MOESTADJA DIENT VSB VAN REPLIEK OVER BETROKKENHEID BIJ WET BESCHERMING OUDERSCHAPSVERLOF
Minister Suwarto Moestadja van het ministerie van Arbeid heeft donderdag de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) van repliek gediend, als reactie op een publiek schrijven van de bedrijven organisatie.
De VSB zegt in een publicatie dat zij nooit is geconsulteerd door de regering over de wet bescherming moederschap en zwangerschapsverlof. De bedrijven organisatie maakt in het publiek schrijven ophef over vooral de betalingen die het als bijdrage moet doen aan het solidariteitsfonds dat aan deze wet wordt gekoppeld. Moestadja zegt in de eerste plaats dat de regering bij is dat de VSB in haar publieke schrijven aangeeft vorstander te zijn van deze wet. In het parlement hebben oppositieleden zoals Ingrid Karta Bink ( PL) en Asiskoemar Gajadien (VHP) geëist dat de behandeling van deze wet wordt stopgezet totdat de regering met het bedrijfsleven heeft gesproken. Moestadja deed echter uitgebreid verslag van hoe de wet tot stand is gekomen en merkte op dat de VSB op geen enkele wijze nu kan stellen dat zij niet betrokken is geweest in het proces.
Sterker nog verwijst Moestadja naar notulen uit vergaderingen met het Arbeid Advies College (AAC) waar ook de VSB in is vertegenwoordigt. Dit proces waar volgens Moestadja de VSB een belangrijke rol zou hebben vervuld in het herschrijven van wetsartikelen is sinds 2017 begonnen, nadat het wetsvoorstel aan het AAC is gegeven om van commentaar en advies te voorzien. Het AAC zou in een schrijven aan de minister zelf hebben aangegeven, dat in eerste instantie alle voorstellen van het bedrijfsleven, verdeeld in 17 artikelen van de wet zijn opgenomen. In tweede instanties zouden er nog meerdere aanpassingen zijn gepleegd. Zo heeft het bedrijfsleven als wijziging in de wet laten opnemen dat de werkgever minimaal 50 procent van de premie betaald en de werknemer 50 procent. Samen is dat 1 procent van het bruto loon va de werknemer. Het wetsvoorstel is op 10 november 2017 aangeboden aan de raad van ministers en goedgekeurd. Dit zelfde wetsvoorstel is aangeboden aan de staatraad en daarna aan het parlement. In juli 2018 zijn door het parlement stakeholders meetings gehouden waar de VSB ook voor was uitgenodigd. Het bedrijven orgaan was soms wel en soms niet aanwezig. “De notulen zijn beschikbaar”, zegt Moestadja. Op een goed moment tijdens de gesprekken ten aanzien van het financieringsmodel besloten om niet te kiezen voor en verzekering maar voor en fonds. Dit gebeurde na en stakeholders bijeenkomst in november 2018.
Nadat de Surinaamse Vereniging van Assurantie maatschappijen niet heeft kunnen aangeven als de middelen wel via een verzekering, verzekerd konden worden is in juni 2018 gesproken over het opzetten van en fonds. De VSB was toen niet aanwezig.
Moestadja zegt dat daarna in de openbare vergaderingen die de parlementaire commissie heeft gehouden, over deze wet er weer is gesproken over het fonds. “Dus sinds 2017 zou het bij de VSB bekend moeten zijn dat de potentiele optie van het instellen van een fonds, door haar zelf is voorgesteld en dat er een werkgevers bijdrage zu zijn van maximaal 50 procent. Gajadien zei na de presentatie van Moestadja, dat daaruit blijkt dat de VSB voldoende betrokken is geweest bij het proces. “Ik stel voor dat wij de behandeling van de wet voortzetten”, zei de VHP-parlementariër. Marinus Bee van de ABOP, zegt dat het wel belangrijk is dat er nog voordat de wet wordt goedgekeurd, het parlement ervan verzekerd is dat de VSB achter de wet staat. Moestadja zegt te willen benadrukken dat de regering waarde hecht aan goede betrekkingen met werkgevers – en werknemers organisaties en de sociale dialoog hoog in haar vaandel draagt.
UNITEDNEWS
