MOEIZAAM OPKRABBELEN NA DE CORONAPANDEMIE

ACHTERGROND: ARMAND SNIJDERS

De ellende die de coronapandemie ook voor Suriname heeft gebracht, lijkt voorlopig achter de rug. Met de nadruk op voorlopig, want we weten nog niet of en wat ons nog meer te wachten staat. Laten we in ieder geval hopen van niet, zodat ieders leven weer helemaal genormaliseerd kan worden. Het is nu vooral zaak om weer op te krabbelen. Maar dat valt na twee jaar stilstand niet altijd mee.

Janine Sookdewsing en haar man hadden drie jaar geleden het idee opgevat om even buiten Lelydorp een pension te beginnen. “We zagen het echt helemaal zitten: heerlijk cosy, met zes kamers en volop buitenruimte. Nog voor we open gingen, hadden we volop reserveringen binnen.” Maar een echte opening kwam er nooit, want toen alles gereed was, was de coronacrisis opeens in alle hevigheid losgebarsten. Daardoor stortte ook de toeristenmarkt in één keer in en bleven de gasten weg.

“We wilden eigenlijk eind 2019 al open, maar door de verschrikkelijke bureaucratische rompslomp bij het verkrijgen van vergunningen, moesten we dat helaas uitstellen tot april 2020. Maar alle reserveringen die we hadden, werden gecanceld door corona. Daardoor was het vanaf het begin een verloren zaak, want we hadden al ons geld hier ingestopt en geen reserves meer. Uiteindelijk waren we genoodzaakt vorig jaar alles te verkopen.”

Sookdewsingh kan een traantje niet verbergen als ze verder vertelt: “Ik kan je zeggen dat het enorm veel pijn doet als je je droom door toedoen van een dom virus in rook ziet opgaan. Maar het is zoals het is, daar doe je niets aan. We leven in ieder geval nog, dat kunnen meer dan duizend Surinamers die aan de gevolgen van corona zijn gestorven, niet zeggen. Dat is een veel groter drama dan onze uiteengespatte droom.”

“Ik kijk echter wel jaloers naar andere landen, waaronder Nederland, waar ondernemers volop zijn gesteund door hun overheid. Miljarden euro’s zijn naar bedrijven gegaan. Hier heeft de overheid nauwelijks iets voor ondernemers gedaan. Wij kwamen als beginnend bedrijf sowieso niet in aanmerking voor de weinige steun die werd verstrekt. Maar Suriname is ook bankroet, dus ik begrijp het wel dat er geen ondersteuning kwam.”

Ook de 27-jarige Harold Kensmil heeft daar begrip voor, maar is tegelijkertijd wel van mening dat veel maatregelen van de regering niet hadden gehoeven. Hij verdiende volgens eigen zeggen “een hele goede boterham” in de horeca, wat opeens wegviel door corona. “Ik vind dat horecagelegenheden veel te lang dicht zijn gebleven. Dat was onnodig. Zeker na de tweede golf had men de boel weer een beetje open kunnen gooien, dat had een hoop ellende bespaard. Uiteindelijk ontstond er een soort van illegaal horecacircuit, waar buiten het zichtsveld van de autoriteiten mensen hun vertier gingen zoeken. Daar heb ik ook een aantal maanden in gewerkt.”

Kensmil deed dat niet voor zijn lol. “Maar ik moest toch ook geld verdienen. In die twee jaar zijn heel veel tenten waar ik heb gewerkt over de kop gegaan. Zij die nog bestaan, krabbelen nu langzaam maar zeker weer op. Ook ik heb weer voldoende werk, nu in het legale circuit. Nu maar hopen dat corona definitief weg blijft. Want als ze weer moeten sluiten, zal dat de genadeklap zijn.”

Een horecaondernemer aan de Wilhelminastraat, die niet met zijn naam wil worden genoemd, denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. “De zaken gaan nu juist boven verwachting, het is drukker dan ooit. Het lijkt wel of iedereen de schade aan het inhalen is. We merken er ook nog weinig van dat er een economische crisis is. Dus we hebben geen reden tot klagen.

In tegenstelling volgens mij tot de ressorts in het binnenland. Ik hoor van bevriende uitbaters dat het daar bar en boos is en dat de gasten nog altijd massaal wegblijven.”

Dat ervaart Glenn Kumar iedere dag aan den lijve. Zijn ooit lucratieve “eenmans” busbedrijfje heeft de activiteiten tijdens de coronacris nagenoeg moeten stil leggen. “Door alle beperkingen en het wegblijven van toeristen had ik van de ene op de andere dag geen werk meer. Ik heb gehosseld en gepinaard, maar ik heb het overleefd. Ook omdat mijn vrouw gelukkig ambtenaar is”, zegt hij met een glimlach. “Maar ik had verwacht dat na het opheffen van alle maatregelen alles weer zou zijn zoals vroeger. Helaas is dat niet zo. Vrijwel niemand gaat meer naar het binnenland. Volgens mij komt dat ook omdat die mensen daar te veel vragen en meestal onvoldoende service geven.”

De 55-jarige Kumar heeft zich in die tijd dat hij werkloos thuis zat geërgerd aan “het negativisme en egoïsme van de mensen”. “Het was vooral ieder voor zich en de ander mag het zelf uitzoeken. Vroeger als ik een probleem had, kon ik een collega bellen die mij dan te hulp schoot. Tegenwoordig laten ze je vooral barsten. Zo ken ik de Surinamers niet. Je kan dus zeggen dat Suriname, en vooral haar inwoners, in die twee jaar enorm is veranderd. Het is allemaal harder geworden. Dat is eigenlijk erger dan alle economische schade die het virus heeft aangericht.”

UNITEDNEWS

Facebook Comments Box