ONDERWIJSKANSEN VOOR INHEEMSEN NIET VANZELFSPREKEND

Foto: Idris Fredison

Drop-outs vormen binnen de inheemse gemeenschap een groot dilemma. Idris Fredison, voelt zich als jongeren begeleider geroepen om binnen de gemeenschappen van indianen dit fenomeen van drop outs inzichtelijk te maken om het uiteindelijk te marginaliseren.

De afgelopen jaren is er te weinig aandacht voor de doelgroep geweest waarbij een adequate begeleiding een uitdaging vormt voor de dorpsbesturen, laat Fredison weten. Vele dorpen kennen incidenten, met Matta vorig jaar als dieptepunt, nadat bleek dat jongeren uit het dorp betrokken waren bij de dood van de Kapitein.
De dorpsbesturen hebben ondertussen aangegeven dat er behoefte is aan een jongerenbegeleider, zegt Fredison, die ook betrokken is bij de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS). “Tevens zijn er jongerentrekkers nodig per dorp” licht hij toe. Vanwege zijn achtergrond als leerkracht en eerdere ervaring in het Kari Yu project, waarbij kansen werden gecreëerd voor kwetsbare jongeren tussen 15 en 24 jaar is deze huidige maatschappelijke uitdaging Fredison op het lijf geschreven. Bovendien is Fredison, die nu werkzaam is in Marowijne, afkomstig van Matta. 

Aansluiting

Een andere uitdaging is de aansluiting op het middelbaar en hoger onderwijs. Vanaf de middelbare school moeten de jongeren uit Para uitwijken naar de districten Wanica en Paramaribo. Jongeren uit de verre districten en binnenlanden moeten vaak verhuizen als ze door willen studeren. Voor velen is de muloschool de eindstreep en is verdere ontwikkeling niet mogelijk. 

Als specifieke taak heeft Fredison het aangaan van het contact met de inheemse jongeren waarbij na inventarisatie van de knelpunten de zaken aan de VIDS zullen worden doorgeven. Samenwerking met andere organisaties zal essentieel zijn voor een doeltreffende aanpak. Fredison denkt aan organisaties, zoals stichting RUMAS, die ervaring hebben met de typische ‘drop out’ problematiek. “Door in gesprek te treden met de jongeren kan aan een plan van aanpak worden gewerkt” deelt de leerkracht uit Marowijne mee. Andere plannen zijn het organiseren van discussie en film avonden.

Marowijne

Begonnen wordt in Marowijne, waar een werkarm van de VIDS, de Kaliña en Lokono Inheemsen Beneden Marowijne (KLIM), betrokken is. Dit is een Surinaamse groep die opkomt voor de belangen van de Kaliña (Karaïben) en Lokono (Arowakken). Deze organisatie streeft onder meer naar de erkenning van de grondenrechten van de Inheemsen. “De KLIM is vertegenwoordigd door de dorpshoofden van 8 dorpen in Marowijne” laat Fredison enthousiast weten.
In Para houdt de Organisatie Samenwerkende Inheemse Dorpen in Para en Wanica (OSIP), een andere werkarm van de VIDS ,zich eveneens bezig met het vraagstuk van de jongeren. “Vanuit OSIP loopt er al een initiatief om het jongeren probleem aan te pakken” vertelt Fredison.

Via een online Platform wordt gestreefd om online lessen te geven om inheemsen bij te scholen. Hierdoor kunnen de vroege schoolverlaters worden bijgeschoold in de vakken die zij nodig hebben. Op deze manier wil men het drop-outs probleem en het werkgelegenheids probleem oplossen laat Fredison weten.

Antropoloog

De antropoloog Josee Artist, erkent het probleem van de inheemse kinderen in de dorpen. Zij geeft aan dat wanneer in een inheemsdorp, in het binnenland, een lagere school ontbreekt er meestal geen alternatief is omdat de dorpen te ver van elkaar liggen. In Kabalebo speelt deze situatie niet vanwege het feit dat de dorpen daar tegen elkaar aanliggen, ook is er naast een lagere school onderwijs op VOJ niveau. Dit ligt anders in Kawemhakan, in het Lawa gebied, waar het Wayanadorp grenzend aan Frans Guyana geen scholingsmogelijkheden heeft voor de kinderen uit dit deel van Suriname.

Het dorp heeft er voor gezorgd dat de kinderen met de boot naar Frans Guyana kunnen waar zij aan de overzijde, eveneens in een Wayanadorp, onderwijs kunnen volgen. “De kinderen van Kawemhakan volgen dus onderwijs in de Franse en Wayanataal. Het gevolg is dat deze kinderen geen Nederlands noch Sranantongo spreken” merkt Artist op. “Na hun lagere school kunnen deze kinderen geen vervolg onderwijs genieten, vanwege de taalbarrière.” Wie dat wil moet naar Frans Guyana, in een internaat te Maripasoula welke in euro’s betaald moet worden. “Hoe groot denk je dat de kans is dat de kinderen vervolg onderwijs kunnen volgen?” vraagt Artist. Dit is tot vervelens toe bekend gemaakt bij de autoriteiten, laat zij weten.

“Een structurele oplossing, door een school te bouwen, is er tot op heden niet van gekomen” zucht de antropoloog, die verbonden is aan de VIDS als Community Development Specialist. Ze wijst erop dat in veel gebieden zoals in Alalapadu er wel voorzieningen zijn maar dat er weinig bereidwilligheid van leerkrachten is om naar de verre binnenlanden te trekken. “Duidelijke afspraken zijn nodig om het aantrekkelijker en beter voor leerkrachten te maken, mensen moeten weten waar ze op kunnen rekenen.” Zo is een van de zaken dat onderwijzers moeten weten wanneer ze weer naar de stad kunnen terugkeren. Artist wijst er ook op dat er systemen nodig zijn om zaken kosteloos vanuit Paramaribo op te kunnen sturen. Ze wijst verder op het belang van het hebben van goede communicatie mogelijkheden in het binnenland, voor zowel de leerkrachten als leerlingen. Op deze manier worden zaken aantrekkelijker gemaakt voor de mensen, vooral wanneer online trainingen aan de onderwijzers kunnen worden aangeboden voor hun verdere ontwikkeling, zodat zij zich beter kunnen inzetten voor de kinderen in de gemeenschappen van de inheemsen.

UNITEDNEWS

 

Facebook Comments Box