NEDERLANDSE ECONOMIE HISTORISCH GEKROMPEN MET 8,5 PROCENT ALS GEVOLG VAN COVID-19

drs. Feisal F.S. Ghafoerkhan

 

De Nederlandse economie is in het tweede kwartaal 2020 wederom fors aangetast door de coronacrisis, sociaal-economische- én bestuurlijke omstandigheden.

Een grote neergang in de geschiedenis van Nederland, die zijn weerga niet kent: niet eerder gemeten sinds 1987 door het CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek). Doordat de economische groei afneemt, stijgt de werkloosheid en nemen de belastinginkomsten voor de rijksschatkist af.

Sterke daling BBP & marktsectoren

In de periode vóór COVID-19 behoorde Nederland nog tot de Europese kopgroep van de beste presterende economieën. Vier jaar geleden had Nederland zelfs de hoogste economische groei en een land met een lage werkloosheid en gezonde overheidsfinanciën.

Het bruto binnenlands product daalde in het tweede kwartaal van 2020 met 8,5 procent ten opzichte van het eerste kwartaal 2020, aldus CBS-econoom Peter Hein van Mulligen.

De daling van het bbp in het tweede kwartaal wordt voor meer dan de helft veroorzaakt door de sterk gedaalde consumptie van Nederlandse huishoudens. Daarnaast zijn binnenlandse- en buitenlandse investeringen én het handelssaldo sterk verminderd.

Vooral de lagere productie in de bedrijfstak handel, vervoer, horeca en opslag (vooral de horeca en vervoer), in de bedrijfstak zakelijke dienstverlening (met name de uitzend- en reisbureaus) en in de bedrijfstak zorg heeft een groot aandeel in de daling van het bbp. De zorg heeft door uitgestelde en vermeden zorgbehandelingen per saldo minder gezondheids- en zorgdiensten geleverd.

De economische krimp in Nederland was wel kleiner dan de gemiddelde krimp in de eurozone en in omringende landen (Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en België).

Sterke daling van investeringen

In Nederland is aanzienlijk minder geïnvesteerd in vervoermiddelen, woningen, bedrijfsgebouwen en machines. De investeringen in vaste activa waren 10,7 procent lager dan in 2019.

In het tweede kwartaal zijn vooral de investeringen in vervoermiddelen zoals personenauto’s, vrachtwagens, opleggers, e.d. gekrompen. Ook in woningen, bedrijfsgebouwen en machines is fors minder geïnvesteerd dan een jaar eerder. Alleen de investeringen in computers waren hoger dan een jaar eerder.

Sterke daling export en import

In het tweede kwartaal van 2020 is er 10,9 procent minder aan goederen en diensten uitgevoerd dan in 2019. In het eerste kwartaal van 2020 groeide de uitvoer nog met 2,0 procent.

Vooral de uitvoer van diensten (onder meer de uitgaven van buitenlandse bezoekers in Nederland), transportmiddelen, aardolieproducten en machines was fors lager dan een jaar eerder.

De invoer van goederen en diensten kromp met 9,5 procent. Nederland voerde vooral minder diensten (onder meer de uitgaven van Nederlanders in het buitenland), transportmiddelen en machines in. Per saldo droeg het handelssaldo negatief bij aan de economische groei. In het vorige kwartaal was de bijdrage nog positief.

Ongekende krimp voor meest door corona getroffen bedrijfstakken

De volgende grafiek geeft het % verandering weer van Q1/Q2 2020 t.o.v. Q1/Q2 2019.

De productie van de bedrijfstak cultuur, recreatie, sport en overige diensten was in het tweede kwartaal 37,4 procent lager dan een jaar eerder. Evenementen, voorstellingen en dergelijke mogen niet meer sinds de coronacrisis, sportclubs hebben in het tweede kwartaal hun deuren grotendeels moeten sluiten.

De productie van de handel, vervoer en horeca in Q2 is 16,6 procent lager dan in 2019. Vooral de horeca en de vervoerssector hadden te maken met een ongekende krimp. In de vervoerssector was het beeld voor de luchtvaart en luchtvaartdiensten gitzwart.

Delfstofwinning in het eerste kwartaal van 2020, is met 22.9 procent afgenomen ten opzichte van het eerste kwartaal in 2019. De inzet van meer aardgas in plaats van steenkool door energiebedrijven en minder transport door de coronacrisis hebben voor het grootste deel bijgedragen aan de afname van CO2-uitstoot in Nederland.In het eerste kwartaal in 2020 was de CO2-uitstoot 8,7 procent lager dan in dezelfde periode in 2019.

In de zakelijke dienstverlening vielen vooral harde klappen bij de uitzend- en reisbranche. De productie van de totale zakelijke dienstverlening kromp in Q2 2020 met 12,4 procent t.o.v. Q2 2019.

