“HOEFDRAAD IN DE GELEGENHEID OM NAAM BIJ DE RECHTER TE ZUIVEREN”
Foto rechtonder: Parlementariër Carl Breeveld (DOE).
Indien minister Gillmore Hoefdraad van Financiën van mening is dat hij onschuldig is en niets te maken heeft met het schandaal bij Centrale Bank van Suriname (CBvS), zou hij zich geen zorgen hoeven te maken en juist meewerken aan het onderzoek dat de procureur-generaal wenst te plegen naar zijn betrokkenheid.
Dit zegt parlementariër Carl Breeveld (DOE). “Je kunt met betrekking tot het dossier lange discussies houden over wat door sommigen als vormfouten worden aangemerkt, maar van DNA wordt primair gevraagd of de minister in staat van beschuldiging gesteld moet worden”, zegt Breeveld.
De DOE-fractie heeft het dossier naar zeggen van Hoefdraad bestudeerd, en komt tot de conclusie dat daarin zaken voorkomen die nader onderzocht zouden moeten worden door de procureur-generaal. Vandaar de noodzaak om de minister te ontdoen van zijn politieke bescherming en de rechterlijke macht de ruimte geven om haar werk te kunnen doen.
“Als volksvertegenwoordiger moet ik stellen dat de verantwoordingsplicht door deze regering met de voeten wordt betreden.
Met name sommige zaken die in het dossier genoemd worden zijn voor het instituut DNA, waar verantwoording van de president, de regering en in deze de minister van Financiën moet plaatsvinden, bewust achterwege zijn gelaten.
Daarom moet de minister in staat van beschuldiging gesteld worden zodat hij in de gelegenheid gesteld kan worden zich te verantwoorden voor zijn handelen in strijd met de bankwet, de anti-corruptiewet en het wetboek van strafrecht. Niemand staat boven de wet de minister noch de president”, aldus de DOE-parlementariër.
UNITEDNEWS
