HOF VAN JUSTITIE BESLIST: EXCEPTIES VORDERING HOEFDRAAD AFGEWEZEN, 4 FEBRUARI STRAFEIS
Het Hof van Justitie heeft maandagochtend de preliminaire excepties van ex minister Gillmore Hoefdraad afgewezen.
Het Hof heeft besloten dat op 4 februari een begin wordt gemaakt met het requisitoir van het Openbaar Ministerie waarbij er een strafeis tegen de ex minister zal worden gedaan. In dit stadium is er geen ruimte meer om getuigen te horen. Nadat het O.M haar strafeis heeft gedaan zullen de advocaten van Hoefdraad een pleidooi houden. In een tweede fase komen zowel het O.M als de advocaten weer aan het woord en zou Hoefdraad het laatste woord mogen hebben.
De ex bewindsman is echter voortvluchtig en zal het Hof zonder zijn aanwezigheid een vonnis uitspreken. Eerder heeft de kortgeding rechter ook al de eis van Hoefdraad om zijn in staat van beschuldigingstelling door De Nationale Assemblee, op te schorten afgewezen. Volgens Lalji is omdat het vonnis nog niet is betekent het niet duidelijk op grond waarvan de eis van Hoefdraad is afgewezen. Hierdoor kan in die kwestie ook nog geen hoger beroep worden aangetekend.
De verdediging van de ex minister kan tegen het besluit van het Hof niets meer doen. “Een rechtszak is een juridisch spel waarbij de regels zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering. Tegen afgewezen preliminaire ofwel voorlopige verweren kan niet in hoger beroep worden gegaan. Het Hof heeft beslist dus gaat de zaak verder”, zegt Irene Lalji een van de advocaten vaan Hoefdraad. Echter blijft zij er bij dat het Hof voorbij is gegaan aan de essentie van de dagvaarding. Die had Hoefdraad en niet zijn advocaten moeten bereiken wat volgens haar niet is geschied.
“Ik proef een vorm van tegenstrijdigheid in het besluit van het Hof. Het openbaar ministerie bevestigd eigenlijk dat de verdachte niet is aangehouden en een adres heeft. Daar wordt hij niet aangetroffen, ook geen huisgenoten en hetzelfde O.M heeft ook een opsporingsbevel uitgevaardigd”. Volgens haar moet volgens het wetboek Hoefdraad dus openbaar worden gedagvaard. Volgens de uitleg van het Hof van Justitie heeft dat wel plaatsgevonden, nadat het O.M de dagvaarding bij de districtscommissaris heeft afgeleverd. “Maar dan zijn we terug bij het begin, omdat wanneer de districtscommissaris, die overigens niet verplicht is dat te doen opnieuw begint met de manier vaan dagvaarding zoals het O.M heeft gedaan. De dagvaarding had bij het gerechtsgebouw aangeplakt moeten worden”, vindt de Jurist. Het Hof van Justitie heeft ook het verweer verworpen dat voor de dagvaarding er een verkeerd wetsartikel zou zijn gebruikt. “In de dagvaarding staat in vetgedrukte letter dat het om de rechtszaak in eerste aanleg gaat”, hield de rechter de verdediging van Hoefdraad voor. Volgens Murwin Dubois, die samen met Lalji deel uitmaakt van de verdediging, zou het accent gelegd moeten worden op de onbekendheid van waar Hoefdraad zich bevindt. “Die onbekendheid blijkt uit de opsporing. Vanaf augustus tot december is bekend dat het woonadres niet langer de verblijfplaats is van de verdachte”.
Volgens Dubois is het een normale omstandigheid dat de rechtszaak in afwezigheid van Hoefdraad plaatsvindt. Nu de dagvaarding geldig is verklaard zal het rechtsproces normaal plaatsvinden en zal Hoefdraad bij verstek veroordeeld worden. De verdediging van de ex minister benadrukt dat contact tussen Hoefdraad en zijn advocaten op geen enkele manier wil zeggen dat die het Openbaar Ministerie enige mededeling moeten doen over waar hij zich mogelijk zou bevinden. “Die confidentialiteit wordt door de wet gewaarborgd anders zou de procureur generaal als eerst bij ons terecht zijn geweest”, zegt Dubois.
UNITEDNEWS
