MATHOERA EIST HARDE GRENZEN AAN NIEUWE OPSPORINGSMETHODEN

VHP-parlementariër Krishna Mathoera op de voorgrond, terwijl een KPS-agent op de achtergrond werkzaamheden uitvoert in de geavanceerde afluister- en monitoringbooth van de politie.

In beslag genomen apparatuur die geen bewijs oplevert, moet tijdig worden teruggegeven en heimelijke observaties mogen niet zonder een duidelijke eindgrens worden verlengd.

VHP-parlementariër Krishna Mathoera wil dat de modernisering van het Wetboek van Strafvordering niet alleen de politie meer mogelijkheden geeft om criminaliteit te bestrijden, maar ook voorkomt dat burgers onnodig lang worden gevolgd of in hun privacy worden aangetast.

Tijdens de behandeling van de wetswijzigingen in De Nationale Assemblee (DNA) vroeg Mathoera aandacht voor de gevolgen van de voorgestelde opsporingsbevoegdheden. Zij vindt dat de wet nauwkeurig moet vastleggen onder welke voorwaarden deze middelen mogen worden ingezet en hoe wordt gecontroleerd of dat nog gerechtvaardigd is. Vooral de mogelijkheid om verdachten langdurig heimelijk te observeren, baart haar zorgen. Het wetsontwerp voorziet in een observatieperiode van drie maanden, die telkens met dezelfde termijn kan worden verlengd. Doordat een absolute maximumduur ontbreekt, kan een onderzoek volgens Mathoera in theorie jarenlang voortduren. Zij pleit daarom voor een wettelijke bovengrens en duidelijke criteria voor het verlengen van een observatiebevel. Daarbij moet worden beoordeeld of het voortzetten van de surveillance noodzakelijk en evenredig is met het doel van het onderzoek.

Ook het plaatsen van verborgen camera’s en opnameapparatuur in woningen en andere besloten ruimten vraagt volgens de parlementariër om strenge voorwaarden.

Niet alleen verdachten kunnen hierdoor worden geregistreerd. Ook huisgenoten en andere personen die niets met een strafbaar feit te maken hebben, kunnen onbedoeld op beeld- of geluidsopnamen terechtkomen.

Naast de privacy van burgers richt Mathoera haar aandacht op de omgang met digitaal bewijsmateriaal. Bij het onderzoeken van smartphones, computers en andere gegevensdragers moet volgens haar worden gegarandeerd dat de opgeslagen informatie niet wordt gewijzigd of gemanipuleerd. De wet moet duidelijkheid bieden over de manier waarop de echtheid en betrouwbaarheid van digitale gegevens worden vastgesteld.

Verder wil zij dat een wettelijke termijn wordt vastgesteld voor de teruggave van in beslag genomen apparatuur. Wanneer blijkt dat een apparaat geen relevante informatie bevat of niet in verband staat met een strafbaar feit, moet voor de eigenaar duidelijk zijn wanneer die het terugkrijgt.

De parlementariër waarschuwt ook voor de gevolgen van het uitlekken van vertrouwelijke onderzoeksgegevens. Vooral bij undercoveroperaties kan het bekend worden van gevoelige informatie de veiligheid van opsporingsambtenaren en hun gezinnen in gevaar brengen. De bescherming van deze personen moet volgens haar daarom eveneens deel uitmaken van het nieuwe wettelijke kader.

De kleinschaligheid van Suriname maakt zorgvuldige omgang met opsporingsinformatie volgens Mathoera extra belangrijk. Ruimere bevoegdheden kunnen verstrekkende gevolgen hebben wanneer onvoldoende toezicht bestaat of vertrouwelijke gegevens in verkeerde handen terechtkomen.

Edgar Sampie (ABOP), voorzitter van de Commissie van Rapporteurs, benadrukt eveneens dat het strafprocesrecht moet worden aangepast aan de veranderende criminaliteit. De huidige opsporingsbevoegdheden sluiten volgens hem onvoldoende aan op de eisen die nieuwe en complexe misdrijven stellen aan politie en justitie.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box