OPINIESERIE | VAN RUWE OLIE NAAR NATIONALE WELVAART DEEL 3 | VAN OLIE NAAR WELVAART: WAT LEVERT DEZE RAFFINADERIJ SURINAME ÉCHT OP?

Auteur: P.T. Chin-A-Lien | Petroleum & Energie Adviseur – Founding Partner & Chief Architect, Golden Lane Investments Advisory Group (GLIAG)

Na twee artikelen over de internationale raffinagemarkt en de financiële haalbaarheid van een nieuwe Surinaamse raffinaderij, komen we bij de vraag die uiteindelijk het belangrijkst is. Niet voor investeerders, niet voor banken, maar voor iedere Surinamer. Wat verandert er concreet als Suriname besluit zijn eigen olie zelf te raffineren?

Een project kan technisch indrukwekkend zijn. Het kan financieel solide zijn. Maar uiteindelijk moet het ook aantoonbare meerwaarde creëren voor de samenleving. Dat is de maatstaf waarop dit project uiteindelijk moet worden beoordeeld.

De voorgestelde raffinaderij is daarom geen doel op zichzelf. Zij is een instrument om een fundamenteel economisch probleem van Suriname op te lossen: een land dat over aanzienlijke natuurlijke rijkdom beschikt, maar nog altijd een groot deel van de toegevoegde waarde buiten zijn eigen grenzen laat ontstaan.

Jaarlijks stroomt ruim één miljard Amerikaanse dollar het land uit

Suriname importeert vandaag vrijwel alle hoogwaardige brandstoffen die nodig zijn om de economie draaiende te houden. Benzine, diesel, vliegtuigbrandstof en andere geraffineerde producten worden gekocht op de internationale markt en vervolgens naar Paramaribo verscheept. De jaarlijkse rekening bedraagt ongeveer US$ 1,1 miljard.

Dat betekent dat elk jaar meer dan een miljard Amerikaanse dollars de Surinaamse economie verlaten om elders waarde toe te voegen. Dat geld wordt niet geïnvesteerd in Surinaamse bedrijven. Het betaalt geen salarissen van Surinaamse werknemers. Het levert geen belastinginkomsten op voor de Surinaamse staat.

Het ondersteunt werkgelegenheid, industrie en economische groei in andere landen. Dat is precies de situatie die een nieuwe raffinaderij fundamenteel kan veranderen.

Import vervangen door eigen productie

De economische logica achter het project is verrassend eenvoudig. Iedere liter benzine, diesel of vliegtuigbrandstof die in Suriname zelf wordt geproduceerd, hoeft niet langer uit het buitenland te worden geïmporteerd. Dat betekent dat een aanzienlijk deel van de huidige importrekening geleidelijk verdwijnt.

Volgens de projectberekeningen kan de eerste ontwikkelingsfase, met een capaciteit van ongeveer 30.000 tot 50.000 vaten per dag, al een groot deel van de huidige import vervangen. Naarmate de raffinaderij verder wordt uitgebreid, kan uiteindelijk de volledige binnenlandse vraag worden gedekt. Daarmee verdwijnt niet alleen een enorme druk op de handelsbalans, maar blijft ook een aanzienlijk deel van de buitenlandse valuta binnen de Surinaamse economie circuleren.

Op lange termijn kan dat oplopen tot tientallen miljarden Amerikaanse dollars die niet langer naar buitenlandse leveranciers vloeien. Voor een kleine open economie als Suriname is dat geen detail. Dat is een structurele economische verandering.

Van importeur naar exporteur

Het verhaal stopt echter niet bij de binnenlandse markt. Integendeel. Wanneer Suriname voldoende capaciteit ontwikkelt om meer te produceren dan het zelf verbruikt, ontstaat een tweede economische pijler: export.

Dat perspectief wordt vaak onderschat. Terwijl Suriname zich voorbereidt op offshore olieproductie, kent ook de regio een snel groeiende vraag naar geraffineerde brandstoffen.

Guyana ontwikkelt zich in hoog tempo tot een belangrijke olieproducent, maar beschikt zelf nog niet over voldoende raffinagecapaciteit. Ook Frans-Guyana, delen van Noord-Brazilië en verschillende Caribische staten blijven afhankelijk van de invoer van brandstoffen.

Samen vertegenwoordigen zij een markt van honderden miljoenen, en uiteindelijk zelfs miljarden Amerikaanse dollars per jaar. Een deel van die markt zou vanuit Suriname kunnen worden bediend. Dat betekent dat de raffinaderij niet alleen deviezen bespaart, maar op termijn ook nieuwe exportinkomsten kan genereren. Daarmee verandert de raffinaderij van een defensief project – minder import – in een offensieve economische motor.

Meer dan alleen brandstof

Vaak wordt gedacht dat een raffinaderij uitsluitend benzine en diesel produceert.

Dat beeld is onvolledig.

Bij het raffinageproces ontstaan tal van producten die afzonderlijk economische waarde vertegenwoordigen.

LPG voor huishoudens.

Naftha als grondstof voor de petrochemische industrie.

Zwavel voor industriële toepassingen.

Bitumen voor wegenbouw.

Scheepsbrandstoffen.

Vliegtuigbrandstof.

