RELATIE NEDERLAND – SURINAME VANAF 1974 TOT HEDEN
Ingezonden: Kenneth Sukul
Op 8 september 2021 zei president CH. Santhoki tijdens een ontmoeting met premier Mark Rutte in Den Haag, dat als het aan hem lag de relatie tussen Suriname en Nederland helemaal hersteld zou zijn.
In dat kader brengt Mark Rutte op 12 september 2022 een bezoek aan Suriname. Eerdere pogingen tot herstel van de relatie tussen Nederland en Suriname werden in in het jaar 1987 en 2000 ondernomen. In juli 2018 waren heel veel Surinamers erg boos op de Nederlandse minister Stef Blok van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze had op een bijeenkomst met Nederlanders die werkzaam waren bij internationale organisaties, gezegd dat Suriname een ‘failed state’zou zijn. Volgens Blok zou dit liggen aan de etnische opdeling van Suriname. Waar hij die wetenschap vandaan had en wie de verantwoordelijken daarvoor waren, verklaarde hij echter niet.
De Staat Suriname
In 1974 naam Den haag de beslissing dat de kolonie Suriname onafhankelijk moest worden. Vanaf De Tweede Wereldoorlog tot aan de jaren 70 waren heel wat Europese landen in bloedige oorlogen verwikkeld met de bevolking van hun koloniën. De bevolkingen in de koloniën wouden namelijk af van de bezetters van hun land. Om de opstanden te onderdrukken, deinsden de kolonisators voor geen enkele middel terug. Nederland probeerde na 1945 Indonesië weer te koloniseren nadat die zich had bevrijd van Japan. Ondanks vele militairen- en burgerslachtoffers, waren de Indonesiërs toch in staat de Nederlanders te verjagen uit hun land.
De onafhankelijkheid
In 1974 deelde Den Haag haar voornemens met de zittende regering in Paramaribo onder leiding van H. Arron. Die ging met de mededeling aan de haal en deed voorkomen alsof het een politieke overwinning zou zijn. Het volk werd niet gevraagd wat zij van de voornemens van Den Haag vonden. Volgens Arron zou de onafhankelijkheid in 1975 plaats vinden ongeacht wat er zou gebeuren. Want hij had zijn ‘woord’ gegeven aan Den Haag. Het gevolg hiervan was dat parlementariërs de regeercoalitie uit protest verlieten, de regering de ondersteuning van de meerderheid in het parlement verloor en Paramaribo op de rand van een burgeroorlog kwam te staan.
Overheidsgebouwen werden in brand gestoken en burgers werden met stenen bekogeld terwijl de politie toe keek. De helft van de bevolking vluchtte het land uit. Ondanks de explosieve situatie in Paramaribo en duizenden vluchtelingen in geïmproviseerde opvangcentra in Nederland, heeft Den Haag niet ingegrepen. Ondanks het verzoek vanuit de oppositie werd de onafhankelijkheid niet uitgesteld. Een burgeroorlog werd voorkomen doordat de parlementariër G. Hindori de regering aan een meerderheid in het parlement hielp en de oppositie overstag ging. Uiteindelijk kreeg Den Haag en de regering-Arron hun zin en werd Suriname alsnog op 25 november 1975 onafhankelijk verklaard door Den Haag. Suriname kreeg nog een ontwikkelingsfonds van 3.2 miljard NF mee.
