OPENBAAR MINISTERIE ONVERBIDDELIJK: GEEN OPHEFFING VOORLOPIGE HECHTENIS KROMOSOETO, HEW A KEE EN JURGENS
Auteur: Wilfred Leeuwin
Het Openbaar Ministerie (OM) is onverbiddelijk en fel in haar betoog tegen het opheffen van de voorlopige hechtenis van Ginmardo Kromosoeto, Gardelito Hew A Kee en Brain Jurgens. Deze drie verdachten hebben bij de aanvang van het geruchtmakend strafproces van de Surinaamse Postspaarbank (SPSB-Bank) via hun advocaten gevraagd hun voorlopige hechtenis op te heffen.
“Wanneer een samenleving die gebukt gaat onder een sociaal economische crisis, hoort dat deze personen bedragen tot boven de Euro 1 miljoen hebben weggemaakt is het niet vreemd dat de samenleving geschokt is”, zegt officier Roliene Gravenbeek
De vervolgingsambtenaar wijst kantonrechter Danielle Karamatali die belast is met deze zaak, er op dat tegen de verdachten ernstige criminele feiten ten laste zijn gelegd. “Zij hebben in het gerechtelijk vooronderzoek geen verklaring kunnen geven wat met de gelden is gebeurd. Ze ontkennen zelf niet dat ze gelden hebben gekregen. Ik geloof dat hier sprake is van een geschokte rechtsorde” zei Gravenbeek woensdag op de derde dag waarop dit proces werd voortgezet. Zij valt vooral over de mate waarop Kromosoeto, Hew A Kee en Jurgens in staat zijn geweest, via verschillende kanalen zoals stichtingen geldstromingen mogelijk te maken. In het geval van Kromosoeto zegt het O.M dat hij in, zijn positie als directeur van deze bank in alle procesonderdelen van dit corruptieschandaal een belangrijke en faciliterende rol heeft vervuld en voor zichzelf en zijn familie voordeel van heeft genoten. Hem zijn in totaal elf feiten ten laste gelegd. Hew a Kee die tijdens het vorig bewind een prominente politieke positie bekleedde wordt ervan verweten via gecreëerde lichamen zoals, ‘Investment Partners’ en ‘New Vision’, gelden bij de SPSB te hebben onttrokken. Ondernemer Jurgens zou, enorme bedragen hebben ontvangen bij de bank. Hem wordt verduistering verweten. Deze verdachten zijn de enige drie, van de acht personen die het O.M in hechtenis heeft kunnen nemen. Samen met Kromosoeto, Hew A Kee en Jurgens moeten ook de consultant Robert van Putter, Centrale bank medewerker Joy ten Bergen en de SPSB, voormalig lid van de raad van commissarissen Akeem Sordjo, terecht staan. De laatste drie vertoeven echter in Nederland. Hun terechtstelling zal bij verstek plaatsvinden. Het O.M heeft wel een rechtshulpverzoek ingediend bij het Nederlandse Openbaar Ministerie, voor zowel hun uitlevering als processtukken. Putter is een Nederlandse staatsburger en zou bij de gecreëerde organen de directe belanghebbende zijn geweest. Hij heeft daarnaast ook nog consult opdrachten uitgevoerd en tegelijkertijd in dienst zijn geweest van de SPSB. Gezien het feit dat Nederland geen staatsburgers uitlevert, is het onwaarschijnlijk dat hij fysiek aanwezig zal zijn bij het proces. Alle verdachten worden ervan verdacht als een criminele organisatie geopereerd te hebben. Officier Gravenbeek heeft daarom ernstige bezwaren tegen de vrijlating van de drie aangehouden verdachten. Volgens de officier is er kans dat zij op de vlucht slaan en de maatschappelijke veiligheid in gevaar brengen.
Eerlijk proces
De advocaten, Murwin Dubois voor Kromosoeto en Hew A kee en Raoul Lobo voor Jurgens, vinden dat desondanks, de verdachten recht hebben op een eerlijk proces. Het verzoek namens hun clienten om de voorlopige hechtenis op te heffen wordt volgens de raadslieden ondersteunt door zowel nationale als internationale wetgeving en verdragen. Dubois vindt dat met het opsommen van de feiten nog altijd niet is voldaan aan de eis van het recht dat er ernstige bezwaren tegen hun vrijlating aanwezig zijn. Hij gaat uit van het legaliteitsbeginsel dat vereist dat ‘geen feit strafbaar is, zolang daarvoor er geen strafeis of bepaling voor is gedaan. “Het legaliteitsbeginsel is een fundamenteel beginsel. Het waarborgt rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en rechtsbescherming”, zegt de advocaat, die vindt dat het OM dit beginsel moet respecteren. Daarnaast vindt Dubois dat de voorlopige hechtenis niet als ‘voorschot’ mag worden gezien op een mogelijke straf aan het eind van deze rechtszaak. Hij verwijst verder naar het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens, waarin hij ondersteunende artikelen vindt. De raadsman wijst er op dat deze internationale verdragen van hogere orde zijn dan het Surinaams Strafrecht. Officier Gravenbeek vindt echter dat de Surinaams Wetboeken van strafrecht en strafvordering voldoende waarborging geven voor de verdragen. Zij persisteert dan ook dat de voorlopige hechtenis niet mag worden opgeheven. Kantonrechter Karamatali zal op 31 mei hierover een uitspraak doen.
Procesgang
De inhoudelijke behandeling van deze rechtszaak zal pas daarna beginnen. De afgelopen maand is veel administratief werk verzet. Dossiers moesten worden klaargemaakt en verstrekt aan het OM en de verdediging van de verdachten. Blijkt dat deze zaak zeer omvangrijke dossiers bevat die zijn onderverdeeld in vijf deelprocessen. Officier Gravenbeek heeft woensdag de kantonrechter en de advocaten meegedeeld dat er nog veel andere dossiers zijn die verwerkt moeten worden in het proces, zeker als het gaat om de geldstromen. Op een vorige zitting zei de officier al dat de dossiers zo omvangrijk zijn dat in sommige gevallen het moeilijk is te achterhalen wie allemaal bij de geldstromingen betrokken zijn. Dit is zeker het geval bij de vele hypotheken die personen in de samenleving waaronder een aantal publieke, hebben afgesloten bij de SPSB. Veel van die hypotheken blijken ongedaan gemaakt te zijn. De gelden zijn wel uitgegeven, maar wordenniet afgelost. Sommige personen die zijn achterhaald zijn bereid dat alsnog te doen, terwijl anderen hebben aangegeven daartoe niet in staat te zijn.
Kantonrechter Karamatali Heeft woensdag alle verzoeken voor voorlopig verweer ( verweer dat gevoerd wordt nog voordat het proces inhoudelijk begint ) afgewezen. Zij het voor de fysieke als voor de gevallen waar bij verstek geprocedeerd zal worden. Dit op basis van artikel 269 van het wetboek van strafvordering, waaraan de raadslieden niet hebben voldaan. Daarnaast blijken de raadslieden geen gebruik te hebben gemaakt van de mogelijkheid om een lijst met getuigen samen te stellen die in dit proces opgeroepen moeten worden. Het Openbaar Ministerie heeft daar wel gebruik van gemaakt. De rechter heeft ook een tijdspad opgesteld voor hoe en wanneer het proces op de zitting zal plaatsvinden.
UNITEDNEWS