Iedere extra productstroom vergroot de economische waarde van dezelfde vat ruwe olie. Juist daarin zit de essentie van industriële ontwikkeling. Een land wordt niet rijk door uitsluitend grondstoffen te exporteren. Een land creëert welvaart door zoveel mogelijk waarde toe te voegen voordat het product de grens overgaat.

Werkgelegenheid die generaties kan dragen

Een van de meest gehoorde vragen is hoeveel banen een raffinaderij eigenlijk oplevert. Het eerlijke antwoord is dat moderne raffinaderijen niet bijzonder arbeidsintensief zijn wanneer zij eenmaal operationeel zijn. Maar dat vertelt slechts een klein deel van het verhaal. Tijdens de bouw ontstaat gedurende meerdere jaren werk voor duizenden mensen.

Lassers.

Elektriciens.

Pijpfitters.

Constructiewerkers.

Ingenieurs.

Veiligheidsdeskundigen.

Transportbedrijven.

Cateraars.

Lokale leveranciers.

Daarnaast ontstaat een omvangrijke vraag naar opleidingen, technische certificering en gespecialiseerde dienstverlening. Wanneer de raffinaderij eenmaal operationeel is, blijft een hoogwaardig personeelsbestand nodig voor onderhoud, procesvoering, laboratoria, logistiek, veiligheid en management. Daarom moet de economische impact niet uitsluitend worden gemeten aan het aantal directe arbeidsplaatsen.

De werkelijke betekenis ligt in de complete industriële keten die rondom zo’n installatie ontstaat. Juist die keten kan duizenden gezinnen gedurende tientallen jaren een stabiele bron van inkomen bieden.

Energiezekerheid is óók economische zekerheid

Misschien wel het grootste voordeel laat zich niet uitdrukken in een spreadsheet. Vandaag is Suriname vrijwel volledig afhankelijk van buitenlandse leveranciers voor zijn brandstoffen. Dat betekent dat geopolitieke spanningen, oorlogen, sancties, orkanen of verstoringen van internationale logistieke ketens vrijwel onmiddellijk merkbaar worden aan de pomp.

De energiecrisis van 2022 en 2026 heeft de wereld laten zien hoe kwetsbaar dergelijke afhankelijkheid kan zijn. Een land dat zijn eigen olie produceert én zijn eigen brandstoffen raffineert, staat er fundamenteel anders voor. Dat betekent niet dat internationale olieprijzen geen invloed meer hebben. Maar het betekent wél dat Suriname minder afhankelijk wordt van buitenlandse raffinaderijen, internationale transportketens en onverwachte leveringsproblemen.

Energiezekerheid wordt daarmee een strategisch nationaal voordeel. En in een wereld waarin energie steeds vaker wordt ingezet als geopolitiek instrument, vertegenwoordigt die zekerheid een waarde die nauwelijks in geld is uit te drukken.

De eerste stap naar industrialisatie

Misschien is dit wel de belangrijkste gedachte van het hele project. De raffinaderij is geen eindpunt. Zij vormt het begin van een veel bredere industriële ontwikkeling. Waar vandaag uitsluitend ruwe olie wordt geproduceerd, kan morgen een volledige waardeketen ontstaan.

Petrochemie.

Opslag.

Logistiek.

Havenontwikkeling.

Engineering.

Onderhoud.

Maritieme dienstverlening.

Technische opleidingen.

Onderzoek.

Innovatie.

Geen van deze activiteiten ontstaat vanzelf. Maar geen van deze activiteiten ontstaat zonder een eerste industriële ankerinvestering. Juist daarom is de raffinaderij volgens GLIAG veel meer dan een energieproject. Zij vormt de eerste steen van een industriële economie die Suriname gedurende tientallen jaren nieuwe mogelijkheden kan bieden.

Een keuze die verder reikt dan olie

In discussies over de raffinaderij gaat het vaak over investeringsbedragen, olieprijzen of internationale marges. Dat zijn belangrijke onderwerpen. Maar uiteindelijk gaat het om een veel fundamentelere keuze. Wil Suriname ook de komende decennia voornamelijk een exporteur blijven van ruwe grondstoffen? Of wil het een groter deel van de waardeketen binnen de eigen economie ontwikkelen?Dat is de werkelijke vraag.

Want landen worden zelden welvarend door uitsluitend grondstoffen uit te voeren. Duurzame welvaart ontstaat wanneer grondstoffen worden omgezet in industrie, kennis, werkgelegenheid en exportproducten met een hogere toegevoegde waarde.

Precies daarin ziet GLIAG de strategische betekenis van een Surinaamse raffinaderij. Maar zelfs dat is nog niet het einde van het verhaal. Want achter deze raffinaderij schuilt een veel grotere visie op de toekomst van Suriname. Een visie die verder reikt dan de levensduur van één olieveld en zelfs verder dan het huidige olietijdperk.

In deel 4 kijken we vooruit naar de periode 2028-2050 en bespreken we hoe een raffinaderij volgens GLIAG kan uitgroeien tot het fundament onder een bredere industriële transformatie, waarin gas, petrochemie, waterstof en nieuwe energiebronnen elkaar versterken.

Opinie| P.T. Chin-A-Lien | Petroleum & Energie Adviseur – Founding Partner & Chief Architect, Golden Lane Investments Advisory Group (GLIAG)

 

 

Facebook Comments Box