HOEFDRAAD EIST NAAST KORTGEDING OOK IN BODEMPROCEDURE NIETIG VERKLARING IN STAAT VAN BESCHULDIGING STELLING

Na eerst een kortgeding aanhangig te hebben gemaakt tegen de staat Suriname, De Nationale Assemblee en de procureur generaal, heeft ex- minister Gilmore Hoefdraad van Financiën nu ook  dringend rechtsingang gevraagd bij de kantonrechter voor een bodemprocedure. Dit verzoek is de afgelopen week ingediend en komt naast het kortgeding waarvoor Hoefdraad intussen rechtsingang heeft gekregen en al in behandeling is bij de rechter. Het verschil tussen het kortgeding en het bodemproces is dat bij het kortgeding een voorlopige voorziening wordt gevraagd aan de kortgedingrechter in afwachting tot de uitspraak in het bodemproces. In het bodemproces dat soms jaren kan duren kan ook veel meer gevorderd (geëist) worden door Hoefdraad. De ex bewindsman heeft echter gevraagd om een verkort afcluderingsproces.

In het nu aangespannen bodemproces vraagt Hoefdraad de rechter het besluit van De Nationale Assemblee van 6 augustus 2020 waarin hij in staat van beschuldiging is gesteld nietig te verklaren. Ten tweede wordt de rechter gevraagd de staat Suriname, De Nationale Assemblee en de Procureur Generaal te verbieden enige handelingen of daden van welke aard dan ooit te plegen die zijn gebaseerd op het besluit van de hoorcommissie en het eindbesluit van het parlement, waarbij Hoefdraad in staat van beschuldiging is gesteld. Dit besluit van de commissie en het parlement is genomen op basis van een tweede verzoek van de procureur generaal om hoefdraad in staat van beschuldiging te stellen nadat een eerste verzoek, door het parlement was afgewezen. Hoefdraad eist in deze nieuwe case ook dat de kantonrechter de staat Suriname, het parlement en de procureur generaal opdraagt het eerste besluit van het parlement, waarbij een eerste verzoek van de procureur generaal, zijn in staat van beschuldiging stellen door het parlement is afgewezen, te respecteren en na te leven. Daarnaast wordt de kantonrechter gevraagd de procureur generaal expliciet te verbieden enige opsporing en vervolgingshandeling te plegen tegen Hoefdraad. De ex bewindsman vraagt de kantonrechter om in zijn eindoordeel op te nemen dat voor elke dag dat het gevraagde niet wordt nageleefd, de staat Suriname, het parlement en de procureur generaal per dag elk een dwangsom zullen moeten betalen van SRD 100.000 per dag.

Hoefdraad en zijn juridisch team hebben voor het bodemproces een lijvig document als bijlage toegevoegd bij de vordering, onderverdeeld in de wet in staat van beschuldiging stelling en vervolging politieke ambtsdragers, de eerste vordering van de pg van 23 april, op basis waarvan hij niet in staat van beschuldiging is gesteld, het verweerschrift van hoefdraad zelf toen hij door het vorig parlement is verhoord, het orde reglement van het parement, de tweede vordering van de procureur generaal aan het nieuwe parlement op basis waarvan hij wel in staat van beschuldiging is gesteld, verder brieven en correspondentie tussen de raadslieden van Hoefdraad met het parlement en andere relevante stukken.  Voor de bodemprocedure bestaat het juridisch team van Hoefdraad uit de juristen Irene Lalji, Frank Truideman en Murwin Dubois.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box