De relatie Den Haag – Paramaribo
In 1980 werd een staatsgreep gepleegd door in Nederland opgeleide militairen, die zich intussen hadden aangemeld in het Surinaamse leger, met ondersteuning van de Nederlandse militaire attaché, en werd daarmee de wettige gekozen regering afgezet. Den Haag heeft toen niets gedaan om de staatsgreep te voorkomen dan wel ongedaan te maken. Wat ze wel deed, was zich vergrijpen aan de gelden in het ontwikkelingsfonds. Het fonds met een bedrag van 3,2 miljard NF, werd in 1975 bij verdrag door Den Haag aan het Surinaams volk beloofd. Uit het fonds van het Surinaams volk pakte Den Haag 500 miljoen en gaf dat als ondersteuning aan de ongrondwettelijke en ondemocratische regering van de in Nederland opgeleide militairen. Het resultaat van deze daad vanuit Den Haag was dat er alsnog een bloedbad kwam in december 1982, welke in 1975 was voorkomen. Op 16 januari 1984 sloten de militairen een overeenkomst met de vakbeweging de ASFA en andere maatschappelijke organisaties. De overeenkomst hield in dat volgens een fase plan Suriname terug zou gaan naar een door het volk wettig gekozen regering. De militairen werden daartoe gedwongen door een staking van de arbeiders van Suralco te Paranam in november en december 1983. De arbeiders gingen in staking uit protest tegen het beleid van de militairen. Het bedrijf werd plat gelegd en Paramaribo werd in het donker gezet door de stroomtoevoer naar Paramaribo vanuit de Afobakka krachtcentrale af te sluiten. Op dat moment waren de inkomsten uit de bauxietsectors de belangrijkste inkomsten waarmee de militaire regering overeind werd gehouden.
In het kader van het Fase-Plan mocht het radiostation Apintie weer uitzenden, en kregen de kranten weer ruimte om hun werk te doen. Ook werd er een assemblee benoemd met vertegenwoordigers uit alle organisaties, die een nieuwe grondwet moesten voorbereiden.
Terwijl het Fase-Plan in uitvoering was, werd er vanuit Nederland en met geld van Nederland een binnenlandse oorlog in Suriname georganiseerd.
Tijdens die oorlog werden mensen ontheemd en scholen, poli’s, bedrijven en de infrastructuur in het westelijk binnenland vernietigd. Daarbij werd dus ook een groot deel van de economie kapot geschoten. Ook werd er gedreigd met het opblazen van de Afobakkadam. Het scheelde een haartje of het grootste bedrijf in Suriname waarop de economie toen dreef, Suralco, had haar deuren gesloten. In mei 1987 werden de verkiezingen toch gehouden en ging het volk massaal naar de stembus. Helaas konden delen van het binnenland, die ontoegankelijk en onveilig waren, niet mee doen.
Niet lang daarna werd de relatie met Den Haag voor de eerste keer hersteld om in 1990 weer verbroken te worden vanwege een tweede militaire staatsgreep.
Uit het bovenstaande is het duidelijk hoe Den Haag met haar handelingen de zgn. ‘failed state’ Suriname heeft gecreëerd, en dat dit niets te maken heeft gehad met etnische verdeling.
Wat daarbij nog moet worden vermeld is dat vanwege de van uit Den Haag georganiseerde onrust en onveiligheid in 1975, heel veel kader was vertrokken naar Nederland en dat Den Haag ook daarna steeds ronselaars stuurde naar Paramaribo om vooral onderwijzers en verplegers te ronselen.
De Relatie
Een goede relatie is er een waarin betrokkenen eerlijk en met respect met elkaar kan om gaan. Uit de ‘relatie’ tussen Den Haag en Paramaribo blijkt, dat Den Haag aan Suriname steeds schade toe brengt. Hoe kan er sprake zijn van herstel van een relatie zonder dat er eerst gesproken wordt over de negatieve gedragingen van de ene partij en de gevolgen daarvan voor de andere partij. Den Haag is met haar handelingen in 1975, 1980 en de periode 1985 tot en met 1992 mede verantwoordelijk voor de ‘failed state’ Suriname.
Wil er sprake zijn van het herstellen van de relatie tussen Den Haag en Paramaribo dan zou Den Haag eerst haar handelingen die tot de ‘Failed State’ hebben geleid moeten erkennen en herstellen. Dat kan ze door:
– De 500 miljoen NF, welke destijds door Den Haag illegaal was onttrokken uit het ontwikkelingsfonds van Suriname, met rente terug te storten;
– De financiële schade die veroorzaakt was door het handelen vanuit Den Haag in de periode tussen 1980 en 1992, te vergoeden.
Alleen dan kan er mijn inziens begonnen worden aan herstel van een relatie.
OPINIE
