IDB | SURINAAMSE ECONOMIE OP DREMPEL VAN GIGANTISCHE OLIEGROEI, MAAR DIVERSIFICATIE BLIJFT CRUCIAAL

Hoewel politieke spanningen wereldwijd en een stijgende inflatie op de korte termijn voor economische druk zorgen, zien de vooruitzichten van Suriname er op de middellange termijn gunstig uit. Die positieve kanten worden vooral gedreven door de aanstaande offshore-olieproductie, die in 2028 voor een eenmalige groeispurt van ruim 28 procent zal zorgen.

Dat stelt de Inter-American Development Bank (IDB) in een nieuw rapport. Uit de meest recente analyse blijkt dat de economische groei in 2025 vertraagde naar ongeveer 1,5 procent door een lagere goudproductie, maar voor 2026 wordt een herstel naar 3,9 procent verwacht, alvorens in 2028 de reële economische groei met de start van de winning in het GranMorgu-veld tijdelijk omhoog schiet naar 28,5 procent.

De IDB waarschuwt echter dat Suriname moet waken voor een al te eenzijdige focus op de winningsindustrie. Waar mijnbouw in 2025 nog goed was voor 84 procent van de export, verschuift het zwaartepunt de komende jaren definitief naar olie en gas. Om te voorkomen dat andere sectoren overschaduwd raken, dringt de bank aan op een actieve diversificatie van de economie. Kansrijke sectoren die de werkgelegenheid en duurzame groei buiten de oliesector moeten aanjagen zijn onder meer toerisme en ecotoerisme, duurzame agrarische industrie en visserij, alsmede voedselverwerking en hernieuwbare energie.

Aan de fiscale kant boekte Suriname de afgelopen jaren vooruitgang door de staatsschuld terug te brengen van 121 procent in 2020 naar 100 procent van het BBP in 2025. Wel liep het begrotingstekort in 2025 tijdelijk op naar 9,6 procent van het BBP door verkiezingsuitgaven, subsidies en een herkapitalisatie van de Centrale Bank, maar voor 2026 wordt dit geraamd op circa 5,1 procent.

Een sleutelrol in het behoud van financiële rust is weggelegd voor het vernieuwde Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname (SSF). Alle inkomsten uit delfstoffen moeten verplicht in dit onafhankelijke fonds vloeien om te voorkomen dat de verwachte miljardenstroom leidt tot kortzichtige consumentenuitgaven en economische ontregeling.

Op de korte termijn blijft de consument de economische druk echter voelen. Hoewel de inflatie daalde van 60 procent in 2020 naar 13 procent eind 2025, loopt de prijsdruk in 2026 weer op door volatiele mondiale olieprijzen en de afhankelijkheid van import. Daarnaast beïnvloedt de ontwaarding van de Surinaamse dollar — die tussen eind 2024 en eind 2025 zo’n 9 procent aan waarde verloor ten opzichte van de Amerikaanse dollar — de prijs van dagelijkse goederen, waarbij het ingestelde tijdelijke prijsplafond om de burger te beschermen op haar beurt extra druk legt op de staatsbegroting.

UNITEDNEWS

 

Facebook Comments Box