MINISTER BEE DISTANTIEERT ZICH VAN MILJOENENSALARISSEN BINNEN RECHTERLIJKE MACHT

​De samenleving reageert geschokt op de onlangs onthulde salarissen binnen de rechterlijke macht, die astronomische vormen blijken te hebben aangenomen. De grootste verontwaardiging ontstond na het uitlekken van de salarisstrook van de procureur-generaal, waaruit blijkt dat zij een maandelijks nettosalaris van ruim SRD 1 miljoen opstrijkt. Dit bedrag overstijgt de bezoldiging van de president van het land met bijna een factor vijf.

Ook de loonreeksen voor andere hoge functionarissen zijn fors gestegen; zo kan het maandsalaris van de president van het Hof van Justitie inmiddels oplopen tot boven de SRD 600.000.

​In reactie op de publieke verontwaardiging heeft minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken publiekelijk afstand genomen van de totstandkoming van deze regelingen. Hoewel zijn naam ambtshalve onder de onlangs gepubliceerde beschikking staat, benadrukt de bewindsman in een officiële verklaring dat hij geen enkele inhoudelijke betrokkenheid heeft gehad bij het vaststellen van de bedragen. Volgens Bee is de vermelding van zijn naam louter een administratieve formaliteit die voortvloeit uit zijn huidige functie op het ministerie, en betekent dit niet dat hij medeverantwoordelijk is voor de gemaakte keuzes.

​De feitelijke basis voor de salarisverhogingen werd al op 5 juli 2025 gelegd, toen het betreffende staatsbesluit werd ondertekend door de toenmalige president Chandrikapersad Santokhi. Dit besluit verleende een bijzondere volmacht aan de president van het Hof van Justitie om de nieuwe bezoldigingsreeks voor kantonrechters te bepalen.

De regeling vindt haar oorsprong in de Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht, een wet die weliswaar door het parlement werd goedgekeurd in de periode dat Bee nog parlementsvoorzitter was, maar waarvan de uitvoering met terugwerkende kracht tot 1 januari 2024 wordt geëffectueerd. Bee had vóór deze wet gestemd.

​De verwarring over de rol van de minister is volgens Bee te wijten aan de formele wijze waarop staatsbesluiten in het Staatsblad worden gepubliceerd. Hoewel de vigerende minister van Binnenlandse Zaken daar altijd met naam wordt genoemd, dragen de onderliggende resoluties de handtekening van de president. De feitelijke uitvoering van dit specifieke dossier is bovendien expliciet opgedragen aan de minister van Financiën en Planning en de president van het Hof van Justitie. Hiermee onderstreept Bee dat het financiële en wettelijke kader al formeel was bekrachtigd voordat hij in zijn huidige hoedanigheid bij deze kwestie betrokken raakte.

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box