ONDERWIJS ONDER DRUK ACHTERSTANDEN, ONDERINVESTERING EN GROTE AMBITIES IN TRANSITIEFASE
Foto: minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Dirk Currie
Het Surinaamse onderwijs staat op een kruispunt: structurele achterstanden, beperkte investeringen en een groeiende vraag naar aansluiting op nieuwe economische sectoren dwingen tot scherpe keuzes en ingrijpende hervormingen, stelt onderwijsminister Dirk Currie.
Het ministerie positioneert onderwijs nadrukkelijk als motor van nationale ontwikkeling. Volgens de bewindsman is het departement cruciaal omdat het jongeren begeleidt van basisonderwijs tot hoger beroepsonderwijs, met als doel hen hun talenten te laten ontdekken en economisch productief te maken. Die visie sluit aan bij bredere ambities om zowel de publieke als private sector te versterken via menselijk kapitaal.
Tegelijkertijd schetst Currie een sector die kampt met forse knelpunten. De financiering van onderwijs blijft achter bij internationale richtlijnen: waar doorgaans 15 tot 20 procent van de nationale begroting wordt aanbevolen, blijft Suriname steken rond de 10 procent. Die onderinvestering vertaalt zich in concrete problemen zoals gebrekkige schoolinfrastructuur, transportuitdagingen en betalingsachterstanden.
Om de situatie te keren, zet het ministerie in op herstructurering van interne processen, met nadruk op transparantie en efficiëntie.
Daarnaast wordt, met steun van onder meer de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, gewerkt aan een renovatie- en uitbreidingsprogramma voor 58 scholen. Deze ingreep moet de fysieke randvoorwaarden voor onderwijs verbeteren, maar vormt slechts een deel van de noodzakelijke modernisering.
De opkomst van de olie- en gassector plaatst het onderwijsbeleid voor een strategisch dilemma. Enerzijds biedt de sector kansen voor werkgelegenheid en economische groei, anderzijds waarschuwt de minister voor eenzijdige afhankelijkheid. Fossiele energiebronnen zijn eindig, waardoor volgens hem parallel moet worden geïnvesteerd in duurzame sectoren zoals ICT, toerisme en de creatieve industrie. Vooral die laatste sector ziet hij als kansrijk, gezien de culturele diversiteit van Suriname, mits deze beter economisch wordt benut.
Toegankelijkheid blijft een tweede pijler van het beleid. Onder het motto dat niemand mag worden uitgesloten, richt het ministerie zich op kwetsbare groepen zoals schooluitvallers en tienermoeders. Instrumenten als studieleningen, gerichte begeleiding en aandacht voor mentale gezondheid moeten bijdragen aan een inclusiever onderwijssysteem. Ook leerlingen met speciale behoeften of uitzonderlijke talenten krijgen nadrukkelijk aandacht, in samenwerking met particuliere instellingen.
Digitalisering vormt een derde speerpunt. De integratie van technologie en kunstmatige intelligentie wordt gezien als essentieel om jongeren voor te bereiden op een snel veranderende arbeidsmarkt. Tegelijkertijd wijst de minister op de noodzaak van bewust en verantwoordelijk gebruik van digitale middelen, met name sociale media, als onderdeel van bredere vorming.
De hervormingsagenda krijgt mogelijk verdere invulling tijdens het onderwijscongres dat van 8 tot 10 juni wordt gehouden. Currie benadrukt dat veranderingen zorgvuldig en met breed draagvlak moeten worden doorgevoerd. In dat proces zijn leerkrachten volgens hem de sleutel: zonder adequate ondersteuning en voorbereiding van docenten dreigen beleidsvernieuwingen vast te lopen in de praktijk.
De inzet is duidelijk: onderwijs moet de ruggengraat vormen van duurzame ontwikkeling. De vraag blijft echter of de huidige middelen en het tempo van hervormingen voldoende zijn om die ambitie waar te maken.
UNITEDNEWS
