ONDERZOEK NAAR GIFTIGE STOFFEN IN GROENTEN EN FRUIT ZORGELIJK
Een in april van dit jaar gestart onderzoek heeft aangetoond dat in verschillende Surinaamse groenten en fruit er giftige stoffen aanwezig zijn. Afhankelijk van de frequentie in gebruik van deze producten, door de consument kan dit een ernstig gevaar opleveren voor de volksgezondheid. In totaal zijn er 102 monsters genomen bij verschillende groenten exporteurs, en onderzocht op totaal 40 actieve stoffen. Het gaat niet slechts om een overmatige aanwezigheid van deze stoffen, ook wel ‘Residuen’ genoemd, maar zijn er in alle 102 monsters resten van actieve stoffen aangetroffen die voorkomen op de negatieve lijst van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, en dus verboden zijn in Suriname.
In alle monsters zijn er 2 tot 9 van deze verboden actieve stoffen aangetroffen. Daaronder valt de zeer gevaarlijke Carbofuran, die voorkomt in, wat in de volksmond bekend staat als Furodan en wordt gebruikt om ratten te bestrijden. In het onderzoek zijn de groentesoorten Boulanger, Antroewa, Peper, Tayerblad en Bitawiwiri, gecontroleerd. In alle monsters van deze groentesoorten zijn de verboden actieve stoffen aangetroffen, terwijl in veel gevallen de maximale Residu Limiet (MRL),(Dat is de maximale toegestane hoeveelheid van actieve stoffen in mg, per kilogram van het gewas, die wel zijn toegestaan), ver is overschreden. Het resultaat van het onderzoek heeft voor enorme verontrusting gezorgd in de agrarische sector. Zowel boeren, exporteurs en het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV), zijn op de hoogte gebracht van de resultaten van het onderzoek, met het advies dat dringend een structurele oplossing gevonden moet worden om veel erger te voorkomen. Behalve het gevaar voor de volksgezondheid, zou de export markt van groenten en fruit naar het buitenland in een klap kunnen komen weg te vallen.
Minister Parmanand Sewdien van LVV, zegt dat hij de cijfers uit het onderzoek erkend en heel goed begrijpt dat deze situatie serieus moet worden aangepakt. “Maar ik blijf er toch bij dat op dit moment er niet veel aan de hand is. Zo eten we al jaren deze groenten, ja er worden gevaarlijke stoffen gebruikt en dat kan nooit veilig zijn, maar er is nu geen reden dat de burger in paniek raakt”, zegt de minister. De bewindsman heeft twee weken terug in De Nationale Assemblee, toen hem hierover vragen werden gesteld gezegd dat de situatie niet zo erg is. Boeren, exporteurs en anderen in de sector hebben echter verbaasd gereageerd omdat de minister toen zei dat 80 procent van wat is onderzocht aan de normen voldoet en de resterende 20 procent moet worden getraceerd en begeleid. Dit klopt echter niet met de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding hiervan heeft de Vereniging van Exporteurs van Agrarische Producten in Suriname (VEAPS), in een brief vragen gesteld aan de bewindsman. Volgens de sector is hier wel degelijk sprake van een dood ernstige situatie, waar dringend overheidsbeleid voor nodig is. Deskundigen, agrariërs en andere spelers in de sector, die liever niet bij naam genoemd willen worden zijn niet erg gelukkig met wat zij noemen, ‘de niet kordate opstelling’ van de minister, maar vooral over de onjuiste cijfers die hij in het parlement heeft genoemd.
“Het baart ons zorgen dat we vier weken verder zijn nadat het onderzoek is gepresenteerd, maar de minister totaal geen zichtbare actie heeft ondernomen en dus de ernst van de zaak niet inziet. Er had al een plan van aanpak gemaakt en gepresenteerd moeten worden”, klinkt het.
De ervaring leert volgens kenners dat in de praktijk er toch niet veel zal gebeuren, vanuit het ministerie. Zo had dit onderzoek al jaren geleden moeten hebben plaatsgevonden. Sewdien zegt, dat hij geen andere cijfers heeft dan wat het onderzoek heeft uitgewezen. Op het moment dat in het parlement hem de vragen werden gesteld, hij als verantwoordelijke minister ervoor gekozen heeft geen paniek situatie te creëren in de samenleving, maar wel verdere stappen te ondernemen. Het is volgens hem ook niet nodig dat groentesoorten uit de verkoop worden gehaald.
In het onderzoek staat de vraag nog open, als het overmatig voorkomen van de giftige stoffen te maken heeft met al jaren gecontamineerde bodem waarop er geplant wordt of slechts dat boeren overmatig bestrijdingsmiddelen gebruiken om o.a. insecten en schimmels op hun gewassen te bestrijden. De aanwezigheid van chemicaliën die in Suriname verbonden zijn, moet ernstig worden aangepakt. Het is bekend dat veel van deze chemicaliën via onder andere buurland Guyana hun weg vinden naar de groente arealen in Suriname. De VEAPS en andere individuele exporteurs, wijzen er op dat niet te snel een beschuldigende vinger gewezen moet worden naar de groenteboeren. “sommige van hen weten slechts dat zij een verdelgingsmiddel moeten gebruiken tegen de insecten en schimmels, maar welke, hoe dat gebruikt moet worden, hoe lang na gebruik van het middel er geoogst mag worden en andere belangrijke kennis en informatie, ontbreken zij. Komt nog bij kijken dat in de sector veel Haïtianen werken. Zij hebben in vrijwel de meeste gevallen te maken met een taalbarrière. Het is moeilijker hen te trainen en kunnen zij gebruiksaanwijzingen die in het Engels en of in het Nederlands zijn aangegeven niet verstaan en begrijpen”, wordt uitgelegd.
Uitdagingen LVV
De export van groenten en fruit naar het buitenland, moet steeds meer aan strengere eisen voldoen. Sewdien bevestigt dit. “Wij exporteren al jaren groenten. De notificaties die we krijgen uit Nederland waren niet gebaseerd op Residuen maar op levende organismen die voorkomen in groenten. “Hadden we dit onderzoek niet laten plaatsvinden dan wisten we ook niet wat er fout gaat. Er loopt nu een Suriname Agriculture Market Acces programma, dat wordt gefinancierd door de Europese Unie en wordt ondersteund door de FAO. In dit programma kunnen de boeren ondersteunt worden met equipment dat is aangeschaft en kunnen analyses gemaakt worden. Het eerst is een pilot project om bij boeren en verkopers het gebruik van pesticiden in kaart te brengen. Nu wij weten welke stoffen gebruikt worden kan dat verder in kaart worden gebracht”, zegt Sewdien. Volgens hem zal mogelijk besloten worden dat sommige gebieden waar er geplant wordt een andere bestemming moeten krijgen, of voor een lange periode niet gebruikt mogen worden om groenten te planten, omdat de bodem vervuild is met stoffen die niet zijn afgebroken en door de aanwas wordt opgenomen. Met de resultaten van dit onderzoek kunnen we gericht analyses gaan maken, maar ik wil benadrukken dat er geen reden is voor een paniek situatie’, zegt Sewdien.
De zorg in de sector is dat er op het ministerie van LVV een jarenlange achterstand is in van alles en nog wat, of dat er geen actie wordt ondernomen bij geïnitieerde voorstellen en projecten. “Het probleem ligt dieper en wel op managementniveau en een structureel gebrek aan management kader”, wordt aangegeven. In het onderzoek wordt dan ook gepleit voor een structurele aanpak, waarin verwezen wordt naar een stappenplan dat uitgevoerd moet worden. Dit plan zal samen met de groenteboeren en exporteurs afgewerkt moeten worden en zal er dringend een orgaan in het leven geroepen moeten worden die toezicht houd op de import en het gebruik van pesticiden. Met het plan zal ook wetgeving, die volgens de sector gebaseerd is op een oude raamwet van 1911, aangepast moeten worden, terwijl ook haast gezet moeten worden bij het operationeel maken van het Nationaal Instituut voor Voedselveiligheid Suriname (NIVS). Wat dit laatste betreft zegt Sewdien dat nu gewerkt wordt aan de bemensing van dit orgaan. “Er zijn al gesprekken gevoerd en wordt uitgekeken naar een geschikte directeur. Eind van dit jaar moet de bemensing rond zijn”, zegt de LVV-minister. Minister Sewdien belooft, inderdaad te zullen komen met een plan van aanpak. “Hierin zullen verschillende ministeries, zoals LVV, Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu, maar ook dat van Economische Zaken, betrokken moeten worden”, zegt Sewdien.
UNITEDNEWS
