HIRA GELOOFT NIET IN JURIDISCHE OPLOSSING ‘8 DECEMBER MOORDEN’
Wetenschaper en columnist Sandew Hira, heeft er geen geloof in dat de ‘8 decembermoorden’ met slecht een rechtszaak zullen leiden tot waarheidsvinding en de zo gewenste afsluiting van deze donkere geschiedenis van Suriname. Vrede tussen partijen zal het in elk geval niet opleveren.
Het vraagstuk dat nu al langer dan 30 jaar een heethangijzer is geworden, is volgens Hira, die overigens Dew Baboeram heet en een jongere broer is van John Baboeram, een van de 15 vermoorde mannen op 8 december 1982, geen juridisch maar een politiek probleem. “Wie dat niet erkent houdt niet alleen zichzelf maar ook anderen voor de gek”, zegt Hira. Hij sprak maandag tijdens een twee uur durende persconferentie over zijn aangekondigde poging, hoofdverdachte Desi Bouterse zo ver te krijgen een getuigenis tegenover hem af te leggen, over alles wat zich heeft voorgedaan vanaf 1979, de aanleiding voor de staatgreep van 1980, de decembermoorden van 1982 en alle andere mensenrechtenschendingen die hebben plaatsgevonden in en na die periode. Hieronder vallen ook de moorden in het dorp Moiwanna.
Hira vindt dat met de toezegging van Bouterse om eens eindelijk een getuigenis af te leggen Suriname een historische kans krijgt op een juiste manier met deze kwestie om te gaan. Die kans had zich eerder voorgedaan toen de democratie zich in de begin negentiger jaren had hersteld en de politiek toen voldoende maatschappelijk ( 40 van de 51 parlementszetels ) en internationaal draagvlak had. Ïk weiger te geloven dat die kans niet is aangegrepen omdat men te laf was, het waren politieke overwegingen waarom het niet is gebeurd”, zegt Hira. Waarom is het trauma toen niet opgelost via de rechterlijke macht? Omdat iedereen zich realiseerde dat dat zou kunnen leiden tot een sociale explosie. De rechterlijke macht bleek niet het geschikte instrument om politieke problemen op te lossen. En dat is in de jaren daarna, toen het Front aan de macht, was steeds weer gebleken. Als de Decembermoorden een juridisch probleem was, dan had het Front het al in 1987 opgelost. Maar het gaat hier niet om een juridisch probleem, maar om een politiek probleem. We houden elkaar voor de gek door te stellen dat het een juridisch probleem is dat door juristen in de rechtszaal kan worden opgelost. Ik stel daarom niet een juridische, maar een politieke oplossing voor gebaseerd op morele gronden en dat houdt in gerechtigheid via waarheidsvinding. Ik had gehoopt dat politici die oplossing zouden brengen. Na dertig jaar heb ik besloten zelf met een initiatief te komen. Moet ik me daarvoor schamen?
“Hira verduidelijkt dat het hier niet gaat om een dader en enkele slachtoffers alleen, maar dat het een maatschapelijk probleem is, waar veel meer groepen bij betrokken zijn. Daarnaast vindt Hira dat het probleem veel groter is dan slechts de moorden van 8 december 1982. Het gaat niet alleen om 15 slachtoffers en een dader die nu president is, maar om in totaal 446 slachtofers in de periode sinds 1980. Ïk praat dan ook niet namens de nabestaanden van 8 december”, zegt Hira. Volgens hem zijn die slachtofers slechts 3 procent van het aantal mensen die in die periode het leven hebben gelaten. “Die andere 97 procent hebben ook vaders en moeders. Ik zie nooit hun foto’s, wel van die 15 en ik schaam mij ervoor dat er nooit een initiatief naar hun is ondernomen.
De broer van de vermoorde John Baboeram zegt dat de opgeslagen weg ook voor hem vreemd aanvoelt, hij niet weet waar het zal eindigen en is zich ervan bewust dat aan het eind van de rit hij voor een naieveling kan worden uitgemaakt. “Het is een wild idee en ik spring in een donker gat, maar ik wil niet weer dertig jaar wachten. Veel mensen snakken naar een permanente vrede in de ideologische oorlog rond de Decembermoorden. Te midden van het politieke steekspel vraag ik me af: waar snak ik naar? Ik wil een definitieve oplossing van de Decembermoorden. Die oplossing leek tot voor kort heel ver weg. Wat houdt die oplossing in? Voor mij betekent die oplossing vijf punten.
Ten eerste, de erkenning door de verantwoordelijken van de Decembermoorden van de pijn die het heeft veroorzaakt. Niet het wegwuiven, maar de simpele erkenning is een eerste belangrijke stap. Ten tweede, ik wil weten wat er gebeurd is op 8 december en wat daartoe geleid heeft. Ik wil geen leugens horen over mensen die op de vlucht geschoten zijn. Ik wil de details weten, alle details. Ten derde, ik wil begrijpen hoe en waarom het zover gekomen is. Ten vierde, ik wil de vraag beantwoorden: welke lessen kunnen we trekken uit het verleden om te voorkomen dat Suriname in de toekomst een nieuwe periode van duisternis zal meemaken. Tot slot, de herinnering aan pijn en verdriet zou een plek moeten krijgen in ons historisch bewustzijn op een manier waardoor we rust krijgen zonder te vergeten.
Hira heeft op de persconferentie flink uitgeghaald naar critici, waaronder Theo Para, die hem onder andere ervan beschuldigen Bouterse een platform aan te bieden om zijn straf te ontlopen. Hira zegt kritiek te respecteren, zeker waar het omgaat dat personen vinden dat Bouterse zijn straf niet mag ontlopen en ook in twijfel trekken als Bouterse wel de waarheid zal vertellen in het gesprek met Hira. Voor kritiek die volgens Hira niets te maken heeft met de inhoud van deze kwestie maar gericht is op zijn persoon kan hij geen respect op brengen. “Die critici worden geleid door Henry Does, alias Theo Para.
“Para neemt het recht om te praten als nabestaande omdat hij de vriend was van Bram Behr. ( een van de vermoorde mannen en collega journalist van Para …… red) Dat recht zou ik erkennen, als hij zich daartoe had beperkt. Maar hij werd ronduit kwetsend, grievend en beledigend toen hij mij betitelde als een toevallige nabestaande. Iemand die bij toeval nabestaande is en dus geen recht van spreken heeft. Het is een totaal gebrek aan respect voor mijn gevoelens, en een ontkenning van de pijn die ik al jarenlang via de columns in Starnieuws heb gedeeld, lang voordat ik afgelopen week de stap nam naar een oproep voor een getuigenis. Bouterse heeft jarenlang mijn pijn ontkend door te zwijgen en te liegen. Hij heeft die pijn nu met zijn brief erkend. Para ontkent nu die pijn door mij “een toevallige nabestaande” te noemen. Ik hoop niet dat het dertig jaar gaat duren voordat hij zijn excuses gaat aanbieden: zegt Hira.
Hira heeft om zijn onderzoek te doen zowel de Surinaamse, de Amerikanse, Nederlandse en Cubaanse overheden gevraagd om medewerking in het ter beschikking stellen van archieven en andere materiaal. Antwoorden heeft hij nog niet gekregen. Hij heeft volledige transparantie belooft in het proces en de werkwijze de komende maanden. Dit proces zal te volgen zijn op face book, Starnieuws, de webpagina van het instituut van Hira en persconferenties.