MENSENRECHTENCOMMISSIE OAS VERKLAART NABESTAANDEN DECEMBERMOORDEN ONTVANKELIJK OM ‘UITBLIJVEN BERECHTING EN BESTRAFFING’
PARAMARIBO — De Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens (IACHR) van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) heeft de nabestaanden van de Decembermoorden ontvankelijk verklaard in hun klacht over “het uitblijven van berechting en bestraffing van de daders, het eerherstel van de slachtoffers door de Staat Suriname en de compensatie van de erfgenamen van de vijftien slachtoffers”.
Dit wordt bevestigd door het advocatenkantoor Essed & Sohansingh dat de nabestaanden in deze zaak vertegenwoordigt.
De klacht werd in augustus 2014 tegen de Staat Suriname ingediend omdat het strafproces tegen voormalig militaire juntaleider Desi Bouterse en een aantal medeverdachten constant werd vertraagd. In november 2009 werd een aanvang gemaakt met de berechting van Bouterse en anderen voor hun vermoedelijk aandeel in de moord op 15 politieke tegenstanders van zijn militaire regering op 8 december 1982. Intussen is Bouterse in november 2019 door de Krijgsraad tot een gevangenisstraf van 20 jaar veroordeeld. Dat vonnis werd in augustus 2021 bevestigd nadat Bouterse tegen de eerdere uitspraak in verzet was gegaan. Tegen het laatste vonnis heeft de voormalige regeringsleider hoger beroep aangetekend. Enkele medeverdachten kregen lagere gevangenisstraffen, terwijl sommige werd en vrijgesproken.
De IACHR heeft in haar rapport onder meer verklaard dat de klacht van de nabestaanden ontvankelijk is met betrekking tot de artikelen 8 (recht op een eerlijk proces) en 25 (recht op rechterlijke bescherming) van het Inter-Amerikaanse Verdrag voor de Rechten van de Mens en de artikelen 1, 6 en 8 van het Inter-Amerikaans Verdrag ter Voorkoming en Bestraffing van Foltering. Door deze beslissing kan de klacht nu als bodemprocedure door de IACHR worden behandeld en worden de indieners in de gelegenheid gesteld eventuele nadere informatie aan de IACHR te doen toekomen.
“De indieners beraden zich over de verder te nemen stappen in deze zaak tegen de Staat Suriname”, aldus het advocatenkantoor. Ook heeft de IACHR erop gewezen dat zij op grond van haar Reglement van Orde “ter beschikking is van partijen om een minnelijke schikking overeen te komen”.
Onlangs had de Surinaamse mensenrechtenorganisatie ‘Stichting 8 december 1982’ zich publiekelijk beklaagd dat de hoger beroepszaak van Desi Bouterse nog steeds niet door het Hof van Justitie in behandeling is genomen, terwijl de president van het Hof vorig jaar had aangegeven dat in het eerste kwartaal van 2022 daarmee een aanvang zou worden gemaakt. Volgens stichtingsvoorzitter Sunil Oemrawsingh dreigt er een uitzichtloze situatie te ontstaan in verband met de aanvang van het hoger beroep in de zaak van Desi Bouterse. Dat de behandeling in het hoger beroep nog steeds op zich laat wachten is ten hemel schreiend. Oemrawsingh stelt vast dat de nabestaanden na 40 jaar nog steeds met onzekerheid, onrechtvaardigheid, worden geconfronteerd, hetgeen onacceptabel is. Deze situatie kan en mag niet langer voortduren.
Oemrawsingh stelt dat door de president van het Hof van Justitie werd geïndiceerd dat in het eerste kwartaal van 2022 een aanvang zou worden gemaakt met de behandeling in hoger beroep. De laatste zitting van de Krijgsraad dateert van 30 augustus 2021 toen de veroordeelde Bouterse in verzet was gegaan tegen het vonnis van 20 jaar gevangenisstraf. De ‘Stichting 8 december 1982’ vindt dat de nabestaanden als rechtzoekenden, maar ook de Surinaamse samenleving, tenminste geïnformeerd zouden moeten worden over het traject, zodat zij weten wanneer er zicht is op een definitieve uitspraak. De stichting heeft alle vertrouwen in een onpartijdige en gedegen proces, maar is ernstig verontrust over het gebrek aan vooruitzicht. Behalve voor de nabestaanden is een voortvarende aanpak ook belangrijk voor de democratische rechtsstaat.
“Ons vertrouwen in de rechtspraak is en blijft hoog”, maar we wijzen ook op het rechtsbeginsel: justice delayed is justice denied, stelde Oemrawsingh. De organisatie blijft van oordeel dat onder alle omstandigheden onafhankelijke, integere en kwalitatief hoogstaande rechtspraak van cruciaal belang is voor een goed functionerende rechtsstaat.
UNITEDNEWS
