HISTORISCH LAGE OPKOMST VERKIEZINGEN 25 MEI ONDANKS VERBETERDE ORGANISATIE
De parlementsverkiezingen van 25 mei hebben een historisch lage opkomst opgeleverd. Slechts net onder de 70 procent van de stemgerechtigden bracht zijn stem uit, het laagste percentage sinds 2005.
Dit is opvallend, aangezien de verkiezingen gepaard gingen met verbeterde logistieke voorzieningen, een efficiëntere organisatie en inzet van moderne technologie.
Ter vergelijking: in 2015 en 2020 lag de opkomst telkens ruim boven de 75 procent. De verwachting van de verkiezingsautoriteiten was dan ook dat de opkomst dit jaar op een vergelijkbaar niveau zou blijven. De uiteindelijke cijfers laten echter een aanzienlijk lager kiezersengagement zien.
Volgens observaties op sociale media lijkt de lage opkomst het gevolg van een combinatie van factoren: een groeiend politiek cynisme onder de bevolking, teleurstelling in gevestigde partijen en leiders, en de aanhoudende uitstroom van burgers als gevolg van economische onzekerheid.
Een deel van de potentiële kiezers zou zich bovendien niet meer vertegenwoordigd voelen binnen het huidige politieke bestel.
Onderminister van Binnenlandse Zaken, Maurits Hassankhan, waarschuwt echter voor te snelle conclusies. Hij stelt dat pas na een gedegen, wetenschappelijk onderzoek uitsluitsel kan worden gegeven over de achterliggende oorzaken van het teruglopende stemgedrag.
De lagere opkomst had ook invloed op de kiesdeler, het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van één zetel in De Nationale Assemblee. Deze werd door de daling in totaalstemmen lager dan aanvankelijk berekend, wat resulteerde in een versoepelde toetredingsdrempel voor politieke partijen en kandidaten. Hierdoor was het voor kleinere partijen mogelijk om met relatief weinig stemmen toch parlementaire vertegenwoordiging te behalen.
UNITEDNEWS