Ook de krimp van de zorg met bijna 21 procent is ongekend en vooral toe te schrijven aan het feit dat er door de coronacrisis per saldo minder gezondheids- en zorgdiensten zijn geleverd.

In ziekenhuizen zijn in het tweede kwartaal veel afspraken en operaties uitgesteld of geannuleerd. Huisartsen hebben minder zorg geleverd gedurende de periode waarin de coronapandemie op zijn hevigst was. De mondzorg was bijna tot stilstand gekomen in de eerste weken van het tweede kwartaal, doordat er alleen maar spoedzorg en semi-spoedzorg werd geleverd.

De industrie kromp met 7,9 procent, met als meest negatieve uitschieter de transportmiddelenindustrie en als enige positieve uitschieter de machine-industrie. Ook de bouw produceerde minder dan een jaar eerder (-4,2 procent).

 

Dramatische val

Tot voor kort behoorde Nederland nog tot de Europese kopgroep van de beste presterende economieën. Vier jaar geleden had Nederland zelfs de hoogste economische groei en waren we een land met een lage werkloosheid en gezonde overheidsfinanciën.

Deze dramatische val naar de Europese achterhoede heeft verschillende oorzaken en kan niet alleen aan de coronacrisis worden toegeschreven, maar wordt daardoor wel versterkt.

Deze degradatie is vooral te wijten aan het feit dat dat de Nederlandse politiek en delen van het bedrijfsleven hebben geteerd op de investeringen en successen uit het verleden. Er was bovendien te weinig oog voor internationale ontwikkelingen, voor technologische vernieuwingen en voor concurende landen.

De toetreding met gigantische marktmacht van de Amerikaanse techreuzen zoals  Apple, Google, Facebook, Amazon en Microsoft is in Europa en Nederland, zwaar onderschat.

Nederland was voorheen trots op de jaarlijkse internationale ratings waar het land veelal in de top-tien stond van landen met de beste prestaties op een groot aantal terreinen, zoals:

  1. Concurrentiekracht
  2. Economische groei
  3. Innovatiekracht
  4. Vestigingsklimaat
  5. Onderwijspeil

Door onvoldoende vernieuwingen en aanpassingen, maar ook doordat andere landen met betere prestaties hoger op deze lijstjes kwamen, is Nederland helaas weggezakt.

Klap voor Nederland

Nederland wordt op bovengenoemde terreinen niet alleen ‘weggeconcurreerd’ door andere landen, maar ook zwaar getroffen door de internationale trend van anti-vrijhandel en anti-globalisering.

Door de coronacrisis waarbij “iedere voor zich” als moto geldt, is deze trend versterkt. Voor ons land dat voor economische groei, banen en welvaart sterk afhankelijk is van de wereldhandel pakt deze trend slecht uit.

Als handelsland zal Nederlands de komende jaren te maken krijgen met een lagere economische groei, minder werkgelegenheid en een lagere welvaart. Daarom lijkt het onmogelijk om in de verkiezingsprogramma’s 2021 beloften te financieren, zoals voor de zorg en een grotere collectieve sector.

Vechten om multinationals

In de meeste landen in de wereld zien we een verdere opmars van protectionistische maatregelen en de nadruk op nationaal beleid. Hierbij worden de eigen burgers en het eigen bedrijfsleven beschermd en bevoordeeld ten opzichte van het buitenland.

Een bekend voorbeeld is het “America First’’ beleid van Donald Trump, dat inmiddels door steeds meer landen wordt gevolgd. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat landen met elkaar concurreren om het beste internationale bedrijfsvestigingsklimaat.

In dat kader bieden ze bestaande en nieuwe bedrijven, een groot aantal voordelen, zoals lage belastingtarieven, fiscale vrijstellingen, subsidies, investeringsfaculteiten en snelle procedures.

Deze landen gaan er vanuit dat ze voor hun toekomstige werkgelegenheid en economische groei interessante bedrijven nodig hebben. Daarbij wordt vooral ‘gevochten’ om multinationals.

In het begin van 2000 zat Nederland in de kopgroep van landen met het beste bedrijfsvestigingsklimaat. Door een combinatie van verschillende ontwikkelingen zijn we deze plaats kwijtgeraakt. Niet alleen doordat andere landen ‘betere aanbiedingen’ hebben, maar ook door eigen beleidskeuzes, zoals een minder aantrekkelijk fiscaal klimaat, een hoge lastendruk op arbeid, bureaucratische regels voor bedrijven, niet mee willen doen aan deze concurrentiestrijd en een anti-stemming tegen bedrijven, vooral multinationals.

Een voorbeeld is het voorstel van GroenLinks om Unilever een vertrekboete op te leggen.

