Misschien wordt mijnbouwbeleid eindelijk eens niet gelijkgesteld met ordinaire onder-de-tafel-handel in mijnbouwrechten.

In ons land zijn er over het wel en wee meningen en feiten. Feit is dat wij voornamelijk leven van wat er uit de bodem gehaald wordt. Velen menen daarom dat ons land daarom een mijnbouwland is. Lang, lang geleden toen ons land nog bestuurd werd door mensen die begrepen dat een metselaar geen aannemer is en zeker geen architect, is er eens een Departement van Opbouw uit de grond gestampt.

Dit departement en haar vruchten zoals Operation Grasshopper, de eerste Geologische Kaart, het West-Suriname ontwikkelingsplan, enzovoorts, enzovoorts… waren het resultaat van de noeste arbeid van 1 van de uitzonderingen in ons bestuurlijk verleden. Deze aan de Universiteit van Wageningen gestudeerde en gepromoveerde bosbouwkundig ingenieur, kreeg als dank voor zijn grote verdiensten voor land en volk meerdere keren huisarrest.

Een ander feit over ons land is dat het van alle anderen het dichtbeboste is. Er is zo veel bos, dat als wij onszelf er eerlijk over zouden verdelen, een ieder van ons permanente rust zou hebben van de ander. Iedereen die eens “Roodkapje” gespeeld heeft weet dat in het bos wilde dieren wonen. Het aangezicht van een land is over het algemeen haar bestuur en die doet natuurlijk meer dan haar best om de aard van ons land goed tot haar recht te laten komen. Schelden op hen of klagen over hen is in dit licht gezien ook helemaal niet terecht of zinvol. De hele reutemeteut doet gewoon goed haar best om de feiten over ons bosrijke land te bewijzen.

Er zijn onder ons enkelen, eigenlijk best wel veel en misschien wel de overgrote meerderheid, die niet zo goed op de hoogte is van onze wereldstatus. En zich daarom ook niet gedraagt als wilde dieren in het bos. Nee, dat deel hoor en zie je niet maar peinst zich suf over de toekomst van haar kinderen en kleinkinderen. En dat deel snapt nog steeds niet hoe in hemelsnaam mensen die alleen een keertje een hamer hebben vastgehouden, architecten taken krijgen toebedeeld. Maar goed. Mijnbouwland. Geen feit maar een mening. Pardon? Geen feit? Wat nou weer? Sang ye leg uit baka? Wel kijk. Een mijnbouwland heeft standvastig mijnbouwbeleid dat over de jaren is geïntegreerd met een natuurbeleid. En een mijnbouwland telt aardkundige instituten (meervoud) die bemenst worden door mensen die opgeleid zijn aan top aardkundige instituten en ook nog iets als een Curriculum Vitae (onbekend begrip in bestuurlijk Suriname) hebben opgebouwd. Een mijnbouwland heeft ook nooit en te nimmer mensen werken op een mijnbouw ministerie die van de hoed nog de rand weten. Of om in vaktermen te blijven: het verschil niet kunnen zien tussen een metamorf of een sedimentair gesteente. Of geen kaart kunnen lezen.

Of niet kunnen begrijpen dat zand afgraven te Braamspunt nu eenmaal de erosie te Weg naar Zee verergerd.

De “politieke baas” hoeft dit allemaal niet, zegt u? Want die komt en gaat toch? Niet in ons bestuurlijk dagelijks leven. Daar is de mini ster de baas en is hij of zij God Almachtig binnen zijn of haar beleidsgebied. Althans totdat Himself natuurlijk ingrijpt door bijvoorbeeld een beleidsadviseurtje of twee naar het betreffende ministerie te dirigeren. Maar wie weet. Misschien worden we wel eens een echt mijnbouwland. Misschien krijgen we een keer een echt Mineraleninstituut en geen idiote ombouw van een al vele jaren lamgeslagen Bauxiet Instituut. Misschien krijgen we eindelijk eens een normale Mijnbouwwet, zoals die ene die al meer dan 10 jaar klaar ligt voor aanname door “hun”. Na een kleine herziening natuurlijk. Dat mag wel na tien jaar. Misschien worden we eindelijk eens verlost van de al vele jaren onzinnigheid over de goudwinning en de gouden bergen die ons daaruit worden beloofd.

Misschien wordt mijnbouwbeleid eindelijk eens niet gelijkgesteld met ordinaire onder-de-tafel-handel in mijnbouwrechten. Want daar gaat geen enkel Transparency van Extractive Industries (on)zin iets tegen kunnen doen. Integendeel. Een betere dekmantel is bijna niet te verzinnen. Misschien wordt het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen eindelijk eens geleid en bemenst door mensen die vanwege hun kennis, kundigheid, ervaring en wijsheid een waarlijke hulpbron zijn. Ach ja, wie weet. Hoop doet leven!

Columnist|Rogier I. Cameron

Facebook Comments Box