalstromen op circa US$ 6,9 miljoen voor het IST-systeem en US$ 3,8 miljoen voor het HS-systeem. Wanneer dezelfde hoeveelheden verloren goud worden gewaardeerd tegen een goudprijs van ongeveer US$ 4.710 per ounce, zoals in de aangeleverde berekening voor 2026, stijgen die theoretische bedragen tot respectievelijk meer dan US$ 21,6 miljoen en US$ 11,9 miljoen per jaar. Het gaat om berekende potentiële waarden bij volledige terugwinning van het goud in de afvalstromen, niet om gegarandeerde inkomsten. De werkelijke opbrengst hangt onder meer af van de terugwinbaarheid, operationele kosten en de hoeveelheid materiaal die daadwerkelijk wordt verwerkt.
De onderzoekers benadrukken dat hun bevindingen niet betekenen dat gemechaniseerde goudverwerking overal ongeschikt is. Het onderzoek werd uitgevoerd tussen september 2019 en februari 2020 en werd verstoord door de COVID-19-pandemie. Ook was het aantal bruikbare monsters beperkt en werd niet rechtstreeks vastgesteld in hoeverre het goud mineralogisch was vrijgemaakt. Wel pleiten de resultaten voor een betere analyse van het erts voordat mijnbouwbedrijven investeren in kostbare apparatuur. Bij zachte, kleirijke bodemlagen met relatief grof goud kan het zinvol zijn de hamermolen over te slaan of te vervangen door een roterende wasinstallatie die het materiaal reinigt en losmaakt.
Daarnaast adviseren de onderzoekers om de hoeveelheid vaste stof in de toevoer nauwkeurig te regelen, de verwerkingscapaciteit van machines te respecteren en dagelijks te controleren hoeveel goud in het eindproduct en in de afvalstromen terechtkomt.
Ook een betere bemonstering is noodzakelijk. Grove gouddeeltjes zijn ongelijk verdeeld, waardoor kleine monsters een vertekend beeld kunnen geven van de werkelijke goudconcentratie. Dat bemoeilijkt de berekening van verliezen en terugwinning.
UNITEDNEWS