Na de crisis

De verwachting is dat na de coronacrisis in het bedrijfsleven digitalisering, robotisering en het gebruik van nieuwe technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, versneld zullen worden. Helaas loopt Nederland hier niet voorop.

Daarnaast zal binnen het bedrijfsbeleid bij een toenemend aantal bedrijven een duurzame bedrijfsvoering voorop komen te staan: klimaatneutraliteit wordt een must. Door de bovengenoemde technologische versnelling zal ook de effectiviteit van het klimaatbeleid van ondernemingen toenemen.

Landen moeten er rekening mee gaan houden dat bedrijven en investeerders nog meer dan nu al het geval is overal welkom worden geheten. Binnen het internationale bedrijfsleven is, mede door de anti-stemming in Nederland tegen multinationals, inmiddels het beeld ontstaan, dat je voor een mooi welkom beter in een ander land moet zijn.

Nederland is niet voorbereid

De Haagse politiek en het Nederlandse bedrijfsleven is onvoldoende voorbereid op eerdergenoemde negatieve ontwikkelingen en ook niet op het feit dat samenwerking binnen de EU steeds belangrijker wordt.

Contactbeperkende maatregelen om de pandemie tegen te gaan, hebben in Nederland geleid tot een uitzonderlijke terugval in economische activiteiten van zo’n 10 à 15% (CPB, juni 2020).

CPB: voorspellende raming

Om de grote onzekerheid over het verloop van de pandemie en het hersteltempo van de economie recht te doen, bevat de gepubliceerde juniraming van het Centraal Planbureau (CPB) verschillende scenario’s.

De basisraming, die uitgaat van matig herstel, resulteert in:

  1. Bbp-daling in 2020 zal neerkomen op 6%, gevolgd door een stijging van 3% volgend jaar
  2. Verdubbeling van werkloosheid in 2020
  3. De overheidsfinanciën krijgen in 2020 een forse tik, maar blijven uit de gevarenzone.

Als er in 2020 een tweede golf van coronabesmettingen komt met nieuwe contactbeperkende maatregelen zullen bedrijven nog harder worden geraakt en zal er ook volgend jaar sprake zijn van krimp, met een werkloosheid die oploopt tot 10 procent.

Het CPB meldt dat het hersteltempo kan tegenvallen door grote economische problemen bij handelspartners. Naarmate het herstel internationaal achterblijft, kunnen banken in binnen- en buitenland in de problemen komen, wat via de kredietverlening een aanvullende rem op het herstel zet. In zo’n scenario van zwak herstel blijft groei in 2021 uit en loopt de werkloosheid op tot boven de 10 procent, aldus het bureau.

Het is ook denkbaar dat het herstel sneller verloopt, als het opheffen van contactbeperkingen tot optimisme onder consumenten leidt. Door de inhaal van bestedingen bij huishoudens en investeringen van bedrijven, kan de stijging van de werkloosheid beperkt blijven.

In zo’n scenario van sterk herstel kan de economie in de loop van 2021 weer boven het niveau van eind 2019 uitkomen, denkt het CPB.

Pieter Hasekamp, directeur CPB: “De huidige onzekerheid stelt de overheid voor grote dilemma’s. Tijdens de herstelfase is beheerst afbouwen van het steunbeleid wenselijk, maar de mate waarin de overheid kan terugtreden is afhankelijk van het hersteltempo van de economie. Het herstel kan bespoedigd worden door internationale coördinatie in de aanpak van de crisis en door het waar mogelijk naar voren halen van investeringen, zoals in woningbouw en de energietransitie.”

Overheidsfinanciën niet in gevarenzone

Het adviesorgaan van het kabinet stelt verder dat de overheidsfinanciën een forse tik krijgen, maar niet in de gevarenzone komen. De staatsschuld zal in het basisscenario in 2020 stijgen tot ruim 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) en dan stabiliseren.

Als er een nieuwe coronagolf komt of het hersteltempo tegenvalt, kan de staatsschuld verder toenemen naar ruim 75 procent van het bbp.

Bronvermelding

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/33/economie-krimpt-met-8-5-procent-in-tweede-kwartaal-2020

https://www.hartvannederland.nl/nieuws/2020/nederlandse-economie-vol-geraakt-door-coronacrisis-historische-krimp-van-85-procent/

https://www.telegraaf.nl/financieel/43424225/column-nederland-maakt-dramatische-val-naar-europese-achterhoede

https://www.cpb.nl/juniraming-2020

https://www.accountant.nl/nieuws/2020/6/cpb-rekent-op-forse-economische-krimp-in-2020/

https://industrielinqs.nl/co2-uitstoot-fors-gedaald-door-lagere-inzet-steenkool-door-energiebedrijven/

UNITEDNEWS

 

 

Facebook Comments Box