ONDER DE HUIDIGE OMSTANDIGHEDEN KAN DE VRAAG, BEN JE OVER OF GESLAAGD, BESCHAMEND ZIJN
In het openbaar of in de media aan jongeren vragen, ‘ben je over of geslaagd?, kan onder de huidige omstandigheden van het Surinaams onderwijs beschamend zijn. Afgaand op cijfers dat iets meer dan 50 procent van de leerlingen in het primair onderwijs gecategoriseerd kunnen worden als vroege schoolverlaters en het gegeven dat het slagingspercentage ver onder maats is, is de kans groot dat het stellen van die vraag een haast overbodige is. “Stel alsjeblief die vraag niet want afgaand op de cijfers ga je de helft van de mensen in verlegenheid brengen”, zegt onderwijsdeskundige en ex minister Fernald.
Samen met de gepensioneerde onderwijsdeskundige en maatschappelijk werker Ramon Alibaks, zijn zij het erover eens dat het Surinaams onderwijs een complete hervorming moet ondergaan. Voor Alibaks zijn de percentages over de onderwijsresultaten in Suriname onbegrijpelijk en haast onvoorstelbaar. “Er is duidelijk iets mis en zal er een systeem ontwikkeld moeten worden waar de leerling centraal staat, wordt gevolgd en begeleid.”, zegt Alibaks.
De beide inleiders waren dinsdagavond de gastsprekers tijdens de maandelijkse discussieavond van Kenniskring aan de Lalarookhweg. Alibaks ging uit van het kinderrechten verdrag waar het recht op onderwijs is gegarandeerd. De vraag is wel hoe overheden daar invulling aan geven. Landen zoals Suriname die zich hieraan hebben gecommitteerd moeten er dan ook voor zorgdragen dat zij invulling geven aan dit recht. Volgens deze onderwijsdeskundige moet bij een goed onderwijs systeem het aantal zittenblijvers of vroege schoolverlaters minimaal uitkomen. In het systeem dat hij besprak, zou al in het prille begin, het duidelijk moeten zijn als een leerling op een juiste school is geplaats, als er begeleiding nodig is welke soort begeleiding of dat het kind speciaal onderwijs nodig heef. Alibaks zegt dat dit soort kern doelen al in het primair onderwijs toegepast moeten worden. Beleid vanuit het ministerie, de leerkracht de inspectie, ouders en de leerling zelf spelen hierin een belangrijke rol. Een wet op primair onderwijs moet de garantie geven dat deze doelen dan ook worden nagestreefd.
Dat kinderen zich gelukkig en veilig voelen in het onderwijssysteem is een belangrijke voorwaarde. Als volgens de onderwijsdeskundige dat niet het geval is kan gegarandeerd worden dat de leerling ontspoord met alle gevolgen voor de samenleving. “Als zij eenmaal uit het traject van hun ontwikkeling zijn gerakt krijgt je ze er niet meer in terug”, zegt Alibaks..
Fernald gaat in zijn presentatie in op de vraag als de vakbonden in het onderwijs gezien moeten worden als tegenspelers of medespelers of als dwarsliggers of partners van het Ministerie van Onderwijs Wetenschap en Cultuur. Hij wijst er op dat er in plaats van een balans veel te veel ophef is binnen het onderwijs, niet slechts ten aanzien van het leerproces maar ook over onderwijs structuren, zoals de incorporatie van het IOL bij de universiteit en het opheffen van het Albert Cameron Instituut, tot de wetenschap beoefening op de Anton de Kom universiteit. De polarisatie tussen onderwijsministers en de vakbeweging, met daarin ook persoonlijke sentimenten, is volgens Fernald het bewijs dat er iets fundamenteels mis is in het onderwijs. Hij concludeert dat de doorstroming in het onderwijs stagneert en volgen zijn eigen berekeningen Suriname het hoogste aantal zittenblijvers heeft in de regio. “Vakorganisatie is niet zomaar, maar uit een pure noodzaak ontstaan om de belangen van de leerkrachten als ook het algemeen belang van de samenleving te dienen. Goed inzicht in de problematiek is de enige basis voor een beter beleid. Voor dat inzicht zal het vergaren van kennis en het hebben van data belangrijk zijn. Dat maakt de omvang van het probleem zichtbaar”, zegt Fernald. Daarnaast stelt hij voor dat er een adviescollege en een overlegorgaan in het leven worden geroepen om de uitdagingen in het onderwijs te bespreken.
UNITEDNEWS